Samenvatting publiek recht
Inhoud
Deel I: Inleiding tot het recht..................................................................................................................2
Hoofdstuk I: Inleiding..........................................................................................................................2
1. Definitie......................................................................................................................................3
2. Kenmerken vh recht...................................................................................................................3
3. Enkele belangrijke begrippen.....................................................................................................5
Hoofdstuk II: Indeling van het Recht...................................................................................................7
1. Privaatrecht- Publiek recht.........................................................................................................7
2. Nationaal- Internationaal............................................................................................................7
3. Bespreking van de verschillende rechtstakken...........................................................................7
Hoofdstuk III: De bronnen van het recht..........................................................................................10
1. Indeling.....................................................................................................................................10
Deel II: Instellingen...............................................................................................................................15
Hoofdstuk I: De internationale instellingen......................................................................................15
1. De Verenigde Naties.................................................................................................................15
2. De Raad v Europa......................................................................................................................15
3. De Europese Unie.....................................................................................................................16
Hoofdstuk II: De nationale instellingen: Algemeen...........................................................................17
1. Inleiding....................................................................................................................................17
2. De Belgische staatsstructuur....................................................................................................17
Hoofdstuk III: De nationale instellingen: Federaal Parlement en Regering.......................................21
1. Wetgevende macht..................................................................................................................21
2. Uitvoerende macht...................................................................................................................24
Hoofdstuk: IV: De nationale instellingen: Rechterlijke instellingen..................................................28
1. Algemeen..................................................................................................................................28
2. Vredegerecht en politierechtbank............................................................................................29
3. Rechtbank v 1ste aanleg- Rechtbank v koophandel- Arbeidsrechtbank-
Arrondissementsrechtbank..........................................................................................................30
4. Hof v Beroep, Arbeidshof, Strafuitvoeringsrechtbank..............................................................31
5. Hof v Assisen.............................................................................................................................31
6. Hof v Cassatie...........................................................................................................................32
7. Raad v State..............................................................................................................................32
8. Grondwettelijk Hof...................................................................................................................32
9. De administratieve rechtbanken...............................................................................................33
Hoofdstuk V: De nationale instellingen: Gemeenschappen en Gewesten........................................33
1
, 1. België, een federale staat.........................................................................................................33
Hoofdstuk VI: De nationale instellingen: Provincies, Gemeenten en OCMW ’s................................35
1. De provincies............................................................................................................................35
2. Gemeenten...............................................................................................................................36
3. OCMW’s....................................................................................................................................36
Deel III: Mensenrechten 64..................................................................................................................38
Hoofdstuk I: Rechten en vrijheden...................................................................................................38
1. Algemeen..................................................................................................................................38
2. Mensenrechten in grote lijnen.................................................................................................38
Deel I: Inleiding tot het recht
Hoofdstuk I: Inleiding
2
,1. Definitie
Wat is recht? : geheel van regels die op een bepaald tijdstip/gemeenschap
gelden en haar gezag zijn vastgesteld.
Gezag: recht heeft meer dan een morele kracht, het forceert u om een bep
houding aan te nemen
Tijdstip: tijd en plaats (vb; positie van de vrouw in het recht, vroeger geen
toegang tot onderwijs, stemrecht pas na WO2, 1976 kon de vrouw geen
job uitoefenen, rekening openen, geld in handen hebben zonder
toestemming van de man (2014 komaf met achternaam van de man)
o Arabië: veel vrouwonvriendelijke zaken die zij gebruiken om de
vrouw te ‘beschermen’
Recht en rechtvaardigheid sluiten dicht bij elkaar aan, doodstraf rechtvaardig?
(laatste in B. à 1958)
Enkele definities van recht:
- Een systeem v instellingen en regelingen dat in zijn geheel op een
dwingende wijze de uiterlijke aspecten vh samenleven ordent en
bevordert.
- Het geheel der regels die op een bep. tijdstip, in een bep
gemeenschap gelden en op haar gezag zijn vastgesteld.
- Een stelsel v dwingende leefregels uitgevaardigd tot beveiliging v
menselijke belangen welke in het contact der samenleving in het gedrang
dreigen te komen.
