Wat ga je doen? Hoe ga je dat doen? Waarom ga je dit doen? Waar heb je het
vandaan/bewijs?
Voorbereiding Maak zo snel mogelijk een afspraak. Afspraak maken met Je wil het slechte nieuws (Jonathan Silverman, 2011)
desbetreffende persoon. zo snel mogelijk brengen
Voldoende tijd reserveren en tijdens het en mag deze informatie
gesprek mag er niemand storen. Houdt tijd vrij voor deze ook niet verborgen houden
persoon en hang eventueel voor deze persoon.
Kies een aangename, bekende een kaartje voor de deur met
omgeving. “niet storen”. Om de persoon goed te
kunnen begeleiden bij dit
Nodig eventueel ook de partner, een Kies bijvoorbeeld een gesprek is het voor die
familielid of vriendin uit. ruimte waar deze persoon persoon fijn wanneer er de
al eens is geweest en/of tijd wordt genomen om over
Bereid je goed voor. vaker komt. het slechte nieuws te
vertellen. Ook is het fijn
Zet je eigen gevoelens en associaties Meld het bij die persoon door wanneer dit gesprek niet
zo veel mogelijk op zij. te zeggen: “als u het fijn vind telkens onderbroken wordt.
mag u uw partner
meenemen tijdens het In een ruste omgeving is
gesprek.” het gewoon prettiger voor
de desbetreffende
Bereid je voor in de persoon.
situatie, de medische
gegevens en de Wanneer het slechte nieuws
achtergrond van de gebracht is kan de persoon
patiënt. troost vinden bij de partner
of vriendin.
Probeer bijvoorbeeld ergens
anders aan te denken. Dit doe je sowieso om
geen fouten te maken. Ook
dien je op de hoogt te zijn.
De persoon moet niet het
idee krijgen dat hij/zij jou
moet troosten. Het draait
hier om de patiënt en niet
jezelf.
Opening/Inleiding Geef een samenvatting van de Geef de samenvatting en Je leidt hierbij het gesprek (Jonathan Silverman, 2011)
gebeurtenissen tot nu toe; verifieer vraag of het klopt. in.
, of de persoon het met je
samenvatting eens is. Vraag of er wat gebeurd is Je toont hierbij interesse en
sinds de laatste afspraak. kan hier verder op in spelen.
Zoek uit wat er sinds de laatste
ontmoeting gebeurd is. Vraag hoe hij/zij zich voelt. Door dit te doen kom je
Vat dit kort samen. erachter hoe de persoon
Probeer vast te stellen hoe de zich voelt en hoe hij/zij
persoon zich voelt en hoe hij/zij Doe voorstellen en laat de denkt.
denkt. patiënt voorstellen doen.
Door samen te werken wek
Overleg over het gevolg. je een relatie op.
Kern Stel vast wat de patiënt begrijpt en Vraag aan het begin wat Door dit te vragen bespaar (Jonathan Silverman, 2011)
wat hij/zij al weet. hij/zij al begrijpt en laat het je tijd om het anders nog
eventueel samenvatten. uit te leggen.
Waarschuw dat er onaangename
informatie gaat komen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik moet u Je bereidt de patiënt zich nu
zeggen dat het veel ernstiger voor op slecht nieuws. Zo
Geef basale informatie. is dan we hadden komt het niet als een totale
gehoopt…”. verassing.
Stem uw uitleg af op de gezichtspunten
en de situatie van de patiënt. Ben eerlijk en eenvoudig. Het moet duidelijk zijn
Herhaal belangrijke voor de patiënt. Ook
Geef niet te vroeg te veel informatie. punten. verdient de patiënt de
waarheid te weten, dus
Geef de informatie in kleine stukjes Ga na hoe emotioneel die wacht niet te lang met
tegelijk en in de juiste volgorde. persoon is en bekijk vanuit slechte nieuws.
daar wat je nog gaat
Let op je tempo. vertellen. Soms is de informatie zo
heftig dat iemand even moet
Let op je taalgebruik. Wees niet zachtzinnig, bijkomen. Het is dan niet
bouw de informatie rustig verstandig om te veel
Let de hele tijd op uw eigen non- op en overdonder de informatie te geven.
verbale gedrag. patiënt niet direct met alle
harde feiten. Je moet eerlijk blijven
Let op non-verbale signalen van de maar bouw het rustig op.
patiënt. Begin bij het begin en kijk Het is al niet niks.
hoever je komt met vertellen.
Respecteer stilte. Het moet overzichtelijk
Controleer herhaaldelijk blijven voor de patiënt.
