= transacties internationaal
4.1 Samenstelling van de betalingsbalans
=boekhouding van internationale betalingen
-Boekhouding is noodzakelijk!
◦ betalingen aan het buitenland (uitgaven)
◦ betalingen door het buitenland (ontvangsten)
‣ Deze betalingsbalans geeft een overzicht daarvan
-Geeft ook een overzicht van alle economische transacties tussen de ingezetenen van een land en de niet-
ingezetenen gedurene een bepaalde periode
Ingezetenen: een persoon, een onderneming of een organisatie wordt beschouwd als een ingezetene van het land
waar het centrum van zijn economisch belang ligt
• Voor particulieren
‣ waar ze gedurende een jaar of langer verblijven, ongeacht hun nationaliteit
• Voor ondernemingen
‣ gekeken naar de vestegingplaats
Betalingsbalans
-> bestaat uit 3 grote onderdelen
1) De lopende rekening
-> Export en import van goederen / diensten
-> Saldo van primaire inkomens ontvangen van / betaald aan het buitenland --> Expatriats
‣ uit arbeid, beleggingen, investeringen
-> Saldo van secundaire inkomens ontvangen van / betaald aan het buitenland -> inkomen zonder
‣ uit transfers, ontwikkelingshulp, pensioenen, remittances tegenprestatie
-> inkomen zonder iets te doen!!!!
Remittances: migrant die geld stuurt naar thuisland
- drugs, zwart werk, schenkingen
2) De kapitaalrekening
-> Kapitaaloverdrachten: schenkingen en erfenissen / kapitaal van migranten / kwijtscheldingen
-> Overdracht van immateriële vaste activa
‣ octrooien, licenties of merken
!!emittie rechten!!
3) Financiële rekening
-> Directe investeringen: investeringen in dochterondernemingen / buitenlandse afdelingen
-> Portefeuillebeleggingen: aankoop en verkoop van buitenlandse e#ecten (aandelen, obligaties, ..)
-> Overige investeringen: Leningen, deposito's (=geld op een rekening zetten bij een buitenlandse bank)
handelskredieten, ...
-> Reserve-activa: veranderingen in de officiële reserves van de Nationale Bank (NB)
‣ goud, vreemde valuta, SDR's
, PP A Pb Af
WAAR
2Tp ZONDER TEGENPRESTATIE
herhaling
Activa = alles wat een bedrijf heeft en waarmee het waarde kan creëren (bezittingen).
‣ Voorbeelden: gebouwen, machines, geld, voorraden.
Passiva = alles wat een bedrijf verschuldigd is (schulden en verplichtingen).
‣ Voorbeelden: leningen, leveranciersschulden, eigen vermogen.