Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Life Events | Toegepaste Psychologie | Arteveldehogeschool

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
210
Geüpload op
12-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document bevat een grondige samenvatting van de te kennen hoorcolleges, leerpaden en wetenschappelijke artikels van life events. Achteraan vind je ook een overzicht van alle digitale tools per hoorcollege.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Toegepaste Psychologie


Module 4: Life Events
Academiejaar: 2025 - 2026

,1

,Hoorcollege 1
Powerpoint hoorcollege
Wat bepaalt mee wie ik ben?
➔​ Dagelijkse gebeurtenissen
➔​ Meevallende- en tegenvallende gebeurtenissen: kleine gebeurtenissen
-​ meevallende gebeurtenissen: nog net de tram halen
-​ tegenvallende gebeurtenissen: te laat zijn voor de tram
➔​ Levensomstandigheden: waar en hoe je leeft
= opgroeien in een villa of in een oud klein huis
➔​ Traumatische ervaringen
= ervaringen die trauma’s kunnen veroorzaken, moet niet.
= trauma is iets wat in de persoon gebeurt
➔​ Life events

Wat zijn life events?
Ingrijpende gebeurtenissen die zich in de loop van iemands leven kunnen voordoen, en die als
uitzonderlijk of betekenisvol kunnen worden ervaren. Ze hebben het potentieel om destabiliserend te
zijn en kunnen diepgaande invloed uitoefenen op het functioneren en welzijn van een persoon.
-​ ouder worden, eerste keer naar school gaan, relaties hebben, werk vinden/hebben, gepest
worden, verlieservaringen,..
= Compagnon en Hannon in het boek life events (2025)

Life events in kaart brengen:
1.​ Onderzoek over life events
-​ één levensdomein
= per life events kijken welke impact er is
-​ brede set van life events
= gaan kijken welke soort stress life events veroorzaken op mensen
= kijken naar de (negatieve/positieve) impact die life events hebben op een persoon
2.​ In kaart brengen van life events op individueel niveau

Tools
= op individueel niveau kijken hoe we de life events in kaart kunnen brengen bij een individu

SRRS (Social readjustment rating scale)
= zelfrapportage lijst
= een test waarbij je aanduidt uit een vragenlijst wat je het laatste jaar hebt meegemaakt om vervolgens
de scores die naast de gebeurtenissen staan op te tellen
-​ score 150 of minder ⇒ weinig levensgebeurtenissen meegemaakt



2

, -​ score 150 en 300 ⇒ voor de helft kans op gezondheidsproblemen ten gevolge van een life
events van vorige 2 jaar
-​ score van boven 300 ⇒ grote kans op gezondheidsproblemen de komende periode

USQ (Undergraduate stress questionnaire - 1992)
= de vragen zijn afgestemd op studenten die studeren als stressvol ervaren
= je vraagt wat er afgelopen 2 weken is gebeurd (elke gebeurtenis krijgt 1 punt)
= je telt de gebeurtenissen op en hoe hoger het cijfer hoe hoger de kans op conflicten
= in 2019 recent onderzoek: diezelfde onderzoekslijst werd opnieuw onderzocht. Ze onderzochten welke
vragen er moesten gesteld worden. Blijkt dat als ze de vragen die ze stellen goed afstemmen op de
doelgroepen er een beter resultaat komt = de USQ test is beter afgestemd dan de SRRS (omdat deze test
specifiek op een doelgroep is afgestemd).

