1E BACHELOR HANDELSINGENIEUR, SEMESTER 1
RECHT EN ONDERNEMING: DEEL 1
examen: 40 meerkeuzevragen (cesuur 27/40)
inleiding tot het recht
wat is recht?
recht regelt het menselijk gedrag in
- privéleven (bv. een overeenkomst sluiten, iemand duwen → strafbaar)
- professionele leven (bv. beroep aantekenen tegen examenresultaten)
- als je recht wilt uitoefenen, dan moet je het zelf doen
- iura vigilantibus: het recht behoort aan de waakzamen (je moet er gebruik van maken)
recht bestaat uit 3 soorten regels
1. regels die ons gedrag ordenen
2. regels die sancties opleggen
- vb. je mag niet met 2 op elektrische step → boete
3. regels die het bestaande recht wijzigen of afschaffen (want recht evolueert)
objectief recht subjectief recht
= de rechtsregels zoals ze bestaan = de rechten die u ontleend aan het
objectief recht, dat u kan afdwingen vr de
rechter
vb. volgens de Belgische auteurswetgeving (objectief recht) mag niemand uw afbeelding gebruiken
zonder toestemming.
Bij een foto van een volledige aula moeten personen die dit niet willen, de zaal verlaten.
Staat u toch op de foto, dan kan u hieruit een subjectief recht afleiden.
, 2
de indeling vh recht
nationaal recht
de bron is nationaal
belgisch recht vindt zijn bron bv. in de parlementen van vlaanderen,...
1. privaatrecht (relaties tss burgers)
- vb. iemand te hard slaan
2. publiek recht (relatie tss burger en overheid + tss overheden onderling)
- vb. fiscaal recht
- vb. waalse gewest en brussels hoofdstedelijk gewest,...
privaatrecht:
- burgerlijk recht:
- BW (burgerlijk wetboek) → wordt steeds vernieuwd
- basiswetgeving! voor burgerlijk recht
- bewijsrecht
- ni alles staat erin: ook afzonderlijke wetten
- OBW: oud burgerlijk wetboek → nog ni vernieuwd
- ondernemingsrecht
- recht voor ondernemingen (strenge regels)
- WER: wetboek van economisch recht
- 20 boeken: faillissement, consumentenbescherming, elektronische
handel, …
- WVV: wetboek van vennootschappen en verenigingen
- ni alles staat erin: ook afzonderlijke wetten
- waarom? → in ondernemingsleven moeten zaken snel gaan (vb. iets bewijzen)
- privaatrechtelijk procesrecht = gerechtelijk recht
- het knn afdwingen van rechtsregels
- vb. ergens moeten er rechtbanken zijn waar je naartoe kan gaan, ergens moeten
er beroepsmogelijkheden zijn,...
- regelt heel ons gerechtelijke organisatie: gaat aangeven welke rechtbanken er zijn in
België
- regelt alle procedures
- Ger W: gerechtelijk wetboek
- bevat alles: bepaalt of u in beroep kan gaan, geeft aan waar rechtbanken
zijn,...
- ni alles staat erin: ook afzonderlijke wetten
publiekrecht:
- 1. grondwettelijk recht
- zit hoofdzakelijk in GW (grondwet)
- GW:
- 1. staatsstructuur (federale overheid en dan gewesten en
gemeenschappen)
- 2. basisbeginselen (fundamenteel vr ons land en onze rechtsstaat)
(vb. scheiding der machten)
- 3. rechten en vrijheden (fundamenteel vr ons) (vb. vrijheid v
onderwijs, meningsuiting)
- soms w die rechten ingeperkt door andere rechten (vb. vrijheid van
meningsuiting maar je mag ni zomaar racistische uitspraken maken op de
werkvloer)
- 2. bestuursrecht
- regelgeving/wetgeving vd uitvoerende macht
, 3
- 3. fiscaal recht
- bepaalt financiën vd overheid
- het is een publiek recht: relatie burger/onderneming vs overheid
- BTW wetboek
- WIB (wetboek inkomstenbelastingen)
- 4. strafrecht
- SW: strafwetboek
- ni alles staat erin: ook afzonderlijke wetten
- stelt zaken strafbaar (initiatief vanuit de burger)
- handelingen die onaanvaardbaar zijn → er staan straffen op
- beslissingen: OF de burger zelf als die naar de rechter stapt OF het parket (de
overheid) bij een ingediende klacht
- 5. strafprocesrecht
- juridische procedure die men volgt bij een strafrechtelijk proces
- wetboek van strafvordering
belang v onderscheiding?
