Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Functieleer deel 1.

Rating
-
Sold
1
Pages
96
Uploaded on
21-06-2026
Written in
2025/2026

Dit is een heel goede samenvatting van het vak Functieleer deel 1 over de hoofdstukken 2,3,4 en 5 (waarneming, geheugen, aandacht en integratie). De samenvatting is volledig gebaseerd op de cursus en lessen. Het bevat dus alle belangrijke theorie en de experimenten die gekend moeten zijn. Ik leerde deze samenvatting en behaalde zo een 14/20. Als je deze samenvatting dus leert zou het examen zeker moeten lukken! Veel succes! (door het uploaden kan het zijn dat sommige dingen wat verschuiven, als je wil stuur ik het nog eens apart door!)

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Functieleer
WAARNEMING

1) INLEIDING

Waarneming: 1 van de belangrijkste en interessantste psychologische
functies

 Menselijk functioneren: venster op de wereld
 Gedrag aanpassen aan de omgeving (overleving)
 1/3 van onze hersenen verwerken visuele info (visiovoren)
 Wetenschap: venster op de geest
 Antwoord op geest/lichaam probleem (fysische prikkels
chemische reactie bewuste waarneming)
 Waar en wanneer ontstaat bewustzijn = mysterie


Centrale vraag: ‘Why do things look the way they do?’(Koffka)
Objectivisme VS
Moeilijk te beantwoorden: subjectivisme

- Omdat de dingen zijn wat ze zijn Empirisme VS
- Omdat wij zijn wat we zijn rationalisme

Materialisme VS
idealisme
2) BASISNOTITIES VAN HET OOG EN HET VISUELE BREIN

Het oog is geen perfect optisch instrument:

 Door evolutie is het geworden wat het nu is.
 Biologisch systeem ≠ gemaakt machine (artefact)

Visuele waarneming = geen perfecte registratie v/d fysische realiteit, maar
een subjectieve constructie die soms verschilt van de realiteit

Oog bestaat uit meerdere componeneten:




 Achteraan: netvlies met lichtgevoelige cellen

,  Kegeltjes in fovea: kleur en details
 Staafjes: snel veranderende prikkels verwerken en goed in het
donker
 Scherpte neemt af in periferie = buitenste randen van het netvlies
& gezichtsveld

 Blinde vlek t.h.v optische zenuw (15-20° naast viseerpunt) = punt
waar geen receptoren liggen en we dus niets zien.

Input bestaat uit een reeks opeenvolgende netvliesbeelden (snapshots)
van:

 Fixaties = stilstaand en stabiel
 Sacades = voortdurende oogbewegingen
smearing = uitvagen van het beeld tijdens sacades
wordt onderdrukt door saccadische supressie : oog is blind tijdens
oogsprong

Kloof tussen lage kwaliteit v/d input  hoge kwaliteit v/d output

Bouwstenen volgens psychofysica:

Meting van de elementaire gewaarwording  Fechner:

1. Outer psychofysica = relatie tussen de intensiteit van de externe
fysische prikkel (R) en de intensiteit van de sensatie (S)
2. Inner psychofysica = relatie tussen de intensiteit van de neurale
excitatie (hersenactivatie) (E) en de intensiteit van de sensatie (S)

1. R E S



E S

2.


Drempelmetingen

Drempel = grenswaarde tussen stimilu die 1 soort respons uitlokken en
stimilu die een andere soort respons uitlokken (moment waarop je van de
ene beleving naar de andere gaat)

Drempelmeting = manieren om de drempels te meten

 Absolute drempel (RL) = grenswaarde die de overgang markeert
tussen de afwezigheid en aanwezigheid van een sensatie
o Onderdrempel = de minimale stimilusintensiteit die nodig is om
waargenomen te worden

,  Meten met detectietaak: ‘is er een stimilus? Ja/nee’

GRAFISCH:

Ideaal geval: In de praktijk




Discrete trapfunctie (voor iedereen =) geleidelijke overgang


Als men de absolute drempel heeft overschreden, kan je onderzoek doen
naar

 Differentiële drempel (DL) = de kleinste toegevoegde stimilus
intensiteit die toelaat om een verschil waar te nemen
 Meten met discriminatietaak = ‘is er een verschil? Ja/nee’

Standaardstimilus (S2) vergelijken met een
lagere intensiteit of een hogere intensiteit:

Kleiner: kans dat hij hoger zal gevonden
worden = 0

Groter: kans dat hij hoger zal gevonden
worden = 1

IU (S3-S1)= onzekerheidsinterval = kleine
prikkelverschillen  kans:0,5

DL = IU/2



DL is geen vaste waarde, maar staat in verhouding met de
stimilusintensiteit van de standaardprikkel. (Ernst Heinrich Weber)

WET VAN WEBER (1834) = de stimilusintensiteit moet met een
constante verhouding worden verhoogd om een juist merkbaar
verschil te bekomen

FORMULE: k = ∆I / I
50 + 1 hoe groter /
zwaarder iets is 100 + 2
hoe meer je zal moeten toe-
200 + 4 voegen om
eenzelfde 500 + 10