LEC-5 (Life event checklist DSM5)
= Er zijn vooraf gebeurtenissen opgesomd en persoon moet aanduiden of die het heeft meegemaakt of
niet
= dit is de basis om in gesprek te gaan met een persoon
= heeft de persoon symptomen die overeenkomen met de DSM 5




3

,Benadering life events

Biopsychosociale benadering



Vb van een life event ⇒ voor het eerst solliciteren voor een vakantiejob
-​ je slaapt slecht voor het gesprek
-​ je moeder is overbezorgd en vraagt hoe het gesprek ging
-​ je reageert emotioneel (vloeken, huilen, ..) op die vraag

Levensloop benadering
= waar je u bevind in uw leven bepaald mee hoe je ergens naar kijkt
-​ Je bent 23 en wilt graag werk dus je gaat soliciteren vs je gaat
solliciteren maar je bent al 35 en hebt al eerder gesolliciteerd vs je bent
35 en 2 weken geleden ben je een lening aangegaan terwijl je een week
geleden ontslagen bent ⇒ stressniveau gaat verschillen
-​ je bent een kind en je verliest een vriend, op dat moment heeft die nog
nooit iemand verloren (weet niet hoe het is) vs een twintiger die al
eerder iemand heeft verloren (die gaat er beter mee kunnen omgaan,
weet hoe het voelt) vs 60+ heeft al veel ervaring met overleden mensen
(denkt hier anders over en zegt dat het hoort bij het leven)

Existentiële benadering
⇒ hoe gaan we als mens betekenis gaan geven
-​ Coherentie (cognitie): we zorgen dat ons levensverhaal in de situatie past
= als twintiger is het normaal dat er een oma overlijdt
= elke stap in je leven dat vrij logisch is op dat moment
-​ Doel (motivatie): redenen waarom jij het nuttig vindt om te leven
-​ Waarden (evaluatie): dat jij ervan overtuigt bent dat uw leven er toe
doet

Maatschappelijke benaderingen
= Ecologisch systeemtheorie
1.​ Individu: alles wat te maken heeft met de persoon
-​ karakter
-​ biologische factoren
-​ leeftijd
-​ temperament
2.​ Microsysteem
= iedereen die rond het individu staat en invloed heeft op hoe je met een life event omgaat
3.​ Mesosysteem
= de invloed dat het microsysteem op het individu uitoefent


4

, 4.​ Exosysteem
= zaken waar je geen invloed op hebt maar die wel invloed hebben op u
= ouders gaan uit elkaar
5.​ Macrosysteem
= de maatschappij waar je in opgroeit
= hoe mensen naar een life event kijken zijn niet zo verschillend in verschillende culturen, maar
hoe die impact ervaren wordt is wel verschillend per cultuur
= moeder worden is Gaza vs in België: die gaan allemaal ervaren dat ze moeder worden maar
hoe ze ermee omgaan gaat anders zijn.

Impact van life events (+zie leerpad)
= alle ervaringen gaan mee bepalen hoe je reageert op een life event

Stress (+zie leerpad)
= Life events gaan vaak zorgen voor stress

Hoe werkt het stresssysteem?
Je hebt dus een stressor die mee bepaald wordt
door verandering, beheersbaarheid,
voorspelbaarheid en ambiguïteit. Hoe groter elk
kenmerk, hoe stressvoller de stress wordt ervaren.
Die stressor zet een mechanisme in gang en
daardoor komt het stresssysteem in actie die
daardoor weer zorgt voor een stressrespons. En de
stress die je dan krijgt is een geheel van gedachten,
gevoelens en gedrag.
-​ De positieve stress die zorgt ervoor dat je in
actie komt
-​ De negatieve stress die gaat u op een
verkeerde manier of net niet in actie
brengen

Voorbeeld:
examen vraag waarvan je het antwoord niet weet
-​ je gaat bewijzen dat je het wel kan ⇒ positieve stress
-​ je kijkt blackout, je weet het niet ⇒ negatieve stress




5

,Cognitieve kijk op stress
= wat bepaald mee hoe we omgaan met stress:
-​ Verbale programmering
= veel mensen vertellen hoe ze omgaan met stress in een situatie, waardoor hierdoor je beeld
over stress beïnvloed wordt
-​ Modelleren
= we kijken hoe andere mensen omgaan met stress
Voorbeeld:
-​ als je opgroeit in een omgeving waar mensen goed omgaan met stress dan gaat u dat
motiveren om ook op die manier om te gaan met stress. Omgekeerd heeft het hetzelfde
effect
-​ iemand verliest zijn partner waardoor die persoon op het verkeerde pad terechtkomt:
hierdoor is de kans groot dat dit je beeld zal zijn over hoe met verlies wordt omgegaan.
-​ Specifieke ervaringen:
= wat je reeds uit ervaring weet
Voorbeeld:
Leerkracht die een nieuwe groep heeft aan het begin van een module ⇒ kan ervoor zorgen dat
die niet goed gaat slapen en leiden tot stress

