Zie lesopname voor terugkoppeling oefening? + DIA 6 - 16
14.1: The Case study design
Beschrijvende onderzoeksstrategie (les 9)
Wat is het doel van beschrijvend onderzoek?
Het doel is een fenomeen beschrijven, niet meer, niet minder.
Je probeert:
Te beschrijven hoe iets er nu uitziet (de huidige toestand)
Zonder te verklaren waarom het zo is
Zonder te zoeken naar oorzaken of verbanden.
Je beschrijft alleen wat je ziet, meet of observeert.
Wat doet beschrijvend onderzoek NIET?
Het gaat niet over:
Relaties leggen tussen variabelen
Verklaren waarom gedrag gebeurt
Oorzaak-gevolg uitspraken doen.
Je meet één of meerdere variabelen zoals ze natuurlijk voorkomen, maar je
probeert geen verbanden vast te stellen.
Drie soorten beschrijvend onderzoek
1. Observationeel design
→ Gedrag observeren en beschrijven zoals het spontaan voorkomt.
2. Survey design
→ Meningen, attitudes, gedragingen opvragen via vragenlijsten of
interviews.
3. Case study design
→ Een diepgaande beschrijving van één individu of heel kleine groep.
Case Study Design
,Een case study (gevalsstudie) is een diepgaande studie van één persoon, of soms
een heel kleine groep, met als doel een volledig beeld te schetsen van dat
individu.
Waarom case studies in de psychologie?
In veel onderzoek bestuderen we groepen, omdat dit helpt om algemene wetten
te vinden. Maar soms is het individu belangrijker dan de groep.
Bijvoorbeeld:
In klinische psychologie is de toestand van één cliënt belangrijker dan het
“gemiddelde” van 100 cliënten.
Sommige aandoeningen zijn zó zeldzaam dat groepsstudies praktisch
onmogelijk zijn (bv. dissociatieve identiteitsstoornis).
Wat is een case study concreet?
Een zeer gedetailleerde beschrijving van één persoon (of mini-groep).
Je kan gegevens verzamelen via interviews, observaties, testen, medische
gegevens, vragenlijsten, experimenten.
Soms wordt wél een behandeling gegeven (dan is het een case study).
Zonder behandeling noemen onderzoekers het vaak een case history.
Toepassingen van case studies
1. Zeldzame fenomenen
Veel belangrijke kennis komt uit case studies, omdat een groep moeilijk te vinden
is.
Voorbeelden:
Dissociatieve identiteitsstoornis
→ bv. The Three Faces of Eve: één vrouw met drie persoonlijkheden.
Hersenbeschadiging
→ H.M., die na een operatie geen nieuwe herinneringen meer kon vormen.
Door zulke unieke gevallen leren we veel dat anders onbekend zou blijven.
2. Nieuwe therapieën
, Case studies kunnen
Laten zien dat een nieuwe behandeling mogelijk werkt
Aantonen dat een bekende therapie ook toepasbaar is in een nieuwe
context.
Voorbeeld
Een case study waarin exposure therapie succesvol werd toegepast bij een cliënt
met anorexia, omdat angst een rol speelt in het eetgedrag.
3. Case-control vergelijkingen
Een individu wordt vergeleken met een controlegroep, bv.: iemand met
hersenletsel vs. mensen zonder letsel.
Doel:
Kijken waarin de persoon hetzelfde presteert als de groep en waarin hij afwijkt.
Dit kan leiden tot:
Single dissociation → bv. wel problemen met geheugen, maar niet met taal.
Double dissociation → nog sterker bewijs dat verschillende functies in het
brein gescheiden zijn.
Voorbeeld:
Case studies bij personen met Down-, Williams- of Klinefelter-syndroom, waarbij
specifieke taal-, geheugen- of wiskundevaardigheden worden onderzocht.
4. Case studies van teams of organisaties
Een case hoeft geen persoon te zijn.
Het kan ook een: sportteam, bedrijf, dorp, of productie-eenheid zijn.
Voorbeeld: groen-management in bedrijven beschrijven, of fysieke
belasting in een rugbyteam.
5. Case studies van gebeurtenissen
Soms onderzoekt men één enkel incident, zoals:
Een ongeluk,
Een fout in de zorg,
Een bijna-ramp in een fabriek.
Dit helpt om te leren wat er misging en hoe het in de toekomst voorkomen kan
worden.