Samenvatting STM2
Hoofdstuk 6: Strategiekeuze
6.1
Strategische optie:
een strategische optie is een mogelijkheid voor een organisatie om tot verbeterd of nieuwe
concurrentievoordeel te komen via betere of nieuwe waardecreatie op basis van een verband
tussen ontwikkelingen die zich in haar omgeving voordoen en haar beschikbare middelen.
6.2
Missionstatement = grand strategy van het bedrijf
Bevat 4 elementen:
1. Het business domein of de markt die de organisatie heeft gedefinieerd en gekozen;
2. De organisatiedoelen en de doelstellingen, en dus de ambitie van et bedrijf;
3. De waarden van het bedrijf met betrekking tot medewerkers en andere stakeholders;
4. Het uitgangspunt van zijn strategie voor waardecreatie en positionering.
6.3
Doel:
een doel is het eindpunt dat men wil bereiken. Het is een kwalitatieve grootheid en kent geen
‘deadline’.
Doelstelling:
een doelstelling is expliciet, zij is kwantitatief en kent een concrete datum voor het bereiken
ervan. Doelstellingen zijn daarmee stappen naar een doel toe. Een doelstelling wordt SMART
geformuleerd.
SMART:
Specifiek, Meetbaar, Ambitieus, Realistisch en Tijdsgebonden.
Niveaus in de organisatie:
• Ondernemingsniveau
o Algemene doelstellingen gericht op de markt en stakeholders.
• Businessunitniveau
o Speelt zich af op bedrijfsniveau.
• Operationele niveau
o Concreet maken.
, Figuur 1: Marketingdoelstellingen
6.4
Strategische opties:
geven concreet aan hoe de doelen en doelstellingen gerealiseerd worden.
1. Strategische basis: waardecreatie
a. Operational excellence, product leadership, customer intimacy
b. Kostenleider, differentiatie, focus
2. Ontwikkelrichting
a. Groeistrategieën
b. Consolidatiestrategieën
c. Tumaroundstrategieën
d. Uitmelkstrategieën/terugtochstrategieën
3. Wijze van uitvoering
a. Autonome groei
b. Joint venture/samenwerking
c. Acquisitive
Formuleren strategische optie:
Stap 1: strategietypologie kiezen
2 opties:
1. Concurrentiestrategie van Porter
Gericht op de concurrentiestrategie.
a. Kostenleiderschap: lage productiekosten, efficiency.
b. Differentiatie: unieke producten en diensten. Top kwaliteit.
c. Kostenfocus: kostenleiderschap in specifieke markt.
d. Differentiatiefocus: differentiatie in specifieke markt.
2. Waardestrategie van Treacy & Wiersema
Kijkt specifiek naar de waarde voor de klant op basis van het dienstverleningsproces en de
interactie tussen de aanbieder en de afnemer.
a. Operational excellence: lage kosten en meer gemak voor de klant.
b. Product leadership: beste en meest innovatieve producten tegen een redelijke
prijs.
c. Customer intimacy: nauwe relatie met de klant en verschaffen van meer
oplossingen. Relatiemarketing.
Hoofdstuk 6: Strategiekeuze
6.1
Strategische optie:
een strategische optie is een mogelijkheid voor een organisatie om tot verbeterd of nieuwe
concurrentievoordeel te komen via betere of nieuwe waardecreatie op basis van een verband
tussen ontwikkelingen die zich in haar omgeving voordoen en haar beschikbare middelen.
6.2
Missionstatement = grand strategy van het bedrijf
Bevat 4 elementen:
1. Het business domein of de markt die de organisatie heeft gedefinieerd en gekozen;
2. De organisatiedoelen en de doelstellingen, en dus de ambitie van et bedrijf;
3. De waarden van het bedrijf met betrekking tot medewerkers en andere stakeholders;
4. Het uitgangspunt van zijn strategie voor waardecreatie en positionering.
6.3
Doel:
een doel is het eindpunt dat men wil bereiken. Het is een kwalitatieve grootheid en kent geen
‘deadline’.
Doelstelling:
een doelstelling is expliciet, zij is kwantitatief en kent een concrete datum voor het bereiken
ervan. Doelstellingen zijn daarmee stappen naar een doel toe. Een doelstelling wordt SMART
geformuleerd.
SMART:
Specifiek, Meetbaar, Ambitieus, Realistisch en Tijdsgebonden.
Niveaus in de organisatie:
• Ondernemingsniveau
o Algemene doelstellingen gericht op de markt en stakeholders.
• Businessunitniveau
o Speelt zich af op bedrijfsniveau.
• Operationele niveau
o Concreet maken.
, Figuur 1: Marketingdoelstellingen
6.4
Strategische opties:
geven concreet aan hoe de doelen en doelstellingen gerealiseerd worden.
1. Strategische basis: waardecreatie
a. Operational excellence, product leadership, customer intimacy
b. Kostenleider, differentiatie, focus
2. Ontwikkelrichting
a. Groeistrategieën
b. Consolidatiestrategieën
c. Tumaroundstrategieën
d. Uitmelkstrategieën/terugtochstrategieën
3. Wijze van uitvoering
a. Autonome groei
b. Joint venture/samenwerking
c. Acquisitive
Formuleren strategische optie:
Stap 1: strategietypologie kiezen
2 opties:
1. Concurrentiestrategie van Porter
Gericht op de concurrentiestrategie.
a. Kostenleiderschap: lage productiekosten, efficiency.
b. Differentiatie: unieke producten en diensten. Top kwaliteit.
c. Kostenfocus: kostenleiderschap in specifieke markt.
d. Differentiatiefocus: differentiatie in specifieke markt.
2. Waardestrategie van Treacy & Wiersema
Kijkt specifiek naar de waarde voor de klant op basis van het dienstverleningsproces en de
interactie tussen de aanbieder en de afnemer.
a. Operational excellence: lage kosten en meer gemak voor de klant.
b. Product leadership: beste en meest innovatieve producten tegen een redelijke
prijs.
c. Customer intimacy: nauwe relatie met de klant en verschaffen van meer
oplossingen. Relatiemarketing.