heeft het beheer van schaarse middelen )
P: People
P: Planet
P: profit
HOOFDSTUK 0: WAT IS ECONOMIE?
Wat beïnvloed onze economie?
Geopolitieke spanningen en protectionisme: Verhoogde VS-importtarieven
extra kosten op goederen die uit de VS komen ( zet internationale handel
onderdruk )
Technologie: innovatie in AI ( kunstmatige intelligentie )
Duurzaamheid en ecologische transitie: transitie naar een circulaire economie en
investeringen in hernieuwbare energie zijn cruciaal voor economische groei en
klimaatbeleid
Mens: consumptiepatroon
Wereldproblemen
0.1: doel van economische wetenschap
de individuele en collectieve behoeften
individueel: behoeften van 1 persoon
collectieve: behoeften van meerdere mensen
behoeften middelen nodig, maar zijn te schaars ( schaarse middelen /
goederen ) = middelen waarvoor je moet betalen omdat als het gratis is ga je
niet genoeg hebben van dat middel. De gevraagde hoeveelheid is groter dan wat
er ter beschikking staat
,0.1.3 nuttigheid en keuzeproblemen
Nut: ze bevredigen de behoeften
Economische principes : Een Individu handelt volgens een economisch principe
wanneer hij met zijn beschikbare middelen een maximale behoeftebevrediging
bereikt
0.2 welvaart en welzijn
Welvaart = de mate waarin mensen met de beschikbare schaarse middelen in
hun behoeften kunnen voorzien
Welzijn = bevredigen van verlangens die geen beslag leggen op schaarse
middelen
0.3 soorten goederen
Schaarse goederen: Een schaars goed is een goed waarvan de gevraagde
hoeveelheid groter is dan de beschikbare hoeveelheid als het gratis ter
beschikking staat
Vrije goederen (niet-schaarse goederen) bv: lucht
Economische goederen (individuen, bedrijven, overheid)
Zuiver individuele goederen ( de meeste goederen waarmee we in
aanmerking komen )
= fiets / auto
= RIVALITEIT (concurrentie tussen twee of meer partijen die hetzelfde doel
willen bereiken ) & UITSLUITBAAR
Zuiver collectieve goederen
= Brandweer
, = NIET RIVALISEREND & NIET UITSLUITBAAR
Quasi collectieve goederen
= Overheid doet de organisatie
= Onderwijs
= RIVALITEIT & UITSLUITBAAR
Verschil Consumptie en Investeringsgoederen
Consumptiegoederen: bevredigen onmiddellijk de behoefte van de
gezinshuishoudingen
Investeringsgoederen: dienen om andere goederen te produceren
Verschil Gebruik & Verbruiksgoederen
Gebruiksgoederen : duurzame consumptiegoederen
Verbruiksgoederen : niet duurzame consumptiegoederen
Verschil investering, kapitaal en vlottende goederen
Investering: dient om andere goederen te produceren
Kapitaal: gebouwen, machines, vervoermateriaal – hebben een levensduur van 1
jaar
Vlottende: grondstoffen, hulpmaterialen
0.4 consumptie en productie
Consumptie: wat we kopen om direct te consumeren
Productie: om de consumptiegoederen te maken
Productiefactoren: zaken die nodig om te functioneren ( arbeid, kapitaal, natuur
en ondernemingsschap )
0.5 de methode
Inductieve methode ( gegevens verzamelen en besluit trekken )
Feiten
Observaties
Statische gegevens
, Deductieve methode ( vooroordelen stellen i.p.v. gegevens te verzamelen )
Vaststaande waarheden
Regels of wetmatigheden
Theoretische principes
0.6 Ceteris Paribus
één variabele verandert bekijk je het effect van één variabele,
terwijl je alle andere factoren niet laat
Alle andere variabelen blijven constant veranderen.
0.7. Micro, meso en macro-economie
MICRO ECONOMIE : Gedrag van een individueel persoon, gezin, bedrijf,…
MACRO ECONOMIE : Alle gezinnen, alle bedrijven,…
MESO ECONOMIE : bepaalde groep gezinnen, sector, regio,..
HOOFSTUK 1: CONSUMENTEN
De keuze van de optimale goederencombinatie = evenwicht van de
consument
Verschil omzet, afzet en winst
Omzet: opbrengst ( P x Q )
Afzet: aantal stukken die verkocht zijn ( Q ) Kant van de
Winst: omzet – kosten producent
De keuze van de consument wordt bepaald door:
Niet-economische factoren ( Sociologische en psychologische )
Economische factoren ( Prijzen – Inkomen)
1.1.1 De preferenties
Sociologische factoren = alle invloeden die te maken hebben met het feit dat
mensen tot een bepaalde bevolkingsgroep behoren ( bv: gezinssituatie, sociale
klasse, religie, woonplaats… )
Psychologische factoren