Niet een opzichzelfstaande ziekte! Maar een klinisch syndroom dat het gevolg is van een
onderliggende cardiale of systemische aandoeningen. -> dus een verzakelijk van symptomen en
verschijnselen die voortkomen uit een verstoorde pomp- of vullingsfunctie van het hart. NHG
Classificatie: de diagnostische classificatie volgens internationale richtlijnen is gebaseerd op de
Belangrijke gevolgen linkerventrikelejectiefractie (LVEF), veelal bepaald met echocardiografie:
- Vochtretentie -> longoedeem, perifere oedeem - HFpEF: hartfalen met behouden (preserved) LVEF (≥ 50%)
- Verminderde cardiale output -> verminderde orgaanperfusie. - HFmrEF: hartfalen met matige (midrange) LVEF (40-49%)
- HFrEF: hartfalen met verminderde (reduced) LVEF (< 40%)
Acuut hartfalen
Klinische tekenen Anamnese
- (Half)zittende houding, angstige blik, reutelende/versnelde ademhaling, bleek/grauwe kleur, - Klachten: verminderd inspanningsvermogen, kortademigheid, vermoeidheid, orthopneu,
transpireren, klamme koude huid aanvalsgewijze nachtelijke dyspneu, perifeer oedeem, nycturie.
- Verhoogde ademfrequentie, vergrote ademarbeid, verlaagde saturatie - Uitlokkende factoren: angineuze klachten; palpitaties of syncope; gebruik van toxische stoffen (alcohol,
- Pols meestal snel en zwak cocaïne, cytostatica); gebruik van geneesmiddelen die kunnen leiden tot natrium- en vochtretentie
- Bloeddruk in ernstige situaties soms verlaagd (NSAID’s, corticosteroïden); schildklierfunctiestoornissen; anemie.
- Oedeem, gestuwde halsvenen (verhoogde centraalveneuze druk). - Voorgeschiedenis: cardiale problemen.
- Risicofactoren voor hart- en vaatziekten: roken, hypertensie, diabetes mellitus type 2, overmatig
- Auscultatie hart: hartgeruis, aritmie of extra toon alcoholgebruik, hypercholesterolemie, obesitas en chronische nierschade.
- Auscultatie longen: tweezijdig crepiteren, veelal ook rhonchi, soms piepen (bij acute LO
exacerbatie van chronisch hartfalen mogelijk ook demping en nauwelijks of geen ademgeruis
- Algemeen: pols, bloeddruk en ademfrequentie
basaal, passend bij pleuravocht)
- Auscultatie hart: let op hartgeruisen wijzend op klepafwijkingen
Beleid - Palpatie ictus cordis: passend bij hartfalen indien buiten de midclaviculairlijn in rugligging of
Bij telcontact: adviseer de patiënt rechtop te zitten met afhangende benen. Adviseer alvast een heffend/verbreed in linker zijligging
dosis nitroglycerine 0,4 mg of isosorbidedinitraat 5 mg sublinguaal in te nemen (indien beschikbaar), - Tekenen van overvulling:
ongeacht of er pijn op de borst is. Laat een ambulance (A1) bellen en maak een visite. o Verhoogde centraal veneuze druk (uitgezette halsvenen)
In aanwezigheid van de patiënt: Bel een ambulance (A1). Geef zuurstof indien beschikbaar, 10-15 o Pulm: crepitaties, demping, verminderd ademgeruis basaal; soms rhonchi, piepen
l/min via een non-rebreathing masker. Plaats de patiënt in zittende houding. o Abdomen: vergrote lever, ascites
Bij systolische bloeddruk > 90 mmHg: geef elke 5 minuten nitroglycerine 0,4 mg sublinguaal, 1-2 o Perifeer oedeem (enkels en sacrum)
sprays tot de klachten voldoende verbeteren of de systolische bloeddruk daalt < 90 mmHg. - Voedingstoestand en gewicht
Contra-indicatie voor nitroglycerine: recent gebruik van een fosfodiësterase-5-remmer (avanafil, AO
sildenafil, tadalafil, vardenafil). Breng een infuusnaald in en spuit door met NaCl 0,9% 2 ml . Laboratoriumonderzoek en ECG
Geef bij dyspneu met aanwijzingen voor vochtretentie furosemide 40 mg intraveneus in 2-3 min of - Bepaal BNP of NT-proBNP (niet bij atriumfibrilleren), met als afkapwaarden:
bumetanide 1 mg intraveneus (maximaal 4 mg). Doseer hoger bij eGFR < 30 ml/min/1,73m2. o BNP 35 pg/ml (komt overeen met 10 pmol/l)
Wees terughoudend met morfine o NT-proBNP 125 pg/ml (komt overeen met 15 pmol/l)
- Verricht een ECG, desgewenst met interpretatie door een cardioloog
- Bij patiënten met atriumfibrilleren: echocardiografie
- Overweeg uitbreiding van het laboratoriumonderzoek:
o Hb, TSH en glucose ter uitsluiting van andere oorzaken en comorbiditeit
o natrium, kalium, eGFR en creatinine bij sterk vermoeden van hartfalen en mogelijk starten van
medicatie
Echocardiografie: verwijs bij verhoogd (NT-pro)BNP en/of afwijkend ecg naar de cardioloog voor echo cor.
Aanvullend onderzoek indien geen verwijzing naar de tweede lijn
- Bij verhoogd (NT-pro)BNP en/of afwijkend ecg: eerstelijns echocardiografie indien mogelijk
- Overweeg onderzoek om andere oorzaken en eventuele comorbiditeit uit te sluiten:
o Hb, glucose, TSH
o X-thorax (pneumonie, maligniteit)
o spirometrie (astma, COPD)