Inhoudelijke leerdoelen
1. Heb je inzicht in de rechtspositie van de leden van de Staten-Generaal, weet je welke
betekenis artikel 67 van de Grondwet in dit verband heeft (en kun je die in concrete gevallen
beoordelen);
2. Heb je inzicht in de werking van de vertrouwensregel als onderdeel van het parlementaire
stelsel;
3. Ken je de inhoud en functie van het leerstuk van de politieke en strafrechtelijke ministeriële
verantwoordelijkheid en kun je deze leerstukken toepassen in een concrete casus; weet je
hoe de politieke ministeriële verantwoordelijkheid zich verhoudt tot het inlichtingenrecht en
de vertrouwensregel;
4. Ken je het belang van parlementaire controle en weet je op welke wijze het staatsrecht deze
controle mogelijk maakt (o.a. het inlichtingenrecht en het recht van enquête);
5. Kun je de staatsrechtelijke regels inzake het inlichtingenrecht (artikel 68 Gw en de uitwerking
daarvan in het RvOTK) en het recht van enquête (artikel 70 Gw en de uitwerking daarvan in
de WPE) toepassen in een concrete casus;
6. Heb je inzicht in de werking van het instrument van Kamerontbinding als onderdeel van het
parlementaire stelsel en kun je onderscheid maken tussen verschillende redenen die tot
ontbinding kunnen leiden;
7. Kun je de termen monisme en dualisme toepassen in relatie tot de juridische en politieke
verhouding tussen regering en parlement;
8. Heb je inzicht in de kabinetsformatie, de werking van het regeerakkoord en de invloed die
daarvan uitgaat op de verhouding tussen regering en parlement; je kan daarbij onderscheid
maken tussen de positie van de Tweede en van de Eerste Kamer.
,Staatsrecht W3
Leerdoel 1: Heb je inzicht in de rechtspositie van de leden van de Staten-Generaal, weet je welke
betekenis artikel 67 van de Grondwet in dit verband heeft (en kun je die in concrete gevallen
beoordelen);
Staten-Generaal = EK en TK samen
Artikel 67 lid 3 Gw
Artikel 67 Gw bepaald dat leden van de Staten-Generaal (Kamerleden dus) stemmen zonder last. Dit
betekent dat een kamerlid zijn functie naar eigen inzicht uitoefent en niet verplicht kan worden
gesteld om op een bepaalde manier te stemmen.
Dit is het verbod van last en het vrije mandaat.
Fracties
Kamerleden functioneren in fracties. Fracties zien zo veel mogelijk toe op eenheid. Het optreden van
fracties als eenheid (waarin iedereen dus op dezelfde manier stemt) wordt fractiediscipline genoemd.
Het vrije mandaat staat hier wel nog steeds boven. Je hoeft je dus niet te houden aan deze
fractiediscipline. Het gevolg kan wel zijn dat je als lid uit een partij wordt gezet. Dat betekent dan
alleen weer niet dat je ook je zetel kwijt bent, die is gebonden aan de persoon en niet aan de fractie.
Het regeerakkoord wordt ondertekend door de fractievoorzitters van de coalitiepartijen in de
tweede kamer. Dat regeerakkoord wordt op voorhand getekend, door dus die fracties. Eigenlijk is de
tweede kamer daardoor ook betrokken bij de plannen, dit is een monistische trek uit ons systeem.
Art. 67 lid 3 Gw: als jij gekozen bent als kamerlid, mag je naar eer en geweten zelf stemmen. Maar,
we hebben dus fractiediscipline. Eigenlijk is fractiediscipline een soort ongeschreven regel.
Deze regel (vrij mandaat) wordt dus door de fractiediscipline aangetast.
Wat is een fractie?
Dat zijn de Kamerleden van een partij die samen de ‘fractie’ vormen. Deze fractievoorzitters zitten
altijd vooraan in de kamer.
Vraag uit de werkgroep:
Stel dat in het verkiezingsprogramma van de Partij voor Meer Burgerparticipatie (PMB) staat dat
de partij vóór de invoering van een bindend referendum is. Na de verkiezingen treedt de partij toe
tot het kabinet. In het regeerakkoord wordt afgesproken dat voorlopig geen wetsvoorstel tot
invoering van een bindend referendum zal worden ingediend, omdat andere coalitiepartijen
hiertegen zijn.
Halverwege de kabinetsperiode dient een oppositiepartij een initiatiefwetsvoorstel in tot invoering
van een bindend referendum. Vanwege de afspraken in het regeerakkoord en de coalitie is de
PMB-fractie voornemens tegen het wetsvoorstel te stemmen en brengt dit standpunt aan haar
leden over.
Farah Verbeek is Tweede Kamerlid voor PMB. Zij is van mening dat tegenstemming in strijd is met
het verkiezingsprogramma van de partij. Farah kondigt aan vóór het initiatiefvoorstel te zullen
stemmen.
a. Kan Farah worden gedwongen met de fractie mee te stemmen? Maakt het daarbij uit wat
over het bindend referendum is opgenomen in het verkiezingsprogramma en/of het
regeerakkoord?
, Staatsrecht W3
Er kan druk op Farah worden uitgeoefend. Als eerste kan dit gebeuren via overreding. Er wordt dan
een dringend appèl op Farah gedaan om toch de lijn van de fractie over te nemen.
Farah kan niet worden gedwongen, zij heeft een vrij mandaat, art. 67 lid 3 Gw. Maar, wel kan Farah
uit de fractie worden gezet. Dat speekt elkaar dus tegen. Als ze uit de fractie wordt gezet, behoudt
Farah wel haar Kamerzetel.
Je wordt een decident genoemd als jij als fractielid niet meestemt met de rest.
b. Stel dat Farah uit de fractie stapt, maar haar Kamerzetel wil behouden. Welke
mogelijkheden heeft zij om haar Kamerlidmaatschap voort te zetten?
Farah heeft vrij mandaat. Het is aan het kamerlid zelf om te bepalen wat zij met haar zetel doet en
dus de wijze waarop Farah haar mandaat uitoefent.
Farah kan haar Kamerlidmaatschap dus voortzetten zoals hoe zij dat wil, gedurende de periode dat
de TK er zit natuurlijk. Farah wordt dan een groep. Als je alleen bent, wordt je groep genoemd, maar
dat is alleen als je je afscheidt. Dus bijv. Volt met 1 zetel, is wel gewoon een partij.
Farah kan zich ook aansluiten bij een andere partij.