, Blijf pauzeren. wat de patiënt begrijpt en
hoe hij zich voelt. Hiervoor zorg je dat het
Sluit aan op behoeftes. duidelijk en overzichtelijk
Stem je taalgebruik af op het is voor de patiënt.
Moedig de patiënt aan zijn gevoelens te begripsvermogen, de
uiten en geef al snel aan dat je reacties en de emoties van Het moet begrijpelijk blijven
daarvoor openstaat. de patiënt. Vermeid jargon. voor de patiënt.
Reageer op de gevoelens en de Kijk de mensen aan, ga Hierdoor laat je zien dat
houding van de patiënt. niet lachen, praat rustig het je wat doet en toon je
etc. begrip.
Informeer of de patiënt al eerder een
idee had van de gegeven informatie. Kijk naar Hier kan je dan op inspelen.
gezichtsuitdrukkingen,
Controleer of de patiënt alle lichaamstaal, stiltes en Stiltes kunnen als prettig
informatie heeft begrepen. tranen. ervaren worden.
Let goed op verschillen in interpretatie. Geef ruimte voor stiltes Zo krijgt de patiënt de
ook wanneer de patiënt gelegenheid om vragen te
Wees zelf niet bang voor emoties of zich afsluit en niet meer stellen.
verdriet te tonen. luistert. Erken eventuele
erkenningen. De behoefte per persoon is
Steun. anders en door aan te
Door bijvoorbeeld stiltes te sluiten bij die behoeftes
Plannen. houden. bespaard dit tijd.
Geef een overzicht van het mogelijke Probeer dit tijdens het Hierbij nodig je uit tot
verdere verloop van de ziekte. gesprek te peilen. emoties.
Geef hoop maar wees realistisch. Zeg bijvoorbeeld: “Dit komt Goed voor de relatie en
hard aan he?” geeft de patiënt een
Kies duidelijk de kant van de patiënt. vertrouwd gevoel.
Doe dit met acceptatie,
Leg de nadruk op het begrip kwaliteit medeleven en interesse. Hier kan je op inspelen.
van leven.
Vraag hierna. Zo kan je controleren of de
Bespreek het vangnet. patiënt de informatie
Zeg bijvoorbeeld: “Wilt u bergrepen heeft. Voor
nog eens doornemen wat eventuele misvattingen.
vandaan/bewijs?
Voorbereiding Maak zo snel mogelijk een afspraak. Afspraak maken met Je wil het slechte nieuws (Jonathan Silverman, 2011)
desbetreffende persoon. zo snel mogelijk brengen
Voldoende tijd reserveren en tijdens het en mag deze informatie
gesprek mag er niemand storen. Houdt tijd vrij voor deze ook niet verborgen houden
persoon en hang eventueel voor deze persoon.
Kies een aangename, bekende een kaartje voor de deur met
omgeving. “niet storen”. Om de persoon goed te
kunnen begeleiden bij dit
Nodig eventueel ook de partner, een Kies bijvoorbeeld een gesprek is het voor die
familielid of vriendin uit. ruimte waar deze persoon persoon fijn wanneer er de
al eens is geweest en/of tijd wordt genomen om over
Bereid je goed voor. vaker komt. het slechte nieuws te
vertellen. Ook is het fijn
Zet je eigen gevoelens en associaties Meld het bij die persoon door wanneer dit gesprek niet
zo veel mogelijk op zij. te zeggen: “als u het fijn vind telkens onderbroken wordt.
mag u uw partner
meenemen tijdens het In een ruste omgeving is
gesprek.” het gewoon prettiger voor
de desbetreffende
Bereid je voor in de persoon.
situatie, de medische
gegevens en de Wanneer het slechte nieuws
achtergrond van de gebracht is kan de persoon
patiënt. troost vinden bij de partner
of vriendin.
Probeer bijvoorbeeld ergens
anders aan te denken. Dit doe je sowieso om
geen fouten te maken. Ook
dien je op de hoogt te zijn.
De persoon moet niet het
idee krijgen dat hij/zij jou
moet troosten. Het draait
hier om de patiënt en niet
jezelf.
Opening/Inleiding Geef een samenvatting van de Geef de samenvatting en Je leidt hierbij het gesprek (Jonathan Silverman, 2011)
gebeurtenissen tot nu toe; verifieer vraag of het klopt. in.
, of de persoon het met je
samenvatting eens is. Vraag of er wat gebeurd is Je toont hierbij interesse en
sinds de laatste afspraak. kan hier verder op in spelen.
