Verpleegkundige zorgverlening
4.1
verschillende benaderingswijzen benoemen in de zorg voor mensen met dementie
uitleggen waaruit de verpleegkundige zorg bestaat in het ondersteunen, begeleiden en
verzorgen van de oudere met dementie en zijn individuele zorgbehoeften
benoemen welke rol en taken de verpleegkundige heeft in het begeleiden van
mantelzorgers bij zorgvragers met dementie
zie geneeskunde les 4.2 voor dementie en les 4.1 voor palliatieve zorg
mantelzorger onder druk
ouderen en mantelzorgers ervaren lichamelijke en cognitieve achteruitgang als ingrijpend. De
gevolgen van het verlies van zelfstandigheid brengen heftige emoties met zich mee. Relaties komen
onder druk te staan, zeker bij noodgedwongen geven van mantelzorg. Het leven van ouderen en
mantelzorgers raakt daardoor verder uit balans en toekomst wordt onzeker.
Mantelzorgers maken voornamelijk deel uit van familiesysteem waarin zaken heel goed kunnen
gaan, maar deze ook levensfasegerelateerde stressoren met zich mee kunnen brengen.
Externe en persoonlijke factoren
Somatische functiekenmerken
Geregeld is er sprake van pijn, angst voor dood, onzekerheid, verwardheid en besef van verlies op
vele fronten, waaronder verlies van autonomie en zelfstandigheid.
Verlies op lichamelijk niveau.
Verlies op psychisch niveau. Geldt ook voor mantelzorgers.
Verlies op sociaal en maatschappelijk niveau.
Cognitieve functiekenmerken
Mantelzorgers geven aan dat cognitieve problematiek van partner of ouders enorme impact heeft op
onderlinge relaties. Daarnaast blijkt dat vele mantelzorgers inhoudelijk onvoldoende op de hoogte
zijn van dingen.
Persoonlijkheidsfunctiekenmerken
Persoonlijkheidsstoornis Duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk
binnen cultuur van betrokkene afwijken van verwachting.
3 niveau van ernst.
Mensen die diagnose persoonlijkheidsstoornis of -probleem krijgen, zijn meestal slecht in staat
zichzelf te troosten, gerust te stellen of te kalmeren. Voortdurend gevoel van onrust en innerlijke
leegte. Er is moeite met differentiëren in gevoelens, omgaan met ambivalenties en cognitief affectief
niveau schiet tekort. Eenzaam. Zij reageren met afwerend gedrag.
Ervaren grote moeilijkheden in relaties en hun relaties ervaren grote problemen met hen.
Onder stress kunnen persoonlijkheidsstoornis- of probleem zowel bij ouderen als bij mantelzorgers
oplaaien. Gebrek aan adequate coping ten aanzien van levensfasegerelateerde problematiek zorgt
ervoor dat persoonlijkheidsstoornis en problematiek zich juist in zorgrelatie zelf kunnen uiten.
Belevingsfunctiekenmerken
Depressie bij ouderen, maar ook bij mantelzorgers worden in verschillende onderzoeken het meest
herkend. Onzichtbaar blijven echter onderliggende problemen. Tevens komt vaak psychiatrische
comorbiditeit voor.
,Sociale omgevingskenmerken
Veranderingen in gezin zijn groot. Ouder worden met beperkingen zorg voor sterk verminderde
kwaliteit van leven. Door ernstige beperkingen komen zij in levensfase terecht die zij nog niet hadden
verwacht en die veel incasseringsvermogen en aanpassing van hen vraagt.
Inzicht in relatieproblemen van oudere echtparen, maar ook in problemen tussen ouderen en hun
kinderen levert belangrijke informatie op. stress in zorgrelatie laat conflicten naar boven komen die
vervolgens weer kunnen leiden tot verbreken van contact tussen ouderen en kinderen of kinderen
onderling.