Polyvagaal theorie (+ uitgebreide versie zie leerpad)
= neurowetenschapper die op zoek was naar hoe we hartinfarcten zouden kunnen voorkomen
= hij is gaan kijken met psychologen en ggz, maar uiteindelijk kwamen ze op iets anders

Anatomie van zenuwstelsel:
= Perifere zenuwstelsel:
-​ somatische zenuwstelsel
-​ autonoom zenuwstelsel:
○​ orthosympatisch
○​ parasympatisch ⇒ zenuw: nervus vagus bestaat uit 2 delen:
↪​ oude deel van het nervus vagus = gaat tot onder het middenrif
↪​ nieuwe deel van het nervus vagus = boven het middenrif tot aan de kaak

De polyvagaaltheorie vertrekt vanuit 3 principes:
= het oudere deel van de nervus vagus ligt onder het jongere deel
1.​ Hiërarchie
= dorsale vagale deel van nervus vagus (oudste deel van de nervus vagus):
-​ als we een stimulus krijgen die ons stress geeft, dan reageren we op verschillende
manieren. Stel dat er een hoog stressniveau is dan gaat het onderste oude deel van de
nervus vagus reageren
-​ hierdoor gaat er een dissociatie gebeuren
-​ freeze
-​ Onveilig


6

, = Sympatische deel
-​ dit is het deel dat gas geeft (niet nadenkt)
-​ fight: vechten, verbaal/fysiek agressief
-​ manier om te reageren op stressoren en life events
= Ventraal vagaal (jonge deel van de nervus vagus)
-​ zorgt dat je rustig bent
-​ geconnecteerd bent met anderen
-​ In het nu kunnen blijven
-​ zorgt dat je contact kan maken met anderen en de mimiek
van anderen kan lezen waardoor je een veilig gevoel krijgt
-​ hiervan wil je dat de cliënten het hebben

2.​ Neuroceptie
= dit is een onbewuste manier van perceptie
= proces waarbij we constant de omgeving gaan scannen
= we zijn getraind om gevaar waar te nemen
= automatische reactie

Voorbeeld:
mensen gaan veel makkelijker 1 slang in een bloemenveld zien dan 1 bloem
in een slangenveld

3.​ Co-regulatie
= het feit dat je anderen nodig hebt om je emoties te reguleren
= je gebruikt de andere om uw eigen stress te kunnen reguleren

Conclusie:
1.​ hiërarchie: hoe je reageert op stress
2.​ onbewust op een kleine “aan modus” zijn ⇒ probleem als je continu in alertheid bent
3.​ we hebben anderen nodig om te reguleren



Window of tolerance (+zie leerpad)
= om de dag door te komen, heb je verschillende soorten stress niveaus nodig

Hyperarousal: overprikkeling
= moment dat je gas geeft.
= je zit zelf met te veel dingen waardoor je geen aandacht kan geven aan alles wat er rondom jou
gebeurd




7

,Window of tolerance:
het gewone niveau dat je nodig hebt om te kunnen leven: om nieuwe dingen
te leren of om gekende dingen uit te voeren
-​ raam waarin je kan groeien, leren en je uzelf kan verbeteren

Hyporarousal: onderprikkeling
= te weinig prikkels waardoor het niet lukt om nieuwe prikkels op te nemen
-​ als je aan het studeren bent en je het gevoel hebt dat er geen info
meer in je hoofd geraakt
-​ anderen prikkels van buitenaf niet meer aankunnen

Stresslevel curve (+zie leerpad)

Onderprikkeling: loom, passief, verveeld, er zijn weinig doelen
= je kan niet genieten van het feit dat je niks aan het doen bent