,  k = weberfractie / weberconstante
 I = prikkelintensiteit
 ∆I = de kleinste toevoeging

Deze wet gaat op voor alle stimilusbereiken, behalve voor zeer hoge of
zeer lage berieken

Per sensoriele activiteiten (zintuigen) andere Weberfractie (k)  andere
gevoeligheid (kleine k = gevoeliger)

GRAFISCH:

∆l plotten tegenover I: OF K (∆l / l) plotten tegenover
I:




Stijgende rechte, met
k = richtingscoëfficiënt k is constant hoge
gevoeligheid: zwakke stijging (kleine k) I-waarden op dezelfde k
lage gevoeligheid: sterke stijging (grote k)

 Bovendrempel = grenswaarde waarboven de proefpersoon geen
verschillen meer kan waarnemen

Als je psychofysische metingen wilt doen moet je een nulpunt hebben en
een meeteenheid

Fechner: absolute drempel  nulpunt te bepalen
differentiele drempel  meeteenheid bepalen

DE WET VAN WEBER-FECHNER = om de sterkte van de gewaarwording (S)
te laten toenemen als een rekenkundige reeks (+ een constante), moet je
de stimilusintensiteit (R) laten toenemen volgens een meetkundige reeks (
. vaste factor)

FORMULE: S = k log R
S= sterkte van de sensatie
k = weberfractie
R = prikkelintensitieit (I)

GRAFISCH:

, Kern psychofysica: verband tussen sterkte van fysische prikkel (stimilus
intensiteit) en sterkte van de overeenkomstige gewaarwording
(psychologische intensiteit)



PROBLEEM:

Drempelwaarde is moeilijk te bepalen bij proefpersonen:
‘ja’ = gewaarwording + beslissing om ja te zeggen  is
onderhevig aan:

 Onzekerheid: gokken
 Gevoeligheid = de mate waarin proefpersonen onderscheid kunnen
maken tussen signaal en gissingsbeurten
 Antwoordtendens (response bias) = mate waarin proefpersonen
geneigd zijn 1 antwoord meer te geven dan het andere
 Signaaldetectietheorie = methode om onderscheid te kunnen maken
tussen de gevoeligheid van de proefpersoon en de antwoordtendens:




FORMULE: SENS= v[u(H) – u(F)]

SENS = 0: proefpersoon kan geen onderscheid
maken en hebben geen gevoeligheid
SENS = hoog: proefpersonen hebben
een hoge gevoeligheid  scores zijn onderhevig aan
de antwoordentendens, dus werken met de Z-scores:
d’ = z(H) – z(F)



FORMULE: BIAS = v[u(H) + u(F)]

, BIAS = 0: geen neigingen om het ene meer te antwoorden dan het
andere (altijd juist) beste maat: c = - 0,5. [z(H) – z(F)]



Bouwstenen volgens de neurofysiologische benadering:

Hersencellen (neuronen) vuren/ reageren als er een prikkel verschijnt in
hun receptief veld (= deel van het visuele veld waar de cellen gevoelig
voor zijn)

Hubel en Wiesel: responsen van cellen meten
in relatie tot de eigenschappen van een
prikkel:

Cellen in LGN (= tussen oog en visuele
cortex) en in de primaire visuele cortex
reageren op een specifieke manier i.f.v een prikkeleigenschap

toevallige ontdekking: wouden kijken welke responsen werden ontlokt in
de primaire cortex bij het zien van een stip, maar de cel reageerde op de
rand van de dia

Cellen zijn gevoelig voor bepaalde eigenschappen (vorm,orentatie,…)

 Simple cells = zijn gevoelig voor een lijnstuk met een bepaalde
positie én oriëntatie op een bepaalde plaats in het receptief veld
 Complex cells = gevoelig voor oriëntatie op verschillende plaatsten
in het receptief veld, maar niet voor de positie
 Tunning = afstemming van de antwoordtendensen van een cel i.f.v
basiskenmerken van de stimilus

Cellen zijn kenmerkdetectoren = signaleren wat de basale kenmerken zijn
van een klein stukje stimilus in hun receptief veld
 bouwstenen voor het visuele systeem, moeten
verder geïnterpreteerd worden om te weten wat het ‘ding’ is dat tot de
stimulati leidde

Spaciale frequentie = hoeveelheid variatie van licht en donker binnen
eenzelfde oppervlakte

Bouwstenen tussen psychofysica en neurofysiologie:

Responsprofielen van neuronen als ‘filters’ voor visuele
informatieverwerking: Alle cellen samen vormen het visuele beeld



Visueel brein werkt hierarchisch en modulair

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 21, 2026
Number of pages
96
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.18
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
loonaverledens

Get to know the seller

Seller avatar
loonaverledens Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
10 hours ago
Samenvattingen Bachelor Psychologie

Ik heb al mijn samenvattingen online gezet waarmee ik in 1e zit geslaagd was. Er staat telkens ook bij met hoeveel. Mocht je nog vragen hebben neem gerust contact met me op

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions