and not everything that can be counted
counts.” — William Bruce Cameron (1963)
1
,**60 % schriftelijk examen – 40 % wpo (taak)**
Inhoud
1&2. Kwalitatief onderzoek vs kwantitatief .......................................................................................... 3
3. Het kwalitatieve interview ............................................................................................................... 5
4. Focusgroups .................................................................................................................................. 8
5. Ethnography/ participant observation ........................................................................................... 11
6. Transribe recordings .................................................................................................................... 14
7. Thematic analysis ........................................................................................................................ 15
8. Grounded theory .......................................................................................................................... 16
9. Social constructionist discourse analysis ..................................................................................... 18
10. Conversatieanalyse.................................................................................................................... 19
11. Foucauldiaanse discoursanalyse................................................................................................ 20
12. Phenomenology (fenomenologie) ............................................................................................... 21
13. Interpretatieve fenomenologische analyse (IPA) #mijnfavoriet ..................................................... 23
14. Narratieve analyse ..................................................................................................................... 25
15. Good qualitative report ............................................................................................................... 26
16. Enuring quality ........................................................................................................................... 27
17. Ethical clearance ....................................................................................................................... 29
Bijkomende bedenkingen ............................................................................................................. 31
2
, 1&2. Kwalitatief onderzoek vs kwantitatief
└> cijfers, wel taal naturalistisch interpreteren
└> controversieel (zie Kwantitatief onderzoek: cijfers, foutmarges, significantie, etc.)
└> populair, maar is het mogelijk om alle complexiteit van
psychologie samen te vatten tot cijfers?
=> Geen substitutie, beiden aanvullend
Kwalitatief onderzoek & de evolutie
└> Soms wel cijfergebruik, maar niet als uitspraken
└> beschrijven van de data, aantal thema’s, hoe vaak de thema’s voorkomen, ...
Kenmerken kwalitatieve methode:
└> Rijke data (bv. VAS-schaal, niet gewoon afnemen, maar bevragen waarom iets gebeurd
geeft net de info die we zoeken)
└> Verwerpen positivisme (cf. Sociologie = eerder kwalitatief, en verwerpt ook positivisme)
└> zoektocht naar algemene wetten → universalisme, meten is weten, reductionisme,
nomothetisch
└> zie biologie: je moet observeren, het kwantitatieve domineert
└> dit was een antwoord op Theïsme (kennis verklaren via God)
└> Verlichting (kennis baseren op ratio)
└> Positivisme (wetenschap als kennis, Compte)
*Compte bedoelde echter het belang van observeerbare feiten,
wat volgens hem voor zowel kwalitatief als kwantitatief het geval was
└> in psychologie zoeken ze dit soms toch wel (zie: marketing, forensische)
└> Kwantitatieve dominantie
└> de wetenschappelijke ‘nauwkeurigheid’ zorgt voor veel status &
centen (wetenschappelijke robuustheid)
→ maar ook replicatiecrisis!!
└> Behaviorisme laat geen kwalitatief onderzoek toe (positivisme nog wel)
→ Kritische massa komt op, meer praktijkwerkers met kennis & niet enkel onderzoekers
→ Onderzoekers die willen loskomen van positivisme (Allport, Brower)
└> Introspectie is nodig! (Ook in 1870 waren sporen van
kwalitatief onderzoek bij Wund)
└> Aanname postmodernisme (kwalitatief)
twijfel aan één waarheid
grote allesomvattende verhalen wantrouwen
taal & betekenis zijn instabiel (zie “we gaan een boterhammeke eten” tegen kind of oudere)
meervoudigheid: er is geen coherente samenleving, enkel losse stukken (bv. Belg &europees)
kennis is een sociaal construct
└> hangt sterk samen met macht (zie: Theo Francken die drones ‘ziet vliegen’ en nadien een
groot budget krijg voor defensie, omdat we in ‘gevaar’ zijn) → media, wetgeving, discoursen
relativisme & anti-essentialisme (iets heeft geen inherente ‘essentie’, onafscheidelijk van
zichzelf)
└> Realiteit als een sociaal construct (≠ statisch)
3
, └> Dichtbij het individu & dagelijkse realiteit => individueel perspectief
└> Data is messy (real life experiences)
└> ‘Test’ geen theorie, maar kan er wel ontwikkelen! (bevestigen)
└> Je kan het ontdekken uit de rijkheid van de data
└> Dataverzamelingsmethoden zijn niet kwalitatief an sich
└> focus verschuift naargelang doelstelling (bv. Inhoudelijk vs. acties/interacties)
└> Inductieve methode (minder confirmation bias = vinden wat je verwachtte vanuit theorie)
└> Realiteit als sociale constructie (≠ statisch)
=> Subjectief, Soft, Rationeel, Teleologisch, Idiografisch, Synoptisch
(waarom) (individu) (breed)
└> Nadelen kwalitatief onderzoek
Tijdsintensief
Publicatiebias
Empowerment van onderzochte reduceert statuut van de onderzoeker, weinig respect
Veel onderzoekers weinig vertrouwd met kwalitatief onderzoek
└> Kwalitatief onderzoek ook binnen:
└> Social psychology
└> Sociale gebeurtenissen en menselijk gedrag vinden plaats binnen een context
└> Participant observation (Festinger): “profeet van de planeet Clarion”
└> Constructionisme: mentale modellen gevormd om wereld te begrijpen (bv. stress: #uren,
#deadlines tov betekenis, ervaring, verklaring)
└> Grounded theory (Glaser & Strauss) (H8)
└> Phenomenology (H12)
Conclusie: Methodiek hangt af van onderzoeksvraag
→ er is dus geen paradigmashift, maar een co-existentie van beide benaderingen kan wel
(bv. reactie op pijn meten en nadien ervaring bevragen)
Mixed-method:
4