W6
Inhoudelijke leerdoelen
1. Heb je kennis van de organen van de gemeente, de provincie, de waterschappen, en de
openbare lichamen van de BES-eilanden, van de onderlinge verhouding tussen de organen, en
van de wijze waarop ze worden ingesteld; en kun je hierover kritisch reflecteren, onder meer
vanuit de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.
2. Kun je aangeven welke invulling op provinciaal en gemeentelijk niveau wordt gegeven aan de
begrippen verantwoording en vertrouwen, alsmede op welke punten deze invulling verschilt
van die op centraal niveau, en kun je hierop kritisch reflecteren, onder meer vanuit de
uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.
3. Heb je inzicht in de verhouding tussen de centrale en decentrale overheid wat betreft het
maken van verordeningen, uitvoering van wet- en regelgeving en toezicht.
4. Ken je de betekenis van de begrippen autonomie en medebewind; en ben je vertrouwd met
de voornaamste vormen van toezicht op decentrale besturen, en kun je deze toepassen in een
casus.
5. Weet je welke grenzen aan de gemeentelijke en provinciale verordening worden gesteld
(zijgrens-benedengrens-bovengrens) en kun je de geldende criteria toepassen in een casus.
6. Heb je kennis van recente decentraliseringsoperaties, en kun je deze evalueren in het licht van
de beoogde doelen en eventuele nadelen en risico’s; en ben je vertrouwd met de zogenaamde
‘decentralisatie paradox’.
Jurisprudentie en overige leesstof:
1. HR 4 maart 1952, Emmense Baliekluivers, ECLI:NL:HR:1952:AG1979 (Canvas)
2. ABRvS 26 augustus 2009, Circus Renz, ECLI:NL:RVS:2009:BJ6075, Gst. 2010/18, m.nt. J.M.H.F.
Teunissen (Canvas)
3. Besluit van 22 december 2023 tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van de
gemeente Utrecht tot wijziging van de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen
en heffingen (Staatscourant 2023, 35354 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (zelf
opzoeken)
,Staatsrecht
W6
Leerdoel 1: Heb je kennis van de organen van de gemeente, de provincie, de waterschappen, en de
openbare lichamen van de BES-eilanden, van de onderlinge verhouding tussen de organen, en van
de wijze waarop ze worden ingesteld; en kun je hierover kritisch reflecteren, onder meer vanuit de
uitgangspunten van de democratische rechtsstaat.
De grondwetswijziging van 1848 was ook heel belangrijk voor de gedecentraliseerde overheden. In
deze wijziging werd namelijk het Huis van Thorbecke vastgelegd. Hier werd uitgegaan van drie
overheidslagen, Rijk, Provincie en Gemeente. Een aantal jaar later wetten de provincie- en
gemeentewetten vastgelegd. Dit was het ontstaan van de gemeenteraad het College van B&W etc.
In grote lijnen geldt het systeem van Thorbecke nog steeds.
Decentrale overheid
In Nederland kennen we vier soorten decentrale overheden;
Wij richten ons op de gemeenten als gedecentraliseerde overheid. De opbouw van de andere
organen is vergelijkbaar met die van de gemeenten.
De organen van de gemeente
Hoofdstuk 7 van de Grondwet bevat de nadere informatie en grondslagen van gemeenten en
provincies. Art. 125 Gw bepaald dat aan het hoofd van de gemeente de gemeenteraad staat en dat
, Staatsrecht
W6
deel van het gemeentebestuur uitmaken het College van B&W en de Burgemeester. Verder is dit
uitgewerkt in de gemeentewet, zie art. 6.
De gemeente bestaat dus uit drie organen, art. 125 Gw
1. De gemeenteraad
2. Het college van B&W
3. De burgermeester
De gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente en verdere uitwerking van de geldende
regels staat in de gemeentewet.
De gemeenteraad
Het aantal raadsleden hangt af van het aantal inwoners, art. 8 Gemeentewet.
Voorbeeld Amsterdam (grootste gemeente): ongeveer 930.000 inwoners -> 45 raadsleden
Voorbeeld Schiermonnikoog (kleinste gemeente): ongeveer 950 inwoners -> 9 raadsleden
De raadsleden van de gemeente worden rechtstreeks verkozen door de inwoners van de gemeente.
Je hoeft dan ook geen Nederlander te zijn om voor de gemeenteraad te stemmen (landelijk is dit
anders), maar je moet wel in de gemeente wonen (ingezetene zijn).
Rechten van raadsleden
- Immuniteit, art. 22 Gemeentewet
o Ze kunnen juridisch niet worden vervolgd voor wat ze in de raadsvergadering zeggen
- Stemmen zonder last, art. 27 Gemeentewet
o Ze mogen zelf beslissen hoe ze stemmen en zijn juridisch niet gebonden aan
instructies van andere
Bevoegdheden gemeenteraad
- Het maken van verordeningen, art. 147 lid 1 Gemeentewet jo. art. 149 Gemeentewet.
o De raad kan regels maken die hij nodig vindt voor het belang van de gemeente
▪ De raad staat aan het hoofd van de gemeente, hierdoor hebben zij deze
bevoegdheid
- Wethouders benoemen
- Griffier benoemen
Dit zijn autonome bevoegdheden waar de gemeente zelf over beslist.
Het college van B&W
Dit college bestaat uit de burgermeester en de wethouders. De burgermeester is dus een eigen
orgaan, maar ook lid van het college.
Collegialiteitsbeginsel
Besluiten van het college moeten door het hele college samengenomen worden. De burgermeester
kan ze niet alleen nemen, maar de wethouders ook niet.
Aantal wethouders
Het aantal wethouders hangt af van het aantal raadsleden. In regel mogen er niet meer dan 20& van
het aantal raadsleden aan wethouders zijn, maar het moet er minimaal 2 zijn. Zo heeft de gemeente
Amsterdam 9 wethouders en Schiermonnikoog 2.