Hoofdstuk 1 Inleiding tot de Oftalmologie
1.1 ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
• Anatomie
Het oog is het orgaan dat gespecialiseerd is om lichtprikkels om te zetten in elektrische
prikkels die in de hersenen verwerkt worden. Hierbij zien we dat het oog enkele drie
oogrokken bevat:
• Buitenste oogrok:
o Cornea: belangrijk voor 2/3 van de breking en transparantie
o Sclera: bescherming van het oog en aanhechting van de spieren
▪ = witte oogrok
▪ Voor 3 jaar is de depositie van de vezel nog niet perfect
• Middenste oogrok
o Iris: diafragma en scheiding van voorste en achterste oogkamer
o Corpus ciliare: accommodatie van de lens en productie van vocht
o Choroidea: vascularisatie van de buitenste netvlieslagen, thermoregulatie
en schokabsorptie
▪ = bloedvatspons die de buitenste netvlieslagen voorziet van bloed
• Binnenste oogrok:
o Retina: omzetting van licht → chemische cascade → elektrische prikkel
▪ Fototransductie
Corpus ciliare bestaat uit draadjes: zonula van Zin = zonula ciliare
De lens wordt boller door de M. ciliaris die de lens naar achter trekt
Andere belangrijke structuren zijn:
• De lens
1
, • Het corpus vitreum
• Papil: plaats waar oogzenuw in retina uitkomt, blinde blek
• Macula lutea: plaats van scherp zicht, gele vlek
o Area centralis: vrij van bloedvaten
o Fovea: enkel kegeltjes
• Retina
De retina kan in beeld worden gebracht aan de hand van een oculair fundus beeld. Hierop
zijn de verschillende structuren te zien zoals:
• Papil
• Macula
o Fovea
o Area centralis
• V. retinalis
• A. retinalis
Bij een Normal Fluorescein Angiography bekijk je de vaten dmv een oranje kleurstof in
te spuiten en 15 seconden daarna een foto van het netvlies te maken. Zo kan je zien of
er een lek zit in de vaten.
Voor deze beeldvorming kunnen er verschillende technieken gebruikt worden
• Infrared reflectantie
o = reflectantie met infrarood licht
o Wat je ziet is dus teruggekaatst op basis van de anatomie
▪ Diepe retina en pigmentlagen
o Het chromofoor (licht-absorberende stof) is pigment
• Blue light autofluorescence
o Hierbij zie je een ophoping van lipofuscine, een afvalproduct dat zich in
het retinaal pigmentepitheel ophoopt
o Het chromofoor is dus lipofuscine
▪ Blauw licht exciteert de lipofuscine → die gaat licht uitstralen
(fluoresceren) → dat licht vang je op met filters
o Deze beeldvorming is ZONDER contrastmiddel
• Blue light reflectantie
o Het blauwe licht w weerkaatst door opp lagen → je ziet vooral de anatomie
aan de voorkant van het netvlies
o Chromofoor: binnenste retinastructuren + bloed
2
,De retina bestaat uit verschillende lagen van buiten naar binnen (licht valt eerst in op
buitenste laag richting het corpus vitreum):
• Basale lamina
• Pigment epitheel cellen
• Fotoreceptoren:
o Staafjes: meer, zeer lichtgevoelig maar niet scherp en geen kleur →
nachtzicht
o Kegeltjes: minder, vereisen voldoende licht, maar scherp en in kleur →
kleurenzicht
• Horizontale cellen
• Bipolaire cellen
• Mullercellen
• Amacriene cellen
• Ganglion cellen
o Vormen vezels voor de n. opticus
• Visuele banen
Na het opvangen van de lichtprikkels worden de signalen via de n. opticus doorgestuurd
naar de visuele cortex in de occipitale kwab. Hierbij zal de helft van de signalen
overkruisen naar de andere hersenhelft in het chiasma opticum.
Die overkruising gebeurt boven de hypofyse, als men een tumor
in de hypofyse heeft komt er dus een druk op het chiasma
waardoor er een bitemporele hemianopsie ontstaat.