→ privaatrecht
● meeste regels zijn van aanvullend/suppletief recht = je kan ervan afwijken
● andere regels
○ dwingend recht (beschermt private belangen)
■ regels waarvan je ni kan afwijken
○ openbare orde (beschermt belangen van overheid / publieke belangen)
■ iedereen kan zich hierop beroepen
● vb. in overeenkomst afgesproken in welke rechtbank geschil gaat gevoerd
worden, kan territoriaal bepaald w, maar de aard vd rechtbank kan niet
bepaald w
→ publiekrecht
● meeste regels zijn v openbare orde
waarom relativeren?
→ in de praktijk vervagen de grenzen tss publiek en privaatrecht steeds meer.
→ veel rechtstakken bevatten elementen v beide
vb. 1) ondernemingsrecht
- eigenlijke ondernemingsrecht = privaatrecht
- economisch recht = publiek recht → hoe moet je jezelf als onderneming op de markt gedragen (vb.
geen verboden prijsafspraak maken, machtspositie misbruiken zoals microsoft)
vb. 2) sociaal recht
- arbeidsrecht (individueel arbeidsrecht = privaat, en collectief arbeidsrecht = publiek)
- eigenlijke sociaal recht = publiek recht
→ probleem: vb. onderneming oprichten: doe je dat via een vennootschap (privaat), fiscale
regels (publiek), aandelen (privaat),...
→ europees recht
- mengt vaak publieke en private elementen
→ overheid
- alles is publiek recht
- maar de laatste jaren: meer privaatrechtelijke technieken gebruiken
vb 1) overheid die gronden/gebouwen willen verwerven (voor bv fietsweg), maar ze moeten stuk
vd voortuinen wegnemen van mensen → vroeger: onteigeningen, nu: koop/verkooptechniek
(twee zijden zijn akkoord)
vb 2) geen ambtenaren ni meer, maar wel werknemers (geen statuut (eenzijdig) meer, wel
arbeidsovereenkomst (tweezijdige handeling)
, 4
internationaal recht
verdragen die we sluiten
vb. landen sluiten overeenkomsten
1. internationaal privaatrecht (IPR)
- recht dat bepaalt welk nationaal recht u toepast bij relaties met buitenlandse elementen
- vb. u bent belg en u botst tegen de auto vd bulgaar in Duitsland
- nationaal WIPR (wetboek internationaal privaatrecht)
- verdragsrecht: verdragen (overeenkomsten tss landen)
2. internationaal publiekrecht of volkerenrecht
- regelen relaties tss landen, relaties tss internationale organisaties
- wordt geregeld door verdragen (onderhandelen, ondertekening, bekrachtiging)
3. europees recht (ER)
- recht dat voortkomt uit de EU (27 lidstaten)
- de VN heeft geen bevoegdheden van belgië gekregen maar de EU wel
1. bevoegdheidsoverdracht
2. primauteit of voorrang van europees recht
3. rechtstreekse of directe werking van europees recht
- vb juridisch probleem, je begint procedure met de rechter, voor de rechter moet je een
rechtsregel voorstellen, (belgische regel), dus je doet beroep op de belgische regel, maar
voor de rechter hebben verdragen geen directe werking, je kan daar geen beroep op doen
een aantal belangrijke begrippen p17
de rechtstaat = een staat waarin de overheid niet zijn eigen belangen voorop stelt, maar wel de
belangen van zijn burgers
→ EVRM: europees verdrag voor de rechten vd mens
- aantal fundamentele rechten en vrijheden die afgedwongen knn worden
- zijn directwerkend (knn we beroep op doen bij de rechter en werken direct)
- landen knn veroordeeld w als ze rechten vd EVRM niet handhaven
de wetstaat = een land vaardigt wetgeving uit om zijn burgers te beschermen → die wetgeving komt
vaak niet ten goede vr de mensen die hier nood aan hebben
- landen beginnen wetgeving uit te vaardigen
- land probeert meer gelijkheid te creëren
- land probeert zwakkere partijen te beschermen
- meer regels v dwingend recht
- hebben we niet te veel wetgeving? → deregulering
3 staatsmachten
1. wetgevende macht: kamer van volksvertegenwoordigers (KVV), vlaams parlement,...
