1. Differentiële gentranscriptie
1) Epigenetische modificatie
- Histonacetylatie door HAT (histon acetyl transferase) maakt het chromatine
losser en meer beschikbaar voor het RNA polymerase waardoor de transcriptie
kan gebeuren
o Deacetylase door HDAC
- Histonmethylatie door HMT (histon methyl transferase) maakt het chromatine
meer dens waardoor het RNA polymerase niet zal kunnen binden aan de
promotor geen TXN
o Demethylering door HDM
2) DNA methylatie
Inhiberen van de TXN door binding van de TF aan de enhancer te BLOKKEREN
De promotor is CG rijk = CpG eilanden worden gemethyleerd
Hoog CpG gehalte promotoren: standaard AAN (niet gemethyleerd): genen van
ontwikkeling, regulatie synthese TF
Laag CpG gehalte: standaard UIT (gemethyleerd): genen mature cellen
3) Transcriptiefactoren regelen de genexpressie
Ze hebben 3 domeinen
- DNA bindend domein
- Transactivatiedomein: interactie met RNA polymerase en histon
modificerende enzymes
- Eiwit-eiwit interactiedomein
Ze rekruteren histonmodificerende enzymes, stabiliseren de RNA polymerase
activiteit en coördineren de tijdsafhankelijke expressie van genen
4) Pionier TF binden dens DNA
- De enhancer site is soms moeilijk te bereiken voor sommige TF
- Pionier TF kunnen binden aan de enhancer in dens DNA
5) Gen regulatoir netwerk
1. Netwerk ontvangt input van maternale TF van in de eicel
2. Activatie vroege genen in de embro
a. TF --- enhancers in embryonaal DNA
b. De genen worden geactiveerd en zo worden andere TF/signaal moleculen
gesynthetiseerd
3. Activatie paracriene signalen die zorgen voor secundaire TXN in de buurcellen