SLAAP
INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 1: Bewustzijn ............................................................................................................... 2
Bewuste visuele perceptie – NCC’s ...................................................................................................4
Binoculaire rivaliteit ......................................................................................................................4
Anticorrelatie (V1, V2, MT, V4, IT) ...................................................................................................6
Causale studies ............................................................................................................................8
Theorieen over bewustzijn ............................................................................................................... 12
Global neuronal workspace ......................................................................................................... 12
Integrated information ................................................................................................................ 12
Recurrent processing .................................................................................................................. 13
Predictive processing .................................................................................................................. 15
Dendritic information theory ........................................................................................................ 16
Samenvatting ............................................................................................................................. 17
Electrofysiologische correlaten van bewustzijn ................................................................................ 19
Evoked potentials ....................................................................................................................... 19
Single-cell studies ...................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 2: Bewustzijnstoestanden ...........................................................................................23
Inleiding ......................................................................................................................................... 23
Anatomisch substraat van bewustzijn .............................................................................................. 24
Hersenstam ............................................................................................................................... 25
Thalamocorticaal systeem .......................................................................................................... 28
Bewustzijnstoestanden................................................................................................................... 31
Bewustzijnsstoornissen .................................................................................................................. 32
Evaluatie van bewustzijn: ............................................................................................................ 35
Meten van bewustzijn ..................................................................................................................... 40
Hoofdstuk 3 – Slaap .....................................................................................................................43
Wat is slaap? .................................................................................................................................. 43
Hoe komt slaap tot stand? .............................................................................................................. 45
2 proces model van slaap ............................................................................................................... 46
Functies van slaap.......................................................................................................................... 49
Non-REM-slaap/slow wave sleep ................................................................................................. 49
REM-slaap .................................................................................................................................. 51
Evolutie van slaap doorheen het leven.......................................................................................... 52
1
, Hoe brengen we slaap(problemen) in kaart? .................................................................................... 53
Gevolgen van te weinig slaap – acuut ............................................................................................... 55
Gevolgen van te weinig slaap – chronisch......................................................................................... 55
Slaapstoornissen ........................................................................................................................... 56
HOOFDSTUK 1: BEWUSTZIJN
De definitie van bewustzijn is moeilijk:
• Bewustzijn is wat we zelf ervaren
• Wakkere toestanden, maar ook inwendig (voelen, gedachten, dromen, emoties, verbeelding)
• Phenomenal conciousness (PC) = hoe de ervaring is (qualia), de dingen de we bewust ervaren
• Acces conciousness (AC) = vanaf het moment dat het de aandacht trekt en we een actie gaan
ondernemen => dingen die we bewust gebruiken om een redenering of actie uit te voeren
o Bv typen op de laptop is niet AC => het gaat zo snel dat het onbewust verloop
o Bv naar de prof luisteren is bewust => we kunnen erover nadenken wat hij zegt (het deel
waar we de aandacht op richten)
• States of conciousness: wakker, dromen, coma, psychedelische toestanden…
• Werkgeheugen: beperkte capaciteit en tijd => wat we omdat moment gebruiken bv
telefoonnummer even onthouden
• STM: gebeurtenissen vd laatste uren => naar LTG tijdens het slapen
o Werkgeheugen is nog korter
• Sensorieel geheugen: nog korter, weinig controle over, minder dan een seconde
• Explanandum: wat nog moet verklaard worden
• We proberen aspecten en theorieen te vinden rond bewustzijn die getest kunenn worden en
gesteunde volgends wetenschappelijke methodes
2
,Het is erg challenging om bewustzijn te meten:
• Proberen te zoeken in de hersenen naar iets wat correleert met beuwstzijn
o Welke plaatsen id hersenen antwoorden? Welke vd responseigenschappen kunenn we
bepalen?
o Experimenteel paradigmas zoeken die een verandering in bewustzijn capteren en dan
bepalen welke gebieden hiermee correleren
▪ Experimenteel proberen om compound (mogelijke verklaringen die er niks mee
te maken hebben) uit te sluiten
Bv aandacht is een compound zonder dat het duidelijk correleert met
bewustzijn
▪ Proberen theorieen in dit licht te bekijken => zijn ze compatiebel?
3
, Het is empirically challenging: we kunnen vanalles registreren in de hersenen, maar we moeten het
allemaal weten?? Proberen te zoeken in de hersnenen naar iets wat correleert met bewustzijn. Welke
plaatsen in de hersenen antwoorden, welke vd responseigenschappen kunnen we bepalen => dn
expirimenteel paradigmas vinden die verandering in bewustzijn capteren en dan bepalen welke gebieden
Hiermee correleren.
• Experimenteel proberen om compounds (mogelijke verklaring die er niks mee te maken hebben)
uit te sluiten. Bv aandacht is een compound zonder dat het duidelijk gecorreleerd is met
bewustzijn.
• Proberen de theorien in dit licht te bekijken => zijn ze compatible?
BEWUSTE VISUELE PERCEPTIE – NCC’S
BINOCULAIRE RIVALITEIT
Zoektocht naar correlaat van bewustzijn => veel dingen die correleren zonder dat ze causaal zijn.
Studies met impact op de bewuste visuele perceptie:
• Binoculaire rivaliteit:
o We projecteren 2 verschillende stimuli in de 2 ogen (bv huis en gezicht)
o De hersnene hebben er last mee => ocnflict
o In de hersenen zijn er periodes dat we een gezicht zien en na een paar sec switcht het
naar het huis
o De 2 ogen alterneren spontaan in de percepyie => bewuste visuele perceptie veranderd
spontaan
• Testen bij de rhesusaap:
o Verschillende hersengebieden en hun respons op visuele neuronen in de binoculaire
rivaliteit
▪ V1-V4 => gebruik maken v georienteerde lijnen om deze cellen te activeren
▪ Rivaliteit induceren => gebruik maken van
verschillende orientaties in beide ogen =>
perceptie ertussen switcht en veranderd
spontaan
o Dieren getraind om perceptie vd gepercipieerde
stimulus weer te geven
o De activiteit v sommige neuronen correleerd met de
gerapporteerde orientatie
▪ Als de perceptie veranderd gaan de
neuronen meer/minder actief worden
▪ Veranderingen in neurale activiteit die
correleren met de gerapporteerde perceptie
=> neurale activiteit veranderd eerst
▪ Eerst moet de neurale activiteit veranderen
voor de perceptie veranderd => dan pas
motorische respons van op de knop duwen
4