Levensgeschiedenis
Ingrijpende en traumatische gebeurtenissen die zich al eerder hebben voorgedaan, kunnen in huidige
leven van ouderen en mantelzorgers grote impact hebben. Vormen zware belasting naast
lichamelijke en psychische achteruitgang.
Lichamelijke, cognitieve en psychische problemen kunnen triggers zijn voor trauma uit het verleden.
Ouderen hebben veel tijd om hun gedachten over het verleden te laten gaan. Maar omstandigheden
kunnen er ook voor zorgen dat het verleden zich aan hen opdringt.
Assessment en diagnostiek
Signaleren
Alvorens direct aan de slag te gaan of te reageren op gepresenteerde probleem is het van belang
uitgebreid assessment bij mantelzorgers te doen, onder andere om ernst en complexiteit van
problematiek in te kunnen schatten. Bevragen onderwerpen op dimensies somatiek, cognitie,
persoonlijkheid, beleving, sociale omgeving en levensgeschiedenis.
Bevindingen op deze dimensies leiden tot vaststellen thema’s voor multidisciplinair
behandel-/zorgplan. Aan de hand van geselecteerde thema’s worden vervolgens passende
interventies per discipline afgesproken. Instrumenten:
- MantelScan.
Instrument voor professionals om samen met zorgvragers en mantelzorgers zorgnetwerk in
kaart te brengen, waarbij aandacht is voor draagkracht en draaglast van netwerk. Biedt
visuele hulpmiddelen die helpen bij structureren informatie.
- Genogram.
Geeft snel inzicht in problemen en in belangrijke levens- en familiegebeurtenissen. In
MantelScan wordt slechts basis van mogelijkheden van dit instrument gebruikt. Het
genogram is niet alleen diagnostische methode, maar kan ook van therapeutische waarde
zijn. Het biedt proces waarbinnen op veilige manier aan verbetering van communicatie
gewerkt kan worden en aan delen en uitwisselen belangrijke gebeurtenissen. Deze manier
van werken biedt eveneens mogelijkheden om tot goede en realistische doelstellingen te
komen. Tevens ontstaat er ruimte om niet alleen aan problemen aandacht te besteden, maar
ook aan positieve mogelijkheden en toekomst.
- Self-Rated Burden en EDIZ.
Gevraagd wordt of mantelzorger ervaren belasting wil uitdrukken in getal tussen 0 en 100.
Aan hand van 9 vragen wordt vervolgens ervaren belasting van mantelzorger verder in kaart
gebracht.
- Andere instrumenten om overbelasting tijdig te signaleren vanuit perspectief van
mantelzorger zijn Ervaren Druk door Informele Zorg en Caregiver Strain Index.
- Ecomap.
, Brengt sociale netwerk van ouderen en mantelzorgers in kaart. Waar genogram zich beperkt
tot familienetwerk, staat in ecomap gehele sociale netwerk in spotlight.
Interventies
Preventieve interventies
Paragraaf hierboven.
Curatieve interventies
Algemene regulier hulpmiddel voor verpleegkundige om mantelzorger te ondersteunen is sofamodel.
Vanuit dit model kan verpleegkundige op 4 manieren ondersteuning bieden.
1. Samenwerken;
2. Ondersteunen;
3. Faciliteren;
4. Afstemmen.
Interventiëren bij complexe kwetsbare ouderen met ernstige psychiatrische symptomen en hun
mantelzorgers vraagt om 2e stap. Contextuele therapie, ook wel intergenerationele therapie, kan
deze context vormen. Het betreft therapeutische benadering die problemen en levensvragen niet los
ziet van wat generatie na generatie is doorgegeven en ontvangen. Verbondenheid naasten vormt
context. Preventieve en herstellende manier van werken en is geschikt voor individuele therapie,
maar ook gezin etc. omdat er rekening wordt gehouden met afkomst en toekomst.
Term contextueel is gekozen om dynamische verbondenheid aan te geven van persoon met zijn
relaties, dwars door generaties heen. 4 dimensies:
1. Feiten
2. Behoeften
3. Interacties
4. Relationele ethiek
4e voornaamste dimensie. Balans van geven en nemen.