2. Kenmerken vh recht
2.1. Een geheel v regels, regelingen en instellingen
Recht wordt gevormd door gedragsregels
- Gebodsbepalingen
o Vb; aangifte van geboorte, kiesplicht, dienstplicht (afgeschaft eind
’80, niet overal), aangifte van een nieuwgeboren kind (ingevoerd
door Napoleon om te weten hoeveel soldaten er waren, bestaat n op
plaatsen waar Napoleon niet gepasseerd is)
- Verbodsbepalingen
o Vb; bigamie, oneerlijke handelspraktijken, het strafrecht
- Verlofbepalingen
o Je kiest zelf of ze van toepassing zijn of niet
o Vb; indexering van woninghuur
- Louter technische regels
o Veel regels die geen gebod of verbod inhouden, maar die dienen om
het rechtsapparaat te laten draaien
o Vb; akten van de burgerlijke stand, inhoud v dagvaarding, regels
over de verplichte vermeldingen op een rijbewijs/identiteitskaart
Het recht omvat het geheel van regelingen en instellingen
3
, Het recht bestaat ook uit regelingen die geen regels of normen zijn
o Vb; beschikkingen die een individuele draagwijdte hebben
(benoemingen, berichten van naamsverandering,…)
Bevat ook aantal regels die betrekking hebben op de instellingen vh land
o De staatsstructuur: de samenstelling, de werking en de bevoegdheid
van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
o De gerechtelijke organisatie: de samenstelling, de werking en de
bevoegdheden van rechtbanken
2.2. Het doel van recht is het ordenen van de samenleving
Het recht is een instrument om het samenleven in groep mogelijk te
maken
Recht op zich is geen doel, maar een middel (om bep beleidsopties te
realiseren)
Het is noodzakelijk tijdsgebonden
Ons recht is sterk beïnvloed door de joods-christelijke godsdiensten, de
principes van de FR en een licht gecorrigeerd kapitalisme, nationalisme en
individualisme
Er is in de samenleving een toenemende ‘juridisering’ merkbaar
Vb; de wet betreffende de wettelijke samenwoning, die meer
samenlevingsvormen in onze mpij introduceerde, het onderwijs, de medische
aansprakelijkheid
Medische aansprakelijkheid
sportrecht
2.3. Er bestaat een binding tussen gezag en recht
Burger w niet rechtstreeks betrokken bij het maken vd rechtsregels
o Uitzondering: toenemend belang van referenda (zoals in
Zwitserland)
In B à niet bindend (gebeurt wel, vb; in Gent over parking,
Mechelen, Antwerpen langewapper)
Was voor Leopold 2 tijdens de koude oorlog à B regering zat
in ballingschap in Londen
Vlaanderen voor referendum en Wallonië tegen
België is een representatieve parlementaire democratie met koning als hoofd
Democratie: macht vh volk, volksvertegenwoordigers
Parlementair: er kan gepraat w over wat er moet gebeuren, senaat en
kamer
de soevereine volkswil (bedacht door Montesqieu ipv goddelijk gezag, tot
aan FR had God het gezag)
4
Inhoud
Deel I: Inleiding tot het recht..................................................................................................................2
Hoofdstuk I: Inleiding..........................................................................................................................2
1. Definitie......................................................................................................................................3
2. Kenmerken vh recht...................................................................................................................3
3. Enkele belangrijke begrippen.....................................................................................................5
Hoofdstuk II: Indeling van het Recht...................................................................................................7
1. Privaatrecht- Publiek recht.........................................................................................................7
2. Nationaal- Internationaal............................................................................................................7
3. Bespreking van de verschillende rechtstakken...........................................................................7
Hoofdstuk III: De bronnen van het recht..........................................................................................10
1. Indeling.....................................................................................................................................10
Deel II: Instellingen...............................................................................................................................15
Hoofdstuk I: De internationale instellingen......................................................................................15
1. De Verenigde Naties.................................................................................................................15
2. De Raad v Europa......................................................................................................................15
3. De Europese Unie.....................................................................................................................16
Hoofdstuk II: De nationale instellingen: Algemeen...........................................................................17
1. Inleiding....................................................................................................................................17
2. De Belgische staatsstructuur....................................................................................................17
Hoofdstuk III: De nationale instellingen: Federaal Parlement en Regering.......................................21
1. Wetgevende macht..................................................................................................................21
2. Uitvoerende macht...................................................................................................................24
Hoofdstuk: IV: De nationale instellingen: Rechterlijke instellingen..................................................28
1. Algemeen..................................................................................................................................28
2. Vredegerecht en politierechtbank............................................................................................29
3. Rechtbank v 1ste aanleg- Rechtbank v koophandel- Arbeidsrechtbank-
Arrondissementsrechtbank..........................................................................................................30
4. Hof v Beroep, Arbeidshof, Strafuitvoeringsrechtbank..............................................................31
5. Hof v Assisen.............................................................................................................................31
6. Hof v Cassatie...........................................................................................................................32
7. Raad v State..............................................................................................................................32
8. Grondwettelijk Hof...................................................................................................................32
9. De administratieve rechtbanken...............................................................................................33
Hoofdstuk V: De nationale instellingen: Gemeenschappen en Gewesten........................................33
1
, 1. België, een federale staat.........................................................................................................33
Hoofdstuk VI: De nationale instellingen: Provincies, Gemeenten en OCMW ’s................................35
1. De provincies............................................................................................................................35
2. Gemeenten...............................................................................................................................36
3. OCMW’s....................................................................................................................................36
Deel III: Mensenrechten 64..................................................................................................................38
Hoofdstuk I: Rechten en vrijheden...................................................................................................38
1. Algemeen..................................................................................................................................38
2. Mensenrechten in grote lijnen.................................................................................................38
Deel I: Inleiding tot het recht
Hoofdstuk I: Inleiding
2
,1. Definitie
Wat is recht? : geheel van regels die op een bepaald tijdstip/gemeenschap
gelden en haar gezag zijn vastgesteld.
