OG 4:
1. Hof van beroep te Gent:
1) Relevante feiten:
Partijen eerste aanleg:
Eiser: procureur des konings/OM
Verweerder: A.B
Partijen bij beroep:
Appellant: A.B
geïntimeerde: procureur des konings/OM
Feiten:
A.B heeft een Servische nationaliteit en W.V een Belgische. De
verblijfssituatie van A.B was ten tijde van het huwelijk bijzonder precair.
A.B en V.W huwden op basis van juridisch advies. In het vonnis werd hun
huwelijk nietig verklaard. Volgens de rechtbank was het huwelijk een
schijnhuwelijk waarbij A.B geen duurzame levensgemeenschap beoogt
maar enkel uit is op een verblijfsrechtelijk voordeel. A.B tekent hierop
hoger beroep aan.
2) Standpunten partijen:
Appellant: A.B: hij wilt de afwijzing van de oorspronkelijke vordering tot
nietigverklaring en dat het bestreden vonnis wordt hervormd.
Geïntimeerde: wilt dat het vonnis van eerste aanleg wordt bevestigd
3) Relevante wettelijke bepalingen:
- Art 602 GER W., 1°: tegen beslissingen in eerste aanleg van rechtbanken in
eerste aanleg
- Art 624, 1° GER W.
- Art 42-43: ze mag hiervan kennis nemen omdat beide partners hun
verblijfplaats in België is
- Inhoudelijk:
- 146bis oud BW
4) Rechtsvragen:
Beoogden de A.B en V.W een duurzame levensgemeenschap in hun huwelijk van
16 februari 2007 of huwde ze voor een verblijfsrechterlijk voordeel en is het
huwelijk bijgevolg een schijnhuwelijk?
5) Beslissing:
Zowel A.B als V.W hadden bij hun huwelijk niet de intentie om een duurzame
levensgemeenschap te creëren. En AB draagt ondermaats bij aan de gezinslasten
en AB heeft een kind en een vrouw in Kosovo. Hierdoor is het een schijnhuwelijk.
6) Gevolgen:
, Het vonnis van de rechtbank blijft gelden. Het huwelijk is absoluut nietig ex tunc
(met terugwerkende kracht). De gerechtskosten zijn in de eerste en tweede
aanleg zijn voor AB (staat niet letterlijk in de tekst maar de gerechtskosten zijn
altijd voor de verliezende partij) (absoluut: iedereen die er belang bij heeft kan de
nietigheid vorderen en er kan niet afgeweken worden van de nietigheid (want is
van openbare orde)) (relatieve nietigheid: enkel betrokken partijen kunnen de
nietigheid vorderen, moet in limine litis worden opgeworpen)
7) Extra vragen:
- Hij zou dezelfde beslissing nemen op basis van Art 1476bis: ‘Er is geen
wettelijke samenwoning wanneer uit geheel van omstandigheden blijkt dat
de intentie van minstens 1 van beide partijen kennelijk enkel gericht is op
een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van
samenwonende
- Art 213, 217 en Art 221: A.B had een vrouw en een kind in Kosovo en was
dus niet trouw. A.B droeg manifest ondermaats bij aan de gezinslasten en
allerminst de gebeurlijk penibele financiële situatie van W.V verhielp.
2. Familierechtbank te Brussel:
1) Relevante feiten:
Eerste aanleg:
Eisende: Mevrouw Y
Verwerende: meneer X
Tweede aanleg:
Appellant: meneer X
Geïntimeerde: mevrouw Y
Feiten: De twee partijen waren gehuwd en hadden drie kinderen samen. Op 11
juli 2014 verzoekt madame Y de vrederechter om de toestemming om alleen in
de echtelijke woning te verblijven, het behoud van het ouderlijk gezag met
betrekking tot de kinderen omdat meneer x de levensrust verstoorde. De
vrederechter ging in op de eis van de vrouw. De meneer stelt hoger beroep in bij
de rechter van eerste aanleg.
2) Standpunten partijen:
Eerste aanleg
Eisende: wilt het alleen in de echtelijke woning wonen samen met de kinderen en
wilt 200 euro per maand voor de voeding van elk kind en 150 euro per maand
voor de kleding.
