Semester 1
Taal bestaat uit drie aspecten: Taalvorm, taalinhoud en taalgebruik. Elk aspect kan
worden ingedeeld in taaldeelaspecten of linguïstische aspecten.
1. Taalinhoud: Wat iets betekent.
2. Taalvorm: Hoe iets gezegd wordt.
3. Taalgebruik: Hoe/ waarom iets gezegd wordt.
Taalreceptie Taalproductie
Taalinhoud Het begrijpen van woorden Een voorwerp benoemen,
= taalbetekenis en zinnen. een actie beschrijven, …
= semantiek
Taalvorm Het verschil tussen Correcte vervoeging
= taalstructuur woorden en zinnen werkwoorden gebruiken,
= fonologie, morfologie en begrijpen zelf produceren van een
syntaxis correcte zin, …
Taalgebruik Het begrijpen van de Je taalgebruik aanpassen
= taal in sociale context beurtwissel, … aan de context.
= pragmatiek
We bekijken de cliënt altijd vanuit meerdere perspectieven. Want hij of zij is meer dan
alleen een stoornis. We houden rekening met de belemmerende en ondersteunende
factoren die het functioneren beïnvloeden.
Spraak
Spraakklankproductie, hoe klanken worden gevormd en uitgesproken.
Taal
Vier modaliteiten: Begrijpen, spreken lezen en schrijven.
Fonologie en fonetiek
,De klanken van het Nederlands worden opgedeeld in drie groepen.
1. Medeklinkers of consonanten
2. Klinkers of vocalen
3. Tweeklanken of diftongen
Fonologie
Dit houdt zich bezig met het klanksysteem van taal. Het is de klankleer. Fonologie
onderzoekt fonemen, klanken die betekenisonderscheidend werken.
Bijvoorbeeld een [l] en een [r] zorgen voor een betekenisverschil. = distinctiviteit
Of een bepaalde klank een betekenisonderscheidende functie heeft, wordt bepaald aan
de hand van minimale paren. Dit zijn woordparen die maar in 1 klank verschillen.
Fonetiek
Dit gaat over de realisering van klanken. Hoe worden ze gevormd en uitgesproken?
Fonetiek onderzoekt fonen oftewel klanken.
Bijvoorbeeld de huig-r en tongpunt-r worden verschillend geproduceerd. = allofonen.
Hoe worden klanken gevormd?
Spreken begint met een idee in de hersenen. Dit wordt via de stembanden uitgesproken.
Daarna gaat het geluid via de mond naar de ontvanger. Die vangt het geluid op met de
oren en de hersenen verwerken het tot betekenis. Zo begrijpen we wat de ander zegt.
Ademhalingssysteem
Longen en luchtpijp. We spreken op uitademingslucht (pulmonaire egressieve
luchtstroom). Praten op inademingslucht (ingressieve luchtstroom) is moeilijk.
Egressieve klanken: Normale spraak, plopgeluiden, boeren & oesofageale spraak.
Ingressieve klanken: Schrikgeluid, kus, smak, tuttut en klikgeluid.
De initiatie kan ook beginnen bij het velum of de glottis. Dit noemen we dan orale of
glottale luchtstroom.
Fonatorisch systeem
Stemspleet, strottenhoofd, luchtpijp en strottenklepje. Verantwoordelijk voor vorming van
stemgeluid. Ontstaan van stemhebbende en stemloze klanken.
Articulatorisch systeem
Lippen, tanden, hard en zacht verhemelte, tong (punt, rug en wortel), strotklep, slokdarm,
nasale holte, orale holte, keelholte, strottenhoofd, stembanden, huig en tandkassen
(alveolen). Systeem bepaalt hoe klanken gevormd en uitgesproken worden.
Klanken in het Nederlands
De klanken van het Nederlands worden opgedeeld in 3 categorieën.
Medeklinkers of consonanten
, Klinkers of vocalen
Tweeklanken of diftongen
Er zijn meer klanken dan letters. Daardoor doen we aan fonetische transcriptie.
Consonanten
Plosieven of plofklanken
[p] p
[t] t
[k] k
[d] d
[b] b
Fricatieven of wrijfklanken
[f] f
[s] s
[h] h
[l] l
[v] v
[z] z
[ɣ] g (stemhebbend)
[x] ch (stemloos)
[ʃ] sj
Nasalen of neusklanken
[m] m
[n] n
[ŋ] ng
[ŋk] nk
[ɲ] nj
Liquidae of vloeiklanken
[r] r (tongpunt-r)
[R] r (huig-r)
[l] l
Glides of glijklanken
[w] w
[j] j
Vocalen
Korte vocalen
[ɔ] o
[ɑ] a
[ɛ] e
[ɪ] i
[ʏ] u
Lange vocalen
, [a] aa
[o] oo
[u] oe
[i] ie
[y] uu
[ø] eu
[e] ee
Sommige handboeken gebruiken een : om aan te duiden dat het over een lange
klinker gaat.
De doffe [e]
[ə] doffe e (zoals in de, een)
Diftongen
[ʌu] ou
[œy] ui
[ɛi] ij
[a.i] aai
[o.i] ooi
[e.u] eeuw
[i.u] ieuw
[u.i] oei
De klanken zijn half lang, dus na de eerste klank plaatsen we een punt.
Leenfonemen
[ç] Frans, bv. façade
[θ] Engels (stemloos), bv. think
[ð] Engels (stemhebbend), bv. this
[ʒ] Frans, bv. genre
Extra informatie
Haakjes
Fonetische spelling: []
Fonologische spelling: //
Traditionele spelling: <>
Overgangsklank
Tussen twee klinkers in eenzelfde woord komt vaak een overgangsklank [j] of [w] voor. De
overgangsklank wordt klein en bovenaan genoteerd.
Deletie
Door communicatieve omstandigheden kan er een klank weggelaten worden. Zoals de h-
deletie. Dit wordt vaak gedaan uit articulatiegemak.
Pauzes, leestekens en hoofdletters