1. Hoofdstuk 1: Inleiding, overzicht van de globale economie,
basisbegrippen
→macro economie houdt zich bezig met het gedrag van de gehele economie + grote dingen in
economische leven (BBP, werkloosheidsgraad, prijsevoluties,..)
- BBP: totale waarde van goederen en diensten die een land produceert
- Werkloosheidsgraad: hoeveel procent van de beroepsbevolking zonder werk zit.
- Inflatie: hoe het algemene prijsniveau in de economie verandert over tijd.
<-> Micro-economie: richt zich op individuele eenheden
→Gedrag van economie in zijn geheel ≠ som van gedragingen van individuen (=emergentie)
→Het gedrag van de hele economie kan niet verklaard worden door simpelweg de
gedragingen van individuen op te tellen (=emergentie)
➔interactie van individueel rationele consumenten kan leiden tot meer complexe
gedragingen van het geheel.
Vb. bankruns: individuen die denken dat er een financiele crisis zal aankomen → gaan
hun geld afhalen →als een persoon dit doet, vrezen anderen en voelen ze zich ook
onzeker → leidt tot een kettingreactie → crisis wordt veroorzaakt
o Als iedereen tegelijk zijn geld van de bank wil halen, kan een bank failliet
gaan, omdat ze niet zoveel reserves hebben, ook als de bank financieel op
zichzelf gezond is.
Vb. spaarparadox: als iedereen individueel meer begint te sparen → kan de economie
juist krimpen, waardoor uiteindelijk minder inkomen beschikbaar is en sparen op grote
schaal averechts werkt
o Individuen die meer sparen om zekerder te zijn van hun toekomst → als
iedereen dit doet → consumptie daalt → bedrijven verkopen minder →
productie daalt → mensen verliezen banen → inkomens dalen
o
➔We kunnen individuele gedragingen niet zomaar extrapoleren naar het geheel
1
, Verschil korte termijn, medium lange termijn, lange termijn
- Short run (een aantal jaren):
o Veranderingen in output voornamelijk verklaard door veranderingen in vraag
- Medium run (10 jaar):
o Economie keert terug naar een niveau van output dat bepaald wordt door
aanbodfactoren
▪ Kapitaalvoorraad: hoeveel machines, fabrieken,..
▪ Technologisch niveau: hoe efficiënt productieprocessen zijn
▪ Arbeidskracht: aantal werkenden etc.
- Long run (10 jaar of meer):
o Economie afhankelijk van structurele en fundamentele factoren zoals
innovatie en beleid
▪ Determinant van productie/output is technologische vooruitgang
▪ Sparen en investeringen
▪ Onderwijs
1.0. Current Situation
Output wordt gemeten in BBP (real gross domestic product=GDP) = totale waarde van alle
goederen en diensten die in een land in een bepaalde periode worden geproduceerd.
Conjuctuurcycli = periode tussen 2 pieken of 2 dalen in economische activiteit
Doel: booms en busts vermijden:
- Boom: periode van snelle economische groei
- Bust: een periode van economische neergang
2
,Toepassing: Duurtijd van US recessies in maanden sinds 1900
→Volatiliteit is gedempt, recessies duren veel minder lang dan voor WWII
→na WWII, sociale zekerheid, werkloosheidsuitkeringen.. Depressies gaan hierdoor veel minder
diep
Voor WWII als je werkloos was, had je niks van inkomen → geen consumptie
Na WWII: uitbouw van verzekeringsstelsels → steun → val van inkomen is veel minder sterk →
consumptie stabieler
1.1. The Pandemic of 2020
→ergste globale crisis sinds the Great Depression
→uniek want crisis niet veroorzaakt door een onevenwichtigheid in de economie →wel door een
exogene en onverwachte schok
Deze schok trof de economie op 3 manieren:
1. Verstoring van de productieketen: negatieve aanbodschok
2. Beperking van de mobiliteit van werknemers: negatieve aanbodschok
3. Daling van het inkomen: negatieve vraagschok
➔ Mensen konden niet meer gaan werken, bedrijven operationeerden niet meer op normale
wijze → problemen in productieprocessen (onderdelen, grondstoffen niet beschikbaar)
→verminderde productiecapaciteit → winkels moesten sluiten →niet meer naar werk →
inkomen daalt → minder consumptie →vraag naar goederen en diensten neemt af → BBP
daalt
→Metrogebruik : enorme daling
→Werkloosheidsgraad: enorme stijging
→Uitgaven: enorme daling door sluiting, winkels, horeca, onzekerheid inkomen en werk..
3
, 1.2. The crisis of 2008-9
In de jaren voor 2008 stegen de huisprijzen in de VS sterk. Banken gaven veel en heel makkelijk
hypotheken aan mensen, ook aan risicovolle leners.
Huishoudens kregen hierdoor meer vermogen, omdat hun huizen in waarde stegen → dit
vermogen konden ze weer inzetten als waarborg om nieuwe leningen aan te gaan
→Banken verpakten deze leningen in zogenaamde MBS (mortgage-backed-securities)
→leningen verpakt in leningen in leningen etc. → op een gegeven moment niet meer
weten wat de lening juist inhield
Dit was geen probleem, indien men het geloof volgde dat huizenprijzen enkel konden stijgen.
Op een gegeven moment begonnen de huizenprijzen te dalen, veel huiseigenaren konden toen
hun hypotheek niet meer terugbetalen → Banken zaten met financiele pakketten die ze niet
meer konden begrijpen → waarde van die pakketten daalde plotseling enorm wegens de
huisprijzen daalden.
Banken en financiële instellingen liepen enorme verliezen op deze hypotheken omdat de
waarde van hun bezittingen kelderde.
Banken gingen failliet: Lehman Brothers
➔Gevolgen
- Trade channel: minder export mogelijkheden naar de US
o Amerika en amerikaanse huishoudens hadden minder vermogen
→consumptie en investeringen in de VS dalen → minder consumptie van
buitenlandse producten, andere landen hadden dus ineens bijna geen export
meer naar vs en dus minder inkomsten
- Finance channel: de toxische financiele producten waren overal ter wereld
verspreid, waardoor de crisis wereldwijd werd getroffen
Beurzen daalden wereldwijd
Vergelijking: Covid Pandemie Vs 2008-09 Crisis
2008-2009 Crisis Covid Pandemie
Balans van financial instituties direct geraakt Balans van financial instituties niet direct
geraakt
Gevaar: Overheid reactie:
-Obscurity: niemand wist hoeveel - Health interventions:
mortgages/leningen er uit waren mondmaskers,
gegeven lockdownregels,…)
- Amplification: banken hadden te - Inkomenssupport: om ervoor te
weinig reserves om de verliezen te zorgen dat de consumptie niet
compenseren drastisch zou afnemen en
➔banken moesten hersteld worden bedrijven failliet zouden gaan
4