Retina – n. opticus – chiasma opticum – tractus opticus – corpus
geniculatum laterale – radiata optica – visuele cortex
3
, 1.2 OFTALMOLOGISCHE CONSULTATIE
• Anamnese
Bij de anamnese is het belangrijk om volgende zaken te beschrijven:
• Afwijkingen van de centrale visus VS gezichtsveldafwijkingen
• Monoculair VS binoculair
• Hyperacuut (vasculair) VS enkele dagen (netvliesloslating, neuritis optica)
• Geassocieerde problemen
o Lichtflitsen
o Zwarte puntjes
o Hoofdpijn
o Systemische problematiek
• Impact op het dagelijks leven
Een gezonde mens
• Ziet goed in goed verlichte omstandigheden
• Kan navigeren in het donker
• Voelt zijn ogen niet
• Bulbaire conjuctiva is wit (bloedvaten nauwelijks zichtbaar)
• Iris is scherp afgetekend, heldere cornea laat evaluatie toe
• Pupil is zwart
Kinderen onder 12 jaar hebben vaak niet door dat ze een nachtblindheid hebben. Vanaf
de puberteit beginnen ze hun te vergelijken met anderen en komt het besef.
• Oftalmologisch onderzoek
De stappen van het oftalmologisch onderzoek zijn:
Inspectie: oogleden, sclera, conjunctiva, cornea en pupil
Gezichtsscherpte = maat voor foveale functie en centraal deel van de visuele banen
o Elk oog apart
o Met eigen bril of BCVA (= best corrected visual acuity)
o Verzicht en leesvisus (met voldoende omgevingslicht)
o LogMAR: meest correctie (geen Snellen optotypes meer )
▪ = Geometry
▪ Elke stap is identisch tussen de lijnen
▪ X 1,2589
▪ Om Normal Visual Acuity te bepalen (1/60°)
▪ Vanaf 2 lijnen = significante verbetering
o Snellen charts: niet altijd dezelfde stap tussen lijnen
▪ = artihmetic
4
1.1 ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
• Anatomie
Het oog is het orgaan dat gespecialiseerd is om lichtprikkels om te zetten in elektrische
prikkels die in de hersenen verwerkt worden. Hierbij zien we dat het oog enkele drie
oogrokken bevat:
• Buitenste oogrok:
o Cornea: belangrijk voor 2/3 van de breking en transparantie
o Sclera: bescherming van het oog en aanhechting van de spieren
▪ = witte oogrok
▪ Voor 3 jaar is de depositie van de vezel nog niet perfect
• Middenste oogrok
o Iris: diafragma en scheiding van voorste en achterste oogkamer
o Corpus ciliare: accommodatie van de lens en productie van vocht
o Choroidea: vascularisatie van de buitenste netvlieslagen, thermoregulatie
en schokabsorptie
▪ = bloedvatspons die de buitenste netvlieslagen voorziet van bloed
• Binnenste oogrok:
o Retina: omzetting van licht → chemische cascade → elektrische prikkel
▪ Fototransductie
Corpus ciliare bestaat uit draadjes: zonula van Zin = zonula ciliare
De lens wordt boller door de M. ciliaris die de lens naar achter trekt
Andere belangrijke structuren zijn:
• De lens
1
, • Het corpus vitreum
• Papil: plaats waar oogzenuw in retina uitkomt, blinde blek
• Macula lutea: plaats van scherp zicht, gele vlek
o Area centralis: vrij van bloedvaten
o Fovea: enkel kegeltjes
• Retina
De retina kan in beeld worden gebracht aan de hand van een oculair fundus beeld. Hierop
zijn de verschillende structuren te zien zoals:
• Papil
• Macula
o Fovea
o Area centralis
• V. retinalis
• A. retinalis
Bij een Normal Fluorescein Angiography bekijk je de vaten dmv een oranje kleurstof in
te spuiten en 15 seconden daarna een foto van het netvlies te maken. Zo kan je zien of
er een lek zit in de vaten.