Als verpleegkundige ingezette interventies onvoldoende effect hebben, kan bij matige tot ernstige
mantelzorgproblemen worden verwezen naar systeem therapeut.
Zelfmanagementondersteuning van mantelzorg en ouderen
Motivatietechnieken. Daarnaast van belang aanpassingen te doen of ondersteuning te bieden,
afgestemd op mogelijke andere functiestoornissen
4.2
aan de hand van casuïstiek aangeven welke verpleegkundige zorg wordt verwacht bij
ondersteuning bij de uitscheiding
een vochtbalans berekenen
verschillend incontinentiemateriaal en materiaal voor stomaverzorging herkennen en
toepassen in casuïstiek
wat is uitscheiding?
Afvoeren afvalstoffen door darmen, blaas en huid. Natuurlijk proces van lichaam om afvalstoffen en
vocht te verwijderen. Ander woord urineren: mictie. Ander woord ontlasting: feces.
Waarom verleen je zorg bij uitscheiding?
Let op hygiëne. Je beoordeelt hoe zorgvrager zorg ervaart. Ook observeer je uitscheidingsproducten.
, Belangrijk onderdeel bij verpleegkundige zorg vanwege hygiëne, zorg om welbevinden van
zorgvrager en om uitscheidingsproducten te kunnen observeren en afwijkingen te signaleren.
Hygiëne
Vuil en bacteriën. Om die niet te verspreiden, reinig je in eerste plaats zorgvrager zelf, maar ook
omgeving en alle oppervlakken en hulpmiddelen die met uitscheiding in aanraking zijn geweest. Ook
zelf hygiënisch: handen wassen voor en na handeling die met uitscheiding te maken heeft, werken
volgen protocol, dragen handschoenen.
Zorgvrager die hulp nodig heeft, kan zich schamen. Begrip tonen en goed en methodisch verzorgen.
Besmettelijke ziekten worden niet via toiletbril of toilet overgedragen. Als bekend is dat zorgvrager
ziekte heeft, moet je jezelf beschermen door handschoenen te dragen. Na verwijdering bijv.
uitscheiding, plek reinigen en desinfecteren met chlooroplossing of alcohol 70%.
Methodische werken bij zorg bij uitscheiding
Stemt zorg af op behoefte zorgvrager, observeert uitscheidingspatroon, geeft zorg die is afgestemd
op zorgbehoefte en coördineert en evalueert zorg.
Zorgbehoefte inschatten
Eerste verpleegplan doorlezen. Hoe is defecatiepatroon. Hoe is mictiepatroon. Heeft zorgvrager
problemen met ophouden urine of ontlasting. Heeft zorgvrager last van overmatig transpireren of
sterke transpiratiegeur. Hoe verloopt menstruatie. Als zorgvrager maaginhoud uitbraakt: op welke
manier braakt zorgvrager en waar komt het door, geur, kleur, samenstelling, hoeveelheid. Wat zijn
wensen en gewoonten. Hoe is zelfzorg. Wil de zorgvrager van jou nog iets weten of leren over
uitscheiding.
Je verzamelt ook gegevens over factoren die van invloed zijn op uitscheiding. Drinkt voldoende, hoe
is vochtbalans, beweging, dieet, medicatie, spanningen of stress.
Taken verpleegkundige
Acties bij vaardigheidstekort/volledige overname zelfzorg
- Po of urinaal
- Incontinentiematerialen
- Zorgvrager met verblijfskatheter verzorgen
- Microklysma geven
- Zorgvrager verzorgen bij menstruatie
- Stoma verzorgen
- Fecescollector inbrengen
Gedeeltelijke overname zelfzorg
- Hulpmiddelen uitscheiding toepassen
- Uitscheiding bevorderen met behulp van natuurlijke middelen
- Hulp bieden opgeven sputum/bij braken/bij menstruatie/bij hevige transpiratie
Acties bij kennistekort of motivatietekort/begeleiding bij zelfzorg