Zoek uit wat er sinds de laatste
ontmoeting gebeurd is. Vraag hoe hij/zij zich voelt. Door dit te doen kom je
Vat dit kort samen. erachter hoe de persoon
Probeer vast te stellen hoe de zich voelt en hoe hij/zij
persoon zich voelt en hoe hij/zij Doe voorstellen en laat de denkt.
denkt. patiënt voorstellen doen.
Door samen te werken wek
Overleg over het gevolg. je een relatie op.
Kern Stel vast wat de patiënt begrijpt en Vraag aan het begin wat Door dit te vragen bespaar (Jonathan Silverman, 2011)
wat hij/zij al weet. hij/zij al begrijpt en laat het je tijd om het anders nog
eventueel samenvatten. uit te leggen.
Waarschuw dat er onaangename
informatie gaat komen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik moet u Je bereidt de patiënt zich nu
zeggen dat het veel ernstiger voor op slecht nieuws. Zo
Geef basale informatie. is dan we hadden komt het niet als een totale
gehoopt…”. verassing.
Stem uw uitleg af op de gezichtspunten
en de situatie van de patiënt. Ben eerlijk en eenvoudig. Het moet duidelijk zijn
Herhaal belangrijke voor de patiënt. Ook
Geef niet te vroeg te veel informatie. punten. verdient de patiënt de
waarheid te weten, dus
Geef de informatie in kleine stukjes Ga na hoe emotioneel die wacht niet te lang met
tegelijk en in de juiste volgorde. persoon is en bekijk vanuit slechte nieuws.
daar wat je nog gaat
Let op je tempo. vertellen. Soms is de informatie zo
heftig dat iemand even moet
Let op je taalgebruik. Wees niet zachtzinnig, bijkomen. Het is dan niet
bouw de informatie rustig verstandig om te veel
Let de hele tijd op uw eigen non- op en overdonder de informatie te geven.
verbale gedrag. patiënt niet direct met alle
harde feiten. Je moet eerlijk blijven
Let op non-verbale signalen van de maar bouw het rustig op.
patiënt. Begin bij het begin en kijk Het is al niet niks.
hoever je komt met vertellen.
Respecteer stilte. Het moet overzichtelijk
Controleer herhaaldelijk blijven voor de patiënt.
, Blijf pauzeren. wat de patiënt begrijpt en
hoe hij zich voelt. Hiervoor zorg je dat het
Sluit aan op behoeftes. duidelijk en overzichtelijk
Stem je taalgebruik af op het is voor de patiënt.
Moedig de patiënt aan zijn gevoelens te begripsvermogen, de
uiten en geef al snel aan dat je reacties en de emoties van Het moet begrijpelijk blijven
daarvoor openstaat. de patiënt. Vermeid jargon. voor de patiënt.
Reageer op de gevoelens en de Kijk de mensen aan, ga Hierdoor laat je zien dat
houding van de patiënt. niet lachen, praat rustig het je wat doet en toon je
etc. begrip.
Informeer of de patiënt al eerder een
idee had van de gegeven informatie. Kijk naar Hier kan je dan op inspelen.
gezichtsuitdrukkingen,
Controleer of de patiënt alle lichaamstaal, stiltes en Stiltes kunnen als prettig
informatie heeft begrepen. tranen. ervaren worden.
Let goed op verschillen in interpretatie. Geef ruimte voor stiltes Zo krijgt de patiënt de
ook wanneer de patiënt gelegenheid om vragen te
Wees zelf niet bang voor emoties of zich afsluit en niet meer stellen.
verdriet te tonen. luistert. Erken eventuele
erkenningen. De behoefte per persoon is
Steun. anders en door aan te
Door bijvoorbeeld stiltes te sluiten bij die behoeftes
Plannen. houden. bespaard dit tijd.
Geef een overzicht van het mogelijke Probeer dit tijdens het Hierbij nodig je uit tot
verdere verloop van de ziekte. gesprek te peilen. emoties.
Geef hoop maar wees realistisch. Zeg bijvoorbeeld: “Dit komt Goed voor de relatie en
hard aan he?” geeft de patiënt een
Kies duidelijk de kant van de patiënt. vertrouwd gevoel.
Doe dit met acceptatie,
Leg de nadruk op het begrip kwaliteit medeleven en interesse. Hier kan je op inspelen.
van leven.
Vraag hierna. Zo kan je controleren of de
Bespreek het vangnet. patiënt de informatie
Zeg bijvoorbeeld: “Wilt u bergrepen heeft. Voor
nog eens doornemen wat eventuele misvattingen.