PO Geschiedenis Koude Oorlog, van confrontatie naar ontspanning, Deel 3
Periode 1953-1962
Nadat Stalin overleed in 1953 kwam Chroesjtsjov aan de macht. Dit was het begin
van een periode van destalinisatie, de communistische dictatuur van Stalin was
voorbij.
In Hongarije, een satellietstaat van de Sovjet-Unie, durfden mensen in 1956 steeds
meer te gaan demonstreren voor democratie en vrijheid van meningsuiting. De
communistische leider Nagy liet dit toe en beloofde zelfs dat Hongarije uit het
Warschaupact zou stappen en voortaan een vrij land zou zijn. Dit accepteerde
Chroesjtsjov niet en hij stuurde het Rode Leger om de opstand neer te slaan. De
Hongaarse opstandelingen hoopten op hulp van de Verenigde Staten, aangezien de
VS eerder verzet in Oost-Europa had gesteund. De VS had echter net besloten om
niet meer militair te helpen met de bevrijding van Oost-Europa omdat het risico op
een derde wereldoorlog te groot was.
In 1961 brak er een crisis uit rond Berlijn. Chroesjtsjov noemde West-Berlijn een
kwaadaardige tumor. Oost-Duitsers konden via West-Berlijn naar het Westen reizen
en zo de invloedssfeer van de SU verlaten. Chroesjtsjov besloot de grens met West-
Berlijn te sluiten door de Berlijnse Muur te bouwen. De VS was eigenlijk wel blij met
deze muur, omdat het beter was dan het alternatief, een derde wereldoorlog. Ook
waren ze opgelucht dat ze West-Berlijn hadden kunnen behouden.
In beide gevallen neemt de VS een stap terug en laten ze de SU hun gang gaan om
een oorlog te voorkomen.
Na de Cubacrisis van 1962 ontstond er een periode van ontspanning tussen de VS
en de SU. De leiders van deze grootmachten zagen allebei in dat ze heel dicht bij
het uitbreken van een nucleaire oorlog waren geweest. Dit zou voor niemand
voordelig zijn omdat beide partijen in het bezit waren van kernwapens, en een oorlog
zou tot gigantische schade leiden.
Periode 1963-1991
In 1949 werd de NAVO opgericht, een bondgenootschap van West-Europese
landen. Als reactie hierop richtte de SU een bondgenootschap van communistische
landen op: het Warschaupact. Deze duidelijke verdeling van invloedssferen zorgde
ervoor dat er meer overzicht ontstond.
In Tsjecho-Slowakije kwam in 1968 een nieuwe golf van democratische
communisten aan de macht. Tijdens de Praagse Lente ontstond de
Breznjevdoctrine, dit hield in dat de SU moest ingrijpen als een communistisch land
naar het kapitalisme begon te neigen. De SU viel, samen met bijna alle landen van
het Warschaupact, Tsjecho-Slowakije aan. De opstandelingen vochten niet terug
omdat ze wisten dat ze toch geen hulp zouden krijgen. De VS hechtte te veel
waarde aan de zojuist herstelde relatie met Moskou om die nu alweer op het spel te
zetten.
Het was voor de VS en de SU van groot belang om elkaars invloedssferen te
respecteren, niet alleen omdat dit nu eenmaal zo was afgesproken maar ook omdat
het breken van deze regels catastrofale gevolgen zou hebben. Niemand zat op een
atoomoorlog te wachten, dus het was verstandiger om elkaar gewoon met rust te
laten.
Periode 1953-1962
Nadat Stalin overleed in 1953 kwam Chroesjtsjov aan de macht. Dit was het begin
van een periode van destalinisatie, de communistische dictatuur van Stalin was
voorbij.
In Hongarije, een satellietstaat van de Sovjet-Unie, durfden mensen in 1956 steeds
meer te gaan demonstreren voor democratie en vrijheid van meningsuiting. De
communistische leider Nagy liet dit toe en beloofde zelfs dat Hongarije uit het
Warschaupact zou stappen en voortaan een vrij land zou zijn. Dit accepteerde
Chroesjtsjov niet en hij stuurde het Rode Leger om de opstand neer te slaan. De
Hongaarse opstandelingen hoopten op hulp van de Verenigde Staten, aangezien de
VS eerder verzet in Oost-Europa had gesteund. De VS had echter net besloten om
niet meer militair te helpen met de bevrijding van Oost-Europa omdat het risico op
een derde wereldoorlog te groot was.
In 1961 brak er een crisis uit rond Berlijn. Chroesjtsjov noemde West-Berlijn een
kwaadaardige tumor. Oost-Duitsers konden via West-Berlijn naar het Westen reizen
en zo de invloedssfeer van de SU verlaten. Chroesjtsjov besloot de grens met West-
Berlijn te sluiten door de Berlijnse Muur te bouwen. De VS was eigenlijk wel blij met
deze muur, omdat het beter was dan het alternatief, een derde wereldoorlog. Ook
waren ze opgelucht dat ze West-Berlijn hadden kunnen behouden.
In beide gevallen neemt de VS een stap terug en laten ze de SU hun gang gaan om
een oorlog te voorkomen.
Na de Cubacrisis van 1962 ontstond er een periode van ontspanning tussen de VS
en de SU. De leiders van deze grootmachten zagen allebei in dat ze heel dicht bij
het uitbreken van een nucleaire oorlog waren geweest. Dit zou voor niemand
voordelig zijn omdat beide partijen in het bezit waren van kernwapens, en een oorlog
zou tot gigantische schade leiden.
Periode 1963-1991
In 1949 werd de NAVO opgericht, een bondgenootschap van West-Europese
landen. Als reactie hierop richtte de SU een bondgenootschap van communistische
landen op: het Warschaupact. Deze duidelijke verdeling van invloedssferen zorgde
ervoor dat er meer overzicht ontstond.
In Tsjecho-Slowakije kwam in 1968 een nieuwe golf van democratische
communisten aan de macht. Tijdens de Praagse Lente ontstond de
Breznjevdoctrine, dit hield in dat de SU moest ingrijpen als een communistisch land
naar het kapitalisme begon te neigen. De SU viel, samen met bijna alle landen van
het Warschaupact, Tsjecho-Slowakije aan. De opstandelingen vochten niet terug
omdat ze wisten dat ze toch geen hulp zouden krijgen. De VS hechtte te veel
waarde aan de zojuist herstelde relatie met Moskou om die nu alweer op het spel te
zetten.
Het was voor de VS en de SU van groot belang om elkaars invloedssferen te
respecteren, niet alleen omdat dit nu eenmaal zo was afgesproken maar ook omdat
het breken van deze regels catastrofale gevolgen zou hebben. Niemand zat op een
atoomoorlog te wachten, dus het was verstandiger om elkaar gewoon met rust te
laten.