Ontspanning: ruimte voor dagdromen, mijmeren
-​ zone van hersel :
= bewust niet te veel prikkels krijgen, op die manier kun je herstellen
= dit heb je soms even nodig

Comfort: je bent geactiveerd om te presteren maar je wordt niet uitgedaagd
-​ je staat op en je poets uw tanden
-​ routine, bv: laptop openen en typen wat er gezegd wordt

Drive: zone waar je je eigen ervaringen kan aanpassen
-​ beetje energie en wat motivatie
-​ je kan al wat dingen leren
-​ aandacht en concentratie die je nodig hebt om zaken te kunnen uitvoeren (autorijden)
-​ hierin wil je het meeste van de dag in doorbrengen

Spanning: niveau waar dat mensen worden uitgedaagd
-​ discomfort zone waarin je moet groeien
-​ eerste keer dat je in de auto zit om te leren rijden
-​ emotioneel: eerste keer een examen maken = spanning waarin je gaat groeien

Overprikkeling: de vulkaan
-​ niet veel meer mogelijk
-​ je bent overprikkeld in de fase van gas geven




8

, Moderatoren
➜​ Appraisels
= de waarden van de life events gaan bepalen
= gaan kijken hoe je kan omgaan met situaties
-​ primaire appraisal: eerste inschatting van de situatie of stressor op basis van de aard, de
kwaliteit en het belang voor de persoon
VB: je voelt stress omhoog gaan wanneer u kind belt dat die een ongeval heeft gehad
(eerst inschatting van de situaties)
-​ Secundaire appraisal: kijken wat de hulpbronnen zijn
= inschatting van de hulpbronnen die je hebt om met gebeurtenis om te gaan
VB: er is een autobestuurder die u om 21u aanrijdt op de fiets, dan kan je niet zomaar
een auto huren om die fiets te gaan ophalen. Dus je gaat zoeken naar hulpbronnen om
fiets te gaan halen
■​ vriendin heeft een grote auto 2 straten verder dus die kan je even lenen
■​ je kan ook een persoon bellen om te zorgen dat je kan ventileren
➜​ Attributies
= de overtuiging die je hebt over de oorzaak van een gebeurtenis
⇒ Voorbeeld: waarom ben ik geslaagd voor het examen
-​ Intern: ik slaagde omdat ik gestudeerd heb
-​ Extern: is slaagde omdat het examen makkelijk was
-​ Stabiel: ik ben slim genoeg om voor het vak te slagen
-​ Instabiel: ik heb heel veel geluk gehad
-​ Globaal: ik ben geslaagd ik heb een goede studiemethode
-​ Specifiek: ik ben geslaagd omdat het een makkelijk vak is
-​ Controleerbaar: ik weet hoe ik examens moet aanpakken
-​ Oncontroleerbaar: ik ben erdoor maar ik weet niet hoe ik dat heb gedaan
➜​ Locus of control
= de mate waarin het individu verwacht de uitkomsten van zijn eigen leven te kunnen
beïnvloeden.
-​ Intern: uw handelen geeft een invloed op hoe je leven loopt. vb: ik ga sporten en gezond
eten en op die manier ga ik een gezond leven leiden
-​ Extern: het is onvoorspelbaar
■​ toeval: ik ben ziek geworden is toeval, ik ben gezond gebleven
■​ de machtige andere: de dokter geeft goed voor mij gezorgd
➜​ Veerkracht (+zie leerpad)
= de mogelijkheid van mensen om zich aan te passen aan veranderende situaties
= als een situatie u plat duwt zorgt veerkracht dat je terug kan veren naar uw
oorspronkelijke positie
5 kenmerken van veerkracht:
1.​ Gebalanceerdheid:
= die mensen weten dat er goede en kwade dagen zijn
= geen goede dagen zonder slechte


9

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
12 juni 2026
Bestand laatst geupdate op
18 juni 2026
Aantal pagina's
210
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
foucartyana05 Arteveldehogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
25
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
14
Laatst verkocht
2 weken geleden

4.0

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen