HERKAUWERS
Watts Van Caeneghem
Deze samenvatting is gebaseerd op lesmateriaal van Watts
Van Caeneghem. Deze bevat geen oefeningen rond
rantsoenberekeningen, wel de theorie hierover.
1
, Inhoud
H1: Voedergewassen ............................................................................................... 3
1. Hoofdeigenschappen plantaardige voedermiddelen ........................................ 3
1.1. Plantaardig vs. dierlijk ............................................................................. 3
1.2. Ruwvoeder vs. krachtvoeder ................................................................... 4
1.3. Economisch belang ................................................................................ 4
2. Ruwvoeders .................................................................................................. 5
2.1. Verse ruwvoeders (= groenvoeders) ......................................................... 5
2.2. Geconserveerde ruwvoeders (= kuilvoeders) ...........................................10
2.3. Bijkomende ruwvoeders.........................................................................16
3. Krachtvoeders .............................................................................................21
3.1. Onbewerkt ............................................................................................22
3.2. Bewerkt ................................................................................................28
Hoofdstuk 2: Voeding van het paard .........................................................................30
1. Theoretische basis .......................................................................................30
1.1. Anatomie ..............................................................................................30
1.2. Behoeften .............................................................................................38
2. Praktische aanpak........................................................................................42
2.1. Het oog v/d meester (paard beoordelen) .................................................42
2.2. Klassieke voedermiddelen: voeder beoordelen ........................................44
2.3. Voederen beoordelen ............................................................................51
3. Rantsoenanalyse .........................................................................................52
3.1. Principes ..............................................................................................52
3.2. Oefening...............................................................................................54
3.3. Voedingsgerelateerde problemen ...........................................................55
3.4. Aangepaste rantsoenen .........................................................................58
H3: Voeding v/d herkauwer......................................................................................62
1. Theoretische basis .......................................................................................62
1.1. Anatomie en fysiologie ...........................................................................62
1.2. Behoeften .............................................................................................69
Bijlagen:................................................................................................................... i
1. Landbouwvoertuigen ...................................................................................... i
2. Voedersoorten .............................................................................................. iii
2
, H1: Voedergewassen
1. Hoofdeigenschappen plantaardige voedermiddelen
1.1. Plantaardig vs. dierlijk
Plantencel:
- Dikke celwand: bestaat uit ruwe
celstof of structurele koolhydraten =>
steunfunctie, moeilijk te verteren.
o Lignine.
o Cellulose.
o Hemicellulose.
o Pectine.
- Bepaald % RC:
o Uitz. melasse: product uit suikerraffinaderij.
o dierlijke producten: gist.
- Weende analyse:
o Droge stof:
▪ Organische stof (in de celinhoud): bepaalt voederwaarde.
• Ruw eiwit.
• Ruw vet.
• Ruwe celstof.
• Suiker, zetmeel.
o Water.
Zolang dikke celwand niet afgebroken wordt, kan het dier de celinhoud niet
opnemen. Bij een paard kan 50% afgebroken worden.
Bijvoorbeeld: gras:
- = 80-85% vocht => 20% DS.
- De rantsoenberekeningen zullen we werken met DS => zo kan je weten met
hoeveel voer je andere soort voer kan vervangen.
o 5kg vers gras = 1kg DS.
o 5kg droog kuilvoer = 3kg DS.
o 5kg hooi = 4kg DS.
3
, 1.2. Ruwvoeder vs. krachtvoeder
Ruwvoeders (RV):
- = RC-rijk (> 15%).
- + weinig vermalen/verkleind.
o Bv. luzernekorrels ≠ ruwvoeder.
o Luzernehooi = ruwvoeder (strikt genomen).
- = algemeen laag energetisch (relatief).
o ‘veel’ vocht.
o ‘weinig’ DS waarvan veel RC.
krachtvoeders (KV) = energie, hoog ds, weinig RC, verkleind of vermalen.
1.3. Economisch belang
Voedergewassen:
- = basisvoeding paarden & herkauwers.
- Belangrijke factor bedrijfsrendabiliteit.
o Belangrijk kostenplaatje.
o Belang gezondheid & prestatie.
Kosten:
- 2013 => 120€/ton.
- Vandaag => 170€/ton.
- Verschil: 50€/ton => Hoe zwaar weegt dit door?
Stel: paard 600 kg, 2% LG aan DS.
- Gegeven: 2% van 600kg = 12 kg DS.
- DS % hooi? = 85%.
- 850 g DS => 1000 g hooi.
- 12000 g DS => 14 000 g hooi of 14 kg hooi.
- 14 kg hooi per dag X 30 dagen = 420 kg hooi/maand 50€ extra => 1000 kg hooi.
- 21 € extra => 420 kg hooi.
- 21€ X 12 maand = 252€/jaar/paard.
- Gemiddeld aantal pensionpaarden per stal = 38 paarden.
- 252€ X 38 paarden = 9 576€ Extra t.o.v. 2013.
4