Op micro-niveau gaat het om het gedrag van individuen: jij en ik.
De basis is sociaal handelen: hoe mensen bewust op elkaar reageren.
De elementen daarvan zijn interactie en communicatie, die leiden tot
posities en relaties tussen mensen.
Elke persoon neemt een bepaalde rol in en heeft een status binnen die
relaties
Belangrijk is dat je deze concepten kunt definiëren, herkennen en toepassen in
concrete situaties.
5.1: Sociaal handelen
Samenleven betekent ontmoeten
Samenleven betekent dat mensen elkaar ontmoeten: bewust of onbewust.
We praten met elkaar, kijken elkaar aan, raken elkaar aan of ontwijken
elkaar juist.
Ook niet ontmoeten, zoals iemand negeren of vermijden, is een vorm van
sociaal gedrag.
Bij elke ontmoeting, of afwezigheid daarvan, houden we rekening met
elkaar en stemmen we ons handelen af.
Dat noemt socioloog Max Weber sociaal handelen: handelen dat zinvol betrokken
is op anderen.
Wat is sociaal handelen volgens Max Weber?
Volgens Weber is sociaal handelen elk handelen dat:
Gericht is op anderen;
Rekening houdt met hoe anderen zich gedragen of kunnen gedragen;
En dat zich daaraan oriënteert.
Dus: ik doe iets omdat ik verwacht dat de ander op een bepaalde manier zal
reageren.
Voorbeeld: ik glimlach naar iemand omdat ik verwacht dat die persoon vriendelijk
zal terugglimlachen.
Maar ook niet reageren kan sociaal handelen zijn:
Je neemt de telefoon niet op → je wil vermijden met iemand te praten.
Je steekt een hand niet uit → je weigert contact.
Zelfs dat is een bewuste betekenisvolle reactie op een ander.
1
, De vier vormen van sociaal handelen (volgens Weber)
Weber onderscheidt vier basisvormen van sociaal handelen. Ze verschillen door
het motief achter het gedrag, dus waarom iemand iets doet.
1: Affectief handelen
Gebaseerd op emoties of gevoelens.
Je reageert spontaan, zonder nadenken.
Voorbeeld: iemand troosten of iemand omhelzen uit liefde of verdriet.
2: Traditioneel handelen
Gebaseerd op gewoonte of traditie.
Je doet iets omdat het altijd zo gedaan wordt.
Voorbeeld: bij een uitnodiging een geschenk meebrengen, of kussen bij
een begroeting.
3: Waarderationeel handelen
Gebaseerd op waarden en overtuigingen.
Je doet iets omdat je het juist of belangrijk vindt, niet omdat je er iets voor
terugkrijgt.
Voorbeeld: je staat op in de bus voor een oudere persoon of houdt de deur
open uit beleefdheid.
4: Doelrationeel handelen
Gebaseerd op efficiëntie en berekening.
Je kiest je gedrag om een bepaald doel te bereiken.
Voorbeeld: studeren om goede punten te halen, of iemand helpen omdat je
daar later voordeel van verwacht.
Belangrijk verschil:
De intentie bepaalt het type sociaal handelen.
Een jongen die de deur openhoudt voor een oudere vrouw doet dat uit
beleefdheid (waarderationeel).
Doet hij dat voor een meisje dat hij leuk
vindt om indruk te maken, dan is het
doelrationeel.
Interactie en communicatie
Sociaal handelen gebeurt via interactie
(wederzijds handelen) en communicatie (het
uitwisselen van betekenissen). Door herhaalde
2
, interacties ontstaan patronen: zoals samenwerking, conflict of wedijver (Simmel).
Dat zijn de bouwstenen van het sociale leven.
5.2: interactie en communicatie
Samenleven betekent dat mensen voortdurend met elkaar in contact komen. Dat
gebeurt via interactie (wat we doen) en communicatie (wat we bedoelen en
overbrengen). Deze twee horen vaak samen, maar kunnen ook apart voorkomen.
= 2 componenten van het sociaal handelen
5.2.1: Interactie
Wat is interactie?
Interactie betekent letterlijk wisselwerking tussen mensen.
Het gaat om waarneembare handelingen, dingen die je kunt zien of horen.
Mensen reageren op elkaar, anticiperen op wat de ander gaat doen en
geven samen betekenis aan hun gedrag.
Voorbeeld:
Jij glimlacht → de ander glimlacht terug → er is interactie.
Jij houdt de deur open → de ander zegt “dank je” → wederzijdse
afstemming.
Belangrijke kenmerken van interactie:
Wisselwerking: er is altijd actie en reactie.
Anticipatie: je houdt rekening met hoe de ander waarschijnlijk zal
reageren.
Gemeenschappelijke betekenis: beide begrijpen (meestal) wat er gebeurt.
Waarneembaar: je kunt het gedrag echt zien of ervaren.
Interactie in kleine groepen
Sociologen bestuderen interactie vaak in kleine groepen: families,
klasgenoten, teams.
Om dit zichtbaar te maken gebruiken ze een sociogram.
Dat is een tekening die laat zien wie met wie contact heeft, hoe vaak, en
op welke manier.
3