HOC 1
• Het belang van psychologische testen voor psychologen in het dagelijkse leven
begrijpen.
• Kunnen definiëren wat een psychologische test is.
• De gevolgen van deze definitie van psychologische testen begrijpen.
• Inzicht hebben in de geschiedenis van psychologische testen.
HOC 2
• Verschillende categorieën van psychologische testen kunnen onderscheiden.
• Operationaliseren van constructen aan de hand van psychologische testen begrijpen.
• Begrijpen hoe we van antwoorden op testen tot getallen in testscores komen.
• Eigenschappen van getallen begrijpen en kunnen toepassen op testscores.
• Meetniveau ’s van psychologische testen begrijpen.
• Begrijpen hoe meetniveau ’s in de praktijk gebruikt worden.
HOC 3
• Verdeling van scores kunnen beschrijven aan de hand van karakteristieke waarden van
positie, spreiding, en de vorm van de verdeling
• Scatterplot kunnen interpreteren
• Verband tussen 2 continue variabelen schatten aan de hand van covariantie en
correlatie
• Verband tussen 2 dichotome variabelen schatten aan de hand van lambda en chi-
kwadraat
• Normaalverdeling interpreteren aan de hand van gemiddelde en standaarddeviatie
HOC 4
• Normaalverdeling kunnen toepassen om te berekenen hoeveel % van observaties in
bepaald gebied liggen
• Verschillende (groepen) transformatiemeetwaarden van elkaar kunnen onderscheiden
• Ruwe scores omvormen tot transformatiemeetwaarden
• Kunnen uitleggen wat voor- en nadelen zijn van verschillende transformatiemeetwaarden
• Begrijpen hoe normen samengesteld worden en wat voorwaarden voor goede normen
zijn
1
,HOC 5
• Basisassumpties van klassieke test theorie begrijpen
• Begrijpen hoe klassieke test theorie betrouwbaarheid definieert
• Betrouwbaarheid op 4 verschillende manieren kunnen berekenen, gebruik makend van
geobserveerde scores, true scores, en meetfouten
• Standaardmeetfout kunnen berekenen en interpreteren
• Begrijpen welke assumpties parallelle testen maken, en hoe deze kunnen helpen om
betrouwbaarheid te schatten in de praktijk
HOC 6
• Verschillen tussen parallelle testen, test-hertest, en interne consistentie benadering om
betrouwbaarheid te schatten begrijpen
• Betrouwbaarheid kunnen schatten aan de hand van parallelletestenbetrouwbaarheid,
test-hertestbetrouwbaarheid, split-halfbetrouwbaarheid, ruwe en gestandaardiseerde
Cronbachs alpha, KR20, en omega
• Assumpties bij elke methode om betrouwbaarheid te schatten begrijpen
• Begrijpen hoe de samenstelling van de steekproef en de lengte van de test een invloed
hebben op geschatte betrouwbaarheid
HOC 7
• Begrijpen wat constructvaliditeit is en wat het belang er van is
• Constructvaliditeit op verschillende manieren kunnen beoordelen (inhoudsvaliditeit;
interne structuur; antwoordprocessen; relaties met andere variabelen; gevolgen van de
test)
• Verband tussen betrouwbaarheid en constructvaliditeit begrijpen
HOC 8
• Je kan construct validiteit beoordelen aan de hand van nomologisch netwerk
• Je kan verschillende soorten validiteitscoëfficiënten in een nomologisch netwerk van
elkaar onderscheiden
• Je kan een MTMM-matrix beoordelen
• Je begrijpt hoe true-score correlaties, meetfouten, range restriction, en
methodevariantie validiteitscoëfficiënten beïnvloeden
• Je kan een correlatiecoëfficiënt en validiteitscoëfficiënten corrigeren voor meetfouten
HOC 9
• Verschillende soorten responsbiasen identificeren en van elkaar kunnen onderscheiden.
• Begrijpen hoe responsbiasen de betrouwbaarheid en construct validiteit van testen kan
bedreigen.
• Methoden om responsbias te voorkomen, minimaliseren, of detecteren kennen.
Begrijpen wanneer je welke methode kan gebruiken.
2
,HOC 10
• Je kan item-moeilijkheidsindex, item-betrouwbaarheidsindex, item-validiteitsindex, en
item-discriminatieindex berekenen en interpreteren
• Je begrijpt basisprincipes van IRT modellen en je kan een item characteristic curve
interpreteren
• Je kent de verschillen tussen IRT-modellen (1PL, 2PL, 3PL, graded response model) en
kan ze toepassen
• Je kan item-moeilijkheid en trait-level bij een 1PL model schatten
• Je kan item- en test-informatiewaarde berekenen en interpreteren
• Je begrijpt hoe differential item functioning kan worden gebruikt om construct validiteit
te beoordelen
HOC 11
• Je kan observaties indelen in true positives, true negatives, false positives, en false
negatives
• Je kan testaccuraatheid schatten aan de hand van sensitiviteit, specificiteit, false
positive rate, false negative rate, predictive values, en likelihood ratio
• Je kan Bayes theorem toepassen op diagnostische data
• Je begrijpt de afwegingen die gemaakt moeten worden bij de keuze van een cut-off
• Je kan een ROC curve en Area Under the Curve interpreteren
3
, HOC 1 - Psychometrie
Wat zijn psychologische testen?
De eerste test die iedereen aflegt is de APGAR test. Een test om pasgeboren baby’s en hun
gezondheid te scoren via 5 voorwaarden. Uitgevonden en genoemd naar Virginia Apgar.
De voorwaarden bestaan uit: Activiteit, Pulse, Grimace, Appearance, Respiration.
Waarom zijn ze belangrijk?
• Psychologische testen spelen een grote rol in ons dagelijks leven
• We komen doorheen ons leve allemaal in aanraking met psychologische testen.
• Psychologische testen kunnen vergaande gevolgen hebben voor mensen.
Psychologische testen hebben soms vergaande gevolgen. Bijvoorbeeld de executie van een
Amerikaanse ‘mentaal zwakbegaafde’ gevangene in de VS. Er werd lange tijd gediscussieerd of
de straf mocht doorgevoerd aangezien de man een IQ lager dan 70 had. Of bijvoorbeeld het
aanvragen van euthanasie door mentaal lijden op jonge leeftijd. Op basis van hoe
psychologische testen worden ingevuld, opgesteld, en geïnterpreteerd bepalen we of een mens
blijft leven/lijden of niet.
Hoeveel vertrouwen kunnen we hebben in psychologische testen?
Psychometrie vormt de wetenschappelijke studie van (de kwaliteit van) psychologische testen
De focus ligt daarbij op psychologische testen en assessment, maar psychometrie is ook
toepasbaar op andere domeinen zoals criminologie, economie of educatiewetenschappen.
Het belang van testen
Voor psychologen:
Het stellen van diagnoses als klinisch psycholoog
• Testing: Een relatief eenvoudig proces waarbij een psychologische test wordt
afgenomen van een persoon en men tot een specifieke score op de test komt.
• Assessment: Een complex proces waarbij meerdere psychologische testen worden
afgenomen, aangevuld met informatie uit andere bronnen zoals interviews en
observaties, om zo tot een holistisch beeld te komen over het functioneren van een
persoon.
Vb: Selecteren van de beste kandidaten tijdens sollicatieprocedure als arbeids- en
organisatiepsycholoog.
4