3.7 Labwaarden bloed, urine en vochtbalans
1.de globale homeostase van de vochthuishouding van het lichaam kan uitleggen
Homeostase; inwendig milieu binnen grenzen houden
Voor de vochthuishouding houdt dit in dat het lichaam ervoor zorgt dat:
Er voldoende vocht aanwezig is
De concentratie opgeloste stoffen (zoals natrium constant blijft)
Het bloedvolume voldoende blijft;
De bloeddruk binnen normaal waarden blijft
Het lichaam probeert voortdurend een evenwicht te bewaren tussen de vochtinname en vochtverlies
Verdeling van vocht in het lichaam
Bij een volwassen persoon bestaat ongeveer 50/60% van het lichaamsgewicht uit water
De vocht bevindt zich in twee compartimenten:
Intracellulair vocht (ICV)
Vocht binnen de cellen
Ongeveer 2/3 van al het lichaamswater
Buitencullulair vocht (EC, extracellulair)
Vocht buiten de cellen
Ongeveer 1/3 van al het lichaamswater
Bestaat uit:
Bloedplasma
Interstitieel vocht (weefselvocht)
Water kan zich tussen compartimenten verplaatsen via osmose
In stand houden van de vochtbalans in het lichaam, drie belangrijke regelsystemen:
Het dorstcentrum
In de hypothalamus bevinden zich osmoreceptoren
Deze meten voortdurend de concentratie opgeloste stoffen in het bloed
Wanneer iemand uitdroogt:
Er is minder
Het bloed wordt geconcentreerder
De osmolariteit stijgt
De hypothalamus registreert dit en activeert het dorstcentrum
Gevolg:
Persoon krijgt dorst en gaat drinken, hierdoor wordt het vochttekort aangevuld
ADH (antidiuretisch hormoon)
,ADH wordt aangemaakt in de hypothalamus en afgegeven in de hypofyse
ADH wordt afgegeven wanneer
Bij een hoge osmolariteit
Bij een laag bloedvolume
Werking van ADH
ADH werkt op de nieren, het zorgt ervoor dat de nieren meer water terug opnemen uit de
voorurine
Gevolg:
Minder urineproductie;
Donkere, geconcentreerde urine;
Meer vocht blijft in het lichaam
Het RAAS systeem:
Renine – Angiotensine – Aldoteron Systeem
RAAS systeem wordt actief wanneer:
De bloeddruk daalt
Het bloedvolume afneemt
De nierdoorbloeding vermindert
Werking:
Stap 1: de nier geeft het hormoon renine af
Stap 2: via verschillende omzettingen ontstaat angiotensine II
Stap 3: angiotensine II zorgt voor:
Vernauwing van de bloedvaten; vasoconstrictie
Stijging van de bloeddruk;
Stimulatie van dorst
Afgifte van aldosteron
Stap 4: aldosteron zorgt ervoor dat de nieren:
Meer natrium terug resorberen
Meer water vasthouden
Gevolg:
Bloedvolume stijgt
Bloeddruk stijgt
Rol van de nieren
De nieren zijn het belangrijkste orgaan bij de vochthuishouding
Zij bepalen hoeveel vocht wordt uitgescheiden via de urine
,Bij vochttekort:
Weinig urine
Geconcentreerde urine
Bij vochtoverschot:
Veel urine
Verdunde urine
Hierdoor blijft de vochtbalans stabiel
Negatieve feedback
De vochthuishouding werkt volgens negatieve feedback
Voorbeeld bij uitdroging:
1. Osmolariteit stijgt
2. Hypothalamus detecteert dit
3. Dorst ontstaat
4. ADH neemt toe
5. Meer water wordt vastgehouden
6. Persoon drinkt meer
7. Vochtbalans herstelt
8. ADH daalt weer
Zo voorkomt het lichaam dat afwijkingen te groot worden
Samengevat:
De homeostase van de vochthuishouding is het proces waarbij het lichaam een constante hoeveelheid
vocht, een normale osmolariteit en een adequaat bloedvolume handhaaft. De hypothalamus meet
veranderingen in de osmolariteit van het bloed en activeert het dorstcentrum en de afgifte van ADH.
ADH zorgt ervoor dat de nieren meer water terugresorberen. Bij een daling van het bloedvolume of de
bloeddruk wordt het RAAS geactiveerd, wat leidt tot vasoconstrictie en afgifte van aldosteron.
Aldosteron bevordert de terugresorptie van natrium en water. Samen zorgen deze mechanismen ervoor
dat de vochtbalans van het lichaam behouden blijft.
Dehydratie, ernst indeling:
Licht (0-5% gewichtsverlies)
Controles normaal
Dorst, minder plassen
Matig (5-10% gewichtsverlies)
Snelle pols, hypotensie, koude huid, droge slijmvliezen
Oligurie, ingezonken ogen
Ernstig (>10% gewichtsverlies)
Zwakke snelle pols, hypotensie, perifere cyanose, perkamente slijmvliezen
, Anurie, sterk ingezonken ogen
Positieve vochtbalans:
2. de oorzaken, klachten en lichamelijke bevindingen, diagnostiek en behandeling van
aandoeningen waarbij afwijkingen van de vochthuishouding voorkomen benoemen
Belangrijkste aandoeningen zijn:
Dehydratie: Hypovolemie
Oorzaken
Te weinig vochtinname (ouderen, misselijkheid, bewustzijnsdaling)
Overmatig verlies: diarree, braken, koorts, zweten, diuretica
Bloeding
Klachten:
Dorst
Duizelig
Vermoeid
Minder plassen / donkere urine
Lichamelijke bevinden
Droge slijmvliezen
Slechte huidturgor / elasticiteit van de huid
Tachycardie
Lage bloeddruk (orthostatische hypotensie)
Verwardheid; vooral bij ouderen
Diagnostiek:
Verhoogd natrium, vaak
Verhoogd hematocriet
Verhoogd ureum / kreatinine ratio
Klinische observatie vochtbalans
Behandeling
ORS of intraveneus NaCI 0,9%
Oorzaak behandelen, diarree stoppen
Vochtbalans nauwkeurig monitoren
Overhydratie (hypervolemie)
Oorzaken
Hartfalen
NI
Levercirrose
Te veel vochttoediening