uitdagingen
1. Inleiding
Verandering
Basis = sense of urgency om er iets aan te doen
Daarna is het doel om gezamenlijke doelen te
stellen
Probleem: veel landen komen niet overeen over
de doelen en er is dus geen coalitie die samen
probeert om verandering teweeg te brengen.
Klimaat
= het algemene weer over een lange periode (meestal 30 jaar) in een
bepaalde regio
Broeikaseffect
Natuurlijk broeikaseffect: Broeikasgassen in de atmosfeer (= ozonlaag) bieden
beschermingen tegen de radiatie van de zon.
Versterkt broeikaseffect: Een overvloed aan broeikasgassen in de atmosfeer
zorgt dat de warmte vast komt te zitten in de atmosfeer.
Ozonlaag (broeikasgassen) situeert zich op 20 à 30 km van de aarde
Samenstelling aardatmosfeer
,Broeikasgassen (Greenhouse Gases)
Soorten:
- Methaan (CH4)
- Dikstikstofmonoxide (N20)
- Chloorfluorkoolstof (CFC)
- Koolmonoxide (CO)
- Zwaveldioxide (SO2)
- Koolstofdioxide (CO2)
- Ozon (O3)
Sinds de industriële evolutie stijgt de hoeveelheid broeikasgassen in de
atmosfeer, daardoor is het versterkte broeikaseffect ontstaan waarbij warmte
vastzit in de atmosfeer, dit zorgt voor een opwarming van de temperatuur op
aarde.
- Vooral CO2 is enorm toegenomen
- Het verlagen van de uitstoot van broeikasgassen zal niet direct leiden tot
een verlaagde impact op het klimaat op korte termijn.
Landen met het meeste uitstoot van broeikasgassen nu:
- China
- VS
- India
- EU27
- Rusland
Vooral China en US moeten werken aan het verminderen van
uitstoot. China zit nu volop in industriële revolutie dus lastig. VS
kan er wel iets aan doen want stoot veel uit in functie van het
aantal inwoners.
Landen met het meeste uitstoot van broeikasgassen vroeger:
- VS
- EU28
- China
- Rusland
- India
Omrekening van broeikasgassen naar CO2-equivalenten
Omrekening gebeurt op basis van het Global Warming Potential (GWP)
- GWP geeft aan hoeveel meer een gas bijdraagt aan de opwarming van
de aarde ten opzichte van CO2 over een periode van 100 jaar
- 1 kg CO2 = 1 CO2-equivalent (want GWP van CO2 = 1)
Methaan (CH4) : GWP = 28 (1 kg methaan = 28 CO2-equivalent)
Lachgas (N2O): GWP = 265 (1 kg lachgas = 265 CO2-equivalent)
Omrekening is handig om verschillende soorten uitstoot te vergelijken en op
te tellen
Lineaire stijging van uitstoot van broeikasgassen en bijhorende opwarming van
de aarde
Aandeel in de emissies van de verschillende broeikasgassen:
- 74,5% = CO2
- 14,92% = Methaan
, - 4,75% = stikstof oxide
- 2,84% = fluorgassen
Afhankelijk van het behalen van bepaalde klimaatdoelen = aantal graden Celsius
dat de gemiddelde temperatuur op aarde zal stijgen tussen 2021 en 2100
Best case: 1,4°C stijging
Worst case: 4,4°C stijging
Negatieve gevolgen van klimaatopwarming
Permafrost: permanent bevroren grond waar CO2 in vastzit die smelt en
daarbij komen die gassen in de atmosfeer terecht.
Zaken waarop het klimaat impact heeft
Extreem weer: natuurrampen
Stijging van de zeespiegel: overstromingen, eilanden onderwater, kustregio’s
lopen risico, havens mogelijk niet meer operationeel (link met supply chain
management)
Smelten van de poolkappen: zorgt voor stijging zeespiegel en bijgevolg
overstromingen
Opwarming van de aarde
Voedselproductie: landbouw komt in gedrang
Extra kosten
Watertekorten: droogte
Migratie: te veel mensen op te weinig oppervlakte + vluchten voor het klimaat
Uitstoot van CO2 per sector
Energiesector: elektriciteit en verwarming
Transportsector
Productiesector
Landbouwsector
2. Huidige sociale uitdagingen
Armoede – ongelijkheid