Voor deze beeldvorming kunnen er verschillende technieken gebruikt worden
• Infrared reflectantie
o = reflectantie met infrarood licht
o Wat je ziet is dus teruggekaatst op basis van de anatomie
▪ Diepe retina en pigmentlagen
o Het chromofoor (licht-absorberende stof) is pigment
• Blue light autofluorescence
o Hierbij zie je een ophoping van lipofuscine, een afvalproduct dat zich in
het retinaal pigmentepitheel ophoopt
o Het chromofoor is dus lipofuscine
▪ Blauw licht exciteert de lipofuscine → die gaat licht uitstralen
(fluoresceren) → dat licht vang je op met filters
o Deze beeldvorming is ZONDER contrastmiddel
• Blue light reflectantie
o Het blauwe licht w weerkaatst door opp lagen → je ziet vooral de anatomie
aan de voorkant van het netvlies
o Chromofoor: binnenste retinastructuren + bloed
2
,De retina bestaat uit verschillende lagen van buiten naar binnen (licht valt eerst in op
buitenste laag richting het corpus vitreum):
• Basale lamina
• Pigment epitheel cellen
• Fotoreceptoren:
o Staafjes: meer, zeer lichtgevoelig maar niet scherp en geen kleur →
nachtzicht
o Kegeltjes: minder, vereisen voldoende licht, maar scherp en in kleur →
kleurenzicht
• Horizontale cellen
• Bipolaire cellen
• Mullercellen
• Amacriene cellen
• Ganglion cellen
o Vormen vezels voor de n. opticus
• Visuele banen
Na het opvangen van de lichtprikkels worden de signalen via de n. opticus doorgestuurd
naar de visuele cortex in de occipitale kwab. Hierbij zal de helft van de signalen
overkruisen naar de andere hersenhelft in het chiasma opticum.
Die overkruising gebeurt boven de hypofyse, als men een tumor
in de hypofyse heeft komt er dus een druk op het chiasma
waardoor er een bitemporele hemianopsie ontstaat.
Retina – n. opticus – chiasma opticum – tractus opticus – corpus
geniculatum laterale – radiata optica – visuele cortex
3
, 1.2 OFTALMOLOGISCHE CONSULTATIE
• Anamnese
Bij de anamnese is het belangrijk om volgende zaken te beschrijven:
• Afwijkingen van de centrale visus VS gezichtsveldafwijkingen
• Monoculair VS binoculair
• Hyperacuut (vasculair) VS enkele dagen (netvliesloslating, neuritis optica)
• Geassocieerde problemen
o Lichtflitsen
o Zwarte puntjes
o Hoofdpijn
o Systemische problematiek
• Impact op het dagelijks leven
Een gezonde mens
• Ziet goed in goed verlichte omstandigheden
• Kan navigeren in het donker
• Voelt zijn ogen niet
• Bulbaire conjuctiva is wit (bloedvaten nauwelijks zichtbaar)
• Iris is scherp afgetekend, heldere cornea laat evaluatie toe
• Pupil is zwart
Kinderen onder 12 jaar hebben vaak niet door dat ze een nachtblindheid hebben. Vanaf
de puberteit beginnen ze hun te vergelijken met anderen en komt het besef.
• Oftalmologisch onderzoek
De stappen van het oftalmologisch onderzoek zijn:
Inspectie: oogleden, sclera, conjunctiva, cornea en pupil
Gezichtsscherpte = maat voor foveale functie en centraal deel van de visuele banen
o Elk oog apart
o Met eigen bril of BCVA (= best corrected visual acuity)
o Verzicht en leesvisus (met voldoende omgevingslicht)
o LogMAR: meest correctie (geen Snellen optotypes meer )
▪ = Geometry
▪ Elke stap is identisch tussen de lijnen
▪ X 1,2589
▪ Om Normal Visual Acuity te bepalen (1/60°)
▪ Vanaf 2 lijnen = significante verbetering
o Snellen charts: niet altijd dezelfde stap tussen lijnen
▪ = artihmetic
4