Wat? Een overheid (Art. 6) wordt BTW-plichtig als ze iets doet dat een
privébedrijf ook kan doen (vb. cafetaria in sporthal).
1 zin: Overheid wordt BTW-plichtig als ze concurrentie veroorzaakt met de
privésector.
2. OSS (One Stop Shop)
Wat? Eén BTW-aangifte voor alle verkopen/diensten aan particulieren in
de EU.
1 zin: Je betaalt buitenlandse BTW via je eigen land, niet in elk land apart.
3. Handelsmonsters
Wat? Kleine hoeveelheden goederen die gratis worden uitgedeeld voor
reclame.
1 zin: Vrijgesteld van BTW (uitzondering op Art. 12, §1, 2°).
4. Onttrekking (Art. 12)
Wat? Goederen uit je bedrijf halen voor privégebruik of gratis
weggeven.
1 zin: Je hebt BTW afgetrokken → nu moet je BTW betalen (gelijkgestelde
levering).
=>Art. 12 = BTW betalen, TENZIJ het een handelsgeschenk <50
EUR of handelsmonster is (dan GEEN BTW).
5. Opeisbaarheid / Belastbaar feit
Belastbaar feit: Moment van de handeling (vb. levering, dienst).
Opeisbaarheid: Moment dat je BTW moet betalen (vaakzelfde
moment, soms later).
1 zin: Belastbaar feit = moment handeling; Opeisbaarheid = moment
betaling.
6. De 3 soorten IC-opgaves
, 1. Code L = ICL (goederen)
2. Code S = IC-diensten
3. Code T = Driehoeksverkeer (B is tussenschakel)
Onthoud: L = Levering, S = Service, T = Triangle.
7. Art. 19
§1 tijdelijk gebruik bedrijfsgoed: Wat? Een BTW-belastingplichtige gebruikt
een bedrijfsgoed (vb. een bestelwagen, een machine) tijdelijk voor:
Privédoeleinden (vb. hoteluitbater stelt gratis kamer ter
beschikking aan personeelslid)
Andere dan economische activiteit (vb. bedrijf laat werknemer
bestelwagen gebruiken voor verhuis)
§2 Wios: Wat? Een BTW-belastingplichtige verricht werk in
onroerende staat (vb. bouwen, verbouwen, herstellen) voor:
1. Zijn eigen economische activiteit (als hij geen volledig recht op
aftrek zou hebben als een andere BP het zou doen).
2. Zijn privédoeleinden of die van zijn personeel.
3. Om niet (gratis) voor andere doeleinden dan zijn economische
activiteit.
1 zin: Een BP die Wios uitvoert voor eigen gebruik (privé) = gelijkgestelde
dienst (BTW verschuldigd).
8. Beschikking
Wat? EU-rechtsinstrument, gericht op een specifiek persoon (vb. een
land of bedrijf).
1 zin: Een beschikking is een beslissing die alleen geldt voor wie ze
adresseert.
9. Anti-ontwijkingsmaatregel (Art. 25quinquies, §3)
Wat? Plaats ICV = lidstaat van BTW-nummer als goederen niet naar dat
land gaan.
1 zin: Je moet bewijzen dat de goederen echt naar de andere lidstaat zijn
gegaan (bewijs vervoer).