Gezag: recht heeft meer dan een morele kracht, het forceert u om een bep
houding aan te nemen
Tijdstip: tijd en plaats (vb; positie van de vrouw in het recht, vroeger geen
toegang tot onderwijs, stemrecht pas na WO2, 1976 kon de vrouw geen
job uitoefenen, rekening openen, geld in handen hebben zonder
toestemming van de man (2014 komaf met achternaam van de man)
o Arabië: veel vrouwonvriendelijke zaken die zij gebruiken om de
vrouw te ‘beschermen’
Recht en rechtvaardigheid sluiten dicht bij elkaar aan, doodstraf rechtvaardig?
(laatste in B. à 1958)
Enkele definities van recht:
- Een systeem v instellingen en regelingen dat in zijn geheel op een
dwingende wijze de uiterlijke aspecten vh samenleven ordent en
bevordert.
- Het geheel der regels die op een bep. tijdstip, in een bep
gemeenschap gelden en op haar gezag zijn vastgesteld.
- Een stelsel v dwingende leefregels uitgevaardigd tot beveiliging v
menselijke belangen welke in het contact der samenleving in het gedrang
dreigen te komen.
2. Kenmerken vh recht
2.1. Een geheel v regels, regelingen en instellingen
Recht wordt gevormd door gedragsregels
- Gebodsbepalingen
o Vb; aangifte van geboorte, kiesplicht, dienstplicht (afgeschaft eind
’80, niet overal), aangifte van een nieuwgeboren kind (ingevoerd
door Napoleon om te weten hoeveel soldaten er waren, bestaat n op
plaatsen waar Napoleon niet gepasseerd is)
- Verbodsbepalingen
o Vb; bigamie, oneerlijke handelspraktijken, het strafrecht
- Verlofbepalingen
o Je kiest zelf of ze van toepassing zijn of niet
o Vb; indexering van woninghuur
- Louter technische regels
o Veel regels die geen gebod of verbod inhouden, maar die dienen om
het rechtsapparaat te laten draaien
o Vb; akten van de burgerlijke stand, inhoud v dagvaarding, regels
over de verplichte vermeldingen op een rijbewijs/identiteitskaart
Het recht omvat het geheel van regelingen en instellingen
3
, Het recht bestaat ook uit regelingen die geen regels of normen zijn
o Vb; beschikkingen die een individuele draagwijdte hebben
(benoemingen, berichten van naamsverandering,…)
Bevat ook aantal regels die betrekking hebben op de instellingen vh land
o De staatsstructuur: de samenstelling, de werking en de bevoegdheid
van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
o De gerechtelijke organisatie: de samenstelling, de werking en de
bevoegdheden van rechtbanken
2.2. Het doel van recht is het ordenen van de samenleving
Het recht is een instrument om het samenleven in groep mogelijk te
maken
Recht op zich is geen doel, maar een middel (om bep beleidsopties te
realiseren)
Het is noodzakelijk tijdsgebonden
Ons recht is sterk beïnvloed door de joods-christelijke godsdiensten, de
principes van de FR en een licht gecorrigeerd kapitalisme, nationalisme en
individualisme
Er is in de samenleving een toenemende ‘juridisering’ merkbaar
Vb; de wet betreffende de wettelijke samenwoning, die meer
samenlevingsvormen in onze mpij introduceerde, het onderwijs, de medische
aansprakelijkheid
Medische aansprakelijkheid
sportrecht
2.3. Er bestaat een binding tussen gezag en recht
Burger w niet rechtstreeks betrokken bij het maken vd rechtsregels
o Uitzondering: toenemend belang van referenda (zoals in
Zwitserland)
In B à niet bindend (gebeurt wel, vb; in Gent over parking,
Mechelen, Antwerpen langewapper)
Was voor Leopold 2 tijdens de koude oorlog à B regering zat
in ballingschap in Londen
Vlaanderen voor referendum en Wallonië tegen
België is een representatieve parlementaire democratie met koning als hoofd
Democratie: macht vh volk, volksvertegenwoordigers
Parlementair: er kan gepraat w over wat er moet gebeuren, senaat en
kamer
de soevereine volkswil (bedacht door Montesqieu ipv goddelijk gezag, tot
aan FR had God het gezag)
4