Tweede aanleg:
Appellant: in hoofdorde wilt een regeling van week per week (zodat hij geen
onderhoudsbijdrage moet geven)
Hij wilt in ondergeschikte orde dat hij max 100/euro per kind moet bijdragen
1. Hof van beroep te Gent:
1) Relevante feiten:
Partijen eerste aanleg:
Eiser: procureur des konings/OM
Verweerder: A.B
Partijen bij beroep:
Appellant: A.B
geïntimeerde: procureur des konings/OM
Feiten:
A.B heeft een Servische nationaliteit en W.V een Belgische. De
verblijfssituatie van A.B was ten tijde van het huwelijk bijzonder precair.
A.B en V.W huwden op basis van juridisch advies. In het vonnis werd hun
huwelijk nietig verklaard. Volgens de rechtbank was het huwelijk een
schijnhuwelijk waarbij A.B geen duurzame levensgemeenschap beoogt
maar enkel uit is op een verblijfsrechtelijk voordeel. A.B tekent hierop
hoger beroep aan.
2) Standpunten partijen:
Appellant: A.B: hij wilt de afwijzing van de oorspronkelijke vordering tot
nietigverklaring en dat het bestreden vonnis wordt hervormd.
Geïntimeerde: wilt dat het vonnis van eerste aanleg wordt bevestigd
3) Relevante wettelijke bepalingen:
- Art 602 GER W., 1°: tegen beslissingen in eerste aanleg van rechtbanken in
eerste aanleg
- Art 624, 1° GER W.
- Art 42-43: ze mag hiervan kennis nemen omdat beide partners hun
verblijfplaats in België is
- Inhoudelijk:
- 146bis oud BW
4) Rechtsvragen:
Beoogden de A.B en V.W een duurzame levensgemeenschap in hun huwelijk van
16 februari 2007 of huwde ze voor een verblijfsrechterlijk voordeel en is het
huwelijk bijgevolg een schijnhuwelijk?
5) Beslissing:
Zowel A.B als V.W hadden bij hun huwelijk niet de intentie om een duurzame
levensgemeenschap te creëren. En AB draagt ondermaats bij aan de gezinslasten
en AB heeft een kind en een vrouw in Kosovo. Hierdoor is het een schijnhuwelijk.
6) Gevolgen:
, Het vonnis van de rechtbank blijft gelden. Het huwelijk is absoluut nietig ex tunc
(met terugwerkende kracht). De gerechtskosten zijn in de eerste en tweede
aanleg zijn voor AB (staat niet letterlijk in de tekst maar de gerechtskosten zijn
altijd voor de verliezende partij) (absoluut: iedereen die er belang bij heeft kan de
nietigheid vorderen en er kan niet afgeweken worden van de nietigheid (want is
van openbare orde)) (relatieve nietigheid: enkel betrokken partijen kunnen de
nietigheid vorderen, moet in limine litis worden opgeworpen)
7) Extra vragen:
- Hij zou dezelfde beslissing nemen op basis van Art 1476bis: ‘Er is geen
wettelijke samenwoning wanneer uit geheel van omstandigheden blijkt dat
de intentie van minstens 1 van beide partijen kennelijk enkel gericht is op
een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van
samenwonende
- Art 213, 217 en Art 221: A.B had een vrouw en een kind in Kosovo en was
dus niet trouw. A.B droeg manifest ondermaats bij aan de gezinslasten en
allerminst de gebeurlijk penibele financiële situatie van W.V verhielp.
2. Familierechtbank te Brussel:
1) Relevante feiten:
Eerste aanleg:
Eisende: Mevrouw Y
Verwerende: meneer X
Tweede aanleg:
Appellant: meneer X
Geïntimeerde: mevrouw Y
Feiten: De twee partijen waren gehuwd en hadden drie kinderen samen. Op 11
juli 2014 verzoekt madame Y de vrederechter om de toestemming om alleen in
de echtelijke woning te verblijven, het behoud van het ouderlijk gezag met
betrekking tot de kinderen omdat meneer x de levensrust verstoorde. De
vrederechter ging in op de eis van de vrouw. De meneer stelt hoger beroep in bij
de rechter van eerste aanleg.
2) Standpunten partijen:
Eerste aanleg
Eisende: wilt het alleen in de echtelijke woning wonen samen met de kinderen en
wilt 200 euro per maand voor de voeding van elk kind en 150 euro per maand
voor de kleding.
Tweede aanleg:
Appellant: in hoofdorde wilt een regeling van week per week (zodat hij geen
onderhoudsbijdrage moet geven)
Hij wilt in ondergeschikte orde dat hij max 100/euro per kind moet bijdragen