1. Korte inleiding
• Propedeutica
o Aanleren van afname anamnese, uitvoering lichamelijk onderzoek, verbanden leggen
tss verschillende bevindingen, klinisch redeneren, diagnostisch denken
• Waarom klinisch onderzoek?
o Probleem vh dier en de eigenaar aanpakken/oplossen door een diagnose te stellen en
daaruitvloeiende behandeling in te stellen
o Het effect van een behandeling te leren evalueren (hercontrole)
o Diagnostische therapie
o Gerichte verzoeken van de eigenaar uitvoeren:
▪ bv. gezondheidscontrole, vaccinatie, controle op rasgebonden afwijkingen,
aankooponderzoek, import, certificering, …
• Melding eigenaar
-> spoed of niet?
-> signalement, anamnese en algemene indruk
-> formulering probleem
-> proble(m)e(n) duidelijk?
o Neen -> algemeen onderzoek -> toespitsing probleemformulering
o Ja -> gericht onderzoek -> toespitsing probleemformulering
2. Materiaal en methoden
2.1 Methoden
• Zintuiglijke waarnemingen
o Gezichtsvermogen -> inspectie
▪ Vorm, kleur en beweging
o Tastzin -> palpatie
▪ Vorm, consistentie en temperatuur
o Gehoor -> auscultatie
▪ Geluiden in borst- en buikholte
▪ Ademhalingsgeruis, …
o Reukzin
▪ Huid, oren, mond
▪ Vb: schimmelinfectie bij oren hond, ketonen
• Hulp van instrumenten
• Inspectie
o Algemene inspectie
▪ Visuele waarneming van het gehele dier
▪ Goed verlichte ruimte (zie hoofdstuk algemene indruk)
o Lokale inspectie
▪ Bepaalde handelingen
▪ Soms focale lichtbron
▪ Specifieke instrumenten
-> zie afzonderlijke orgaanstelsels
,• Palpatie
o Voorzichtig tasten, bij te hard drukken:
▪ Verlies van sensorisch gevoel in vingertoppen
▪ Wegdrukken van te onderzoeken structuren, vnl in buikholte
▪ Pijnreacties bij dier
o Extra handelingen om waarneming uit te breiden: undulatieproef
▪ Voor de vaststelling van vrij vocht id buikholte (ascites)
• Vocht in buikholte kan ook: urine, bloed of vruchtwater zijn
▪ Uitvoering
• Je gaat achter het dier staan
• Aan de ene zijde leg je je vlakke hand als een detector tegen de buik
• Met de vingers vd andere hand geef je een korte tik tegen de
buikwand
• Door de opgewekte drukgolf verplaatst de vloeistof zich en dit kan je
met je andere hand waarnemen
• Let op voor vals positieven: obese hond, volle blaas, cyste, ….
o Beschrijving van een verdikking / massa door inspectie en palpatie
▪ Plaats
• Nauwkeurige lokalisatie kan soms anatomische herkomst vaststellen
▪ Grootte
• Omvang vd verdikking meten in 3 dimensies
• Lineaal, schuifmaag, genummerde kralenstreng
• Bedekkende structuren worden niet meegerekend
o Vorm
▪ Vaak karakteristieke vorm
▪ Soms diffuse orgaanvergroting zonder vormverandering
• ‘diffuse zwelling’ = wat verspreid, niet goed afgelijnd
▪ Evolutie opvolgen: tekening maken met locatie, grootte en vorm
-> afmetingen opschrijven!
, o Consistentie
▪ Variërend van zacht fluctuerend tot steenhard
o Pijnlijkheid
▪ Tumoren meestal niet pijnlijk, uitz bottumoren
• Wel pijnlijk doordat buitenste vlies van bot periost is
-> is heel sterk sensorisch geïnnerveerd
▪ Ontstekingsreacties vaak erg pijnlijk
o Beweeglijkheid
▪ Nagaan of er een verbinding is met omliggende structuren zoals bot en huid
▪ Controleren door huidplooi op te nemen thv verdikking en te vergelijken met
de huid in de omgeving
o Begrenzing en oppervlak
▪ Onduidelijke begrenzing: infiltrerende maligne tumor
▪ Duidelijke begrenzing: meestal benigne tumor
▪ Onregelmatig, glad of geulcereerd oppervlak
Hond: zwelling op basis schouder Anaalzaktumor (kan enkel bij honden) Tumor mastcellen
- Eerst zou je denken aan een - Gaat ulcereren = epidermis wordt
bloeduitstorting doorbroken
-> bij palpatie voel je dat dit hard is -> je krijgt wondes tot door de huid
-> geen bloeding -> gaat bloeden en infecteren
- Kan vetbult zijn (lipoom) -> ulcera worden in stand gehouden
-> ligt los van onderliggend weefsel
en bovenliggende huid + is hard
Je vraagt aan eigenaar hoelang dit er al zit:
- als het er plots is: bloeding
- als het er geleidelijk aan is: lipoom
, o Kleur en temperatuur
▪ Rood en warm: acute ontsteking
▪ Rood, blauw-paars, geel: hematoom
▪ Bruin-zwart: melanine
o Verwante verdikkingen
▪ Multipele verdikkingen
▪ Betrokkenheid regionale lymfeknopen
o Opmerking: resultaat van inspectie- en palpatieonderzoek hangt af van de tijd en
aandacht die eraan besteed wordt!
• Percussie
= bekloppen
o Pijnlijkheid lokaliseren: spieren, botten,…
▪ → Zie hoofstuk orthopedie
o Acoustische percussie
▪ Onderzoek borst- en buikholte
▪ Door kloppen weefsel in beweging brengen → geluidsgolven
▪ Ieder weefsel heeft een bepaalde toon
▪ Indirecte vinger-vingerpercussie
▪ Plessimeter en percussiehamer: rund, paard, grote honden
o Vinger-vingerpercussie (techniek rechtshandigen)
▪ Met middelvinger vd REhand op de middelvinger vd Lihand (thv de articulatie
met de derde falanx) kloppen
▪ Lihand rust tegen dier, de middelvinger wordt steeds met gelijke, matige druk
tegen de huid gehouden
▪ Rechterhand:
• Middelvinger wordt halfcirkelvormig gebogen vanaf de pols
• Bewegingen worden verricht vanaf de pols
▪ Elke slag dient gelijk te zijn
• Te zware slag geeft te lange resonantie
• Te lichte slag penetreert onvoldoende
• Zwaarte van de slag hangt af van de dikte van de thoraxwand
▪ Om grens van twee gebieden met verschillende toon te bepalen best enkele
keren heen en weer gaan
▪ Beperkingen
• Thorax: tot max 7 cm diepte
• Gebied met gewijzigde densiteit moet groter zijn dan 5 cm diameter