stemmingsstoornissen en
angststoornissen
Werkgroep 3 en 4
Schizofrenie
Welke psychosociale, omgevings- en neurobiologische factoren zijn gerelateerd
aan het ontstaan van schizofrenie?
Psychosociale en omgevingsfactoren: afkomst, discriminatie, trauma, stress en
sociale isolatie zijn factoren die het ontstaan van schizofrenie bevorderen. Een
stigma dat rond schizofrenie gevormd wordt, kan de herkenning en het herstel
tegenwerken.
Neurobiologische factoren: een eerstegraads familielid met schizofrenie en
afwijkingen in de hersenstructuur/-functie kunnen een verhoogde kans op
schizofreniegeven.
De interactie tussen genetica en omgevingsfactoren zorgt voor de verhoogde
kans op schizofrenie.
Welke invloed heeft middelengebruik (o.a. cannabis) op het risico op het
ontstaan van schizofrenie en welke neurobiologische factoren spelen daarbij een
rol?
Cannabis heeft invloed op de dopaminerge en glutamaterge neurotransmissie
wat leidt tot verstoring van de prefrontale cortex en het limbische systeem.
Middelengebruik geeft dus een verhoogd ontstaansrisico op schizofrenie.
Psychotische symptomen vormen een oordeel van schizofrenie. Welke groepen
van symptomen worden onderscheiden bij schizofrenie en aan welke afwijkingen
in de hersenfunctie en/of structuur zijn deze gerelateerd?
Positieve symptomen (hallucinaties, wanen) worden veroorzaakt door een
hyperactiviteit van het mesocortico-limbische dopaminerge systeem.
Negatieve symptomen (afgevlakte persoonlijkheid, ontbreken emoties) worden
veroorzaakt door de verminderde glutaminerge en dopaminerge activiteit in de
prefrontale cortex.
Daarnaast zijn er ook cognitieve symptomen (verminderde aandacht, geheugen
en redeneren).
Wat zijn de verschijnselen van een psychose en in welke subtypen kunnen deze
verschijnselen onderscheden worden?
Schizofrenie = wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd spreken, 1 maand;
Schizofreniforme stoornis = schizofrenie + episode min 1 maand, max 6
maanden;
Schizoaffectieve stoornis = schizofrenie + stemmingsstoornis
Waanstoornis = geen schizofrenie, wel 1 maand of langer wanen
, Kortdurende psychotische stoornis = criteria schizofrenie, duur van een
dag of week;
Katatonie = verstoorde psychomotorische activiteit, mutisme, negativisme
etc.
Psychotisch stoornis door een middel/medicatie
Psychotische stoornis door een somatische aandoening
Hoe is op basis van symptomen een psychose in het kader van schizofrenie te
onderscheiden van een psychose in het kader van een bipolaire stoornis?
Een psychose in het kader van schizofrenie: psychose is langer dan 6 maanden,
geen stemmingsstoornis, achtervolgingswanen vaker, auditieve hallucinaties
vaker.
Wanen
Hallucinaties
Gedesorganiseerd spreken (frequente ontsprong, incoherentie)
Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag
Negatieve symptomen (affectieve vervlakking of initiatiefverlies)
Een psychose in het kader van een bipolaire stoornis: kortdurende psychoses,
geen negatieve symptomen, tijdens manisch of ernstig depressieve episode, veel
fluctuaties.
Een ononderbroken ziekteperiode waarin de depressieve/manische
stemmingsperiode aanwezig is, tegelijk met de criterea voor schizofrenie.
Er is gedurende 2 of meer weken sprake van wanen of hallucinaties in
afwezigheid van de depressieve of manische episodes.
Welke psychofarmaca worden gebruikt in de behandeling van schizofrenie en
waarin verschillen zij wat betreft effectiviteit? Waarop wordt de eerste keus voor
een specifiek middel gebaseerd?
1) Psycho-educatie: voorlichting over de ziekte, behandelmogelijkheden,
bijwerkingen en gevaren van de behandeling.
2) Neurobiologische behandeling: bij schizofrenie worden antipsychotica
voorgeschreven. Er zijn typische en atypische:
Typische antipsychotica = een D2-receptor antagonist (blokkeert de
werking van dopamine), de hypoactiviteit van het mesocorticale-
limbische systeem wordt zo onderdrukt. Een typische antipsychoticum
remt dus met name de positieve symptomen.
Typische antipsychotica hebben over het algemeen een gunstiger effect
op de positieve symptomen, negatieve symptomen verdwijnen daar
vaak secundair aan.
Atypische antipsychotica = een D2-receptor en serotonine (5HT2)
receptor antagonist. Doordat het atypische antipsychoticum op
meerdere punten aangrijpt, creëert het een balans tussen de positieve
en negatieve symptomen.
Atypische antipsychotica hebben over het algemeen een gunstiger
effect op de negatieve symptomen (balans) en op de
depressiesymptomen.