2. uitvoerende macht: de regeringen,
3. rechterlijke macht: heel het rechterlijke apparaat (past regels toe)
→ scheiding der machten: de 3 machten zijn alleen mogelijk te samen en mogen elkaar geen instructies geven +
mag niet geschonden w
de 3 machten houden elkaar in balans (ni volledig onafhankelijk)
relativeren → W controleert U, U benoemt R, R controleert W en U,
democratisch beginsel
zegt dat de wetgeving gemaakt w door de gekozenen vh volk
- democratisch gebrek:
, 5
rechtsorden: structuren
1. EU
1. VN
2. belgische staatsstructuur
a. federaal
b. gemeenschappen en gewesten
c. provincies
d. gemeenten
EU
→ 27 lidstaten
- 1952: EGKS (europese gemeenschap vr kolen en staal)
- frankrijk + duitsland
- doel: politieke samenwerking
- nu nog steeds geen politieke unie want elk land heeft autonomie
- spill-over effect (door economisch samen te werken kom je
automatisch wel bij een politieke eenheid → is niet waar)
- EGKS ondertussen weg
- 1957: EEG (europees economisch gemeenschap) + euratom verdrag
- vrije handel tss lidstaten: eerste stap naar economische eenheid
- EEG → EG → EU
politieke instellingen v EU (organen)
1. europees parlement
2. raad vd eu (raad v ministers vd eu)
3. europese raad
4. europese commissie
5. hof v justitie
1. Europees parlement
- rechtstreekse verkiezing voor 5 jaar
- STRAATSBURG in Frankrijk (1x maand)
- BRUSSEL→ alle plenaire vergaderingen buiten die van in Straatsburg + alle
commissievergaderingen
- bevoegdheden: mede wetgever + goedkeuring vd begroting + resoluties + …
2. Raad vd EU (Raad v ministers vd EU)
- BRUSSEL
- bestaat uit: 27 ministers v lidstaten
- afhankelijk vd materie die behandeld w door de raad zitten er andere
ministers bijeen
- vertegenwoordigen nationale belangen
, 6
- mede wetgever
- men werkt meer en meer met de gekwalificeerde
meerderheid
- voorzitterschap wijzigt elke 6 maanden: (nu: Denemarken)
- belangrijk! → de voorzitter bepaalt de agenda en de werkzaamheden
3. Europese Raad
- vergaderingen vd staats- en regeringsleiders vd 27 lidstaten
- Vz vd Eur. commissie + Vz vd Eur. raad (Vz = voorzitter)
- permanente Vz (2,5j, mandaat 5j): (Antonio) Costa
- bepaalt het beleid: waar het met de EU naartoe gaat (geen wetgevende
bevoegdheid)
- BRUSSEL
4. Europese commissie
- permanent orgaan: mandaat 5j (leden knn herbenoemd w)
- iedere lidstaat mag een lid vd Eur. commissie aanduiden
- dus 27 commissarissen
- mogen geen nationale belangen meer verdedigen, maar nu Europese
belangen behartigen!
- lidstaat mag geen advies/bevelen geven aan een commissaris
- BRUSSEL
- functie: neemt de initiatieven tot wetgeving
→ hoge vertegenwoordiger
- de commissaris die zich bezighoudt met buitenlandse betrekkingen
- vertegenwoordigt de EU naar buiten toe
- europese minister van buitenlandse zaken (kallas)
5. Hof v justitie
- past normen toe en legt deze uit
- LUXEMBOURG
- gerecht vd EU
- hvj: samenstelling: 2 soorten rechters (magistraten):
- 1 eigenlijke rechters: ieder LS duidt 1 rechter aan (27 rechters dus)
- advocate generaal = magistraten die andere taken uitoefenen dan de
eigenlijke rechters
- bevoegdheden: waar houdt het hvj zich mee bezig?
- kan LS veroordelen
- bv. als LS de omzettingstermijn vd richtlijn niet behalen
- vernietiging v secundair europees recht
- bv. als uitvoeringswetgeving strijdig is met een vd verdragen, kan 1 vd
instellingen een nietiging vragen bij hvj om europese normen nietig te
verklaren.
- prejudiciële procedure: procedure vd prejudiciële vragen
- nationale procedure
- rechter stuurt vonnis prejudiciële vraag naar hvj, aanvaard vonnis en
start procedure op in het hvj