STAP 2: Hypothese formuleren
Op basis van je interessante vraag bedenk je een voorlopig antwoord: dat is je
hypothese. Later test je met een studie of deze hypothese klopt of niet.
Een goede hypothese heeft vier eigenschappen
1: Logisch
Het volgt uit een duidelijk argument en eerdere kennis of onderzoek.
Voorbeeld:
o Premisse 1: Academisch succes wordt gewaardeerd door ouders en
leraren.
o Premisse 2: Gewaardeerd worden door anderen geeft een sterker
gevoel van eigenwaarde.
o Conclusie (hypothese): Hogere academische prestaties zijn
gerelateerd aan een sterker gevoel van eigenwaarde.
2: Toetsbaar
Je moet de variabelen en personen in de echte wereld kunnen meten en
observeren.
Geen fantasie of hypothetische situaties.
3: Weerlegbaar (falsifieerbaar)
Het moet mogelijk zijn dat resultaten laten zien dat de hypothese fout is.
Als dit niet kan, is het geen wetenschappelijke hypothese.
4: Positief
Formuleer wat er wél gebeurt (bijvoorbeeld: er is een effect of relatie), niet
wat er níet gebeurt.
Zo kun je de hypothese echt testen en bewijzen of weerleggen.
Kortom: een goede hypothese is logisch, meetbaar, kan bewezen of weerlegd
worden, en beschrijft iets dat echt bestaat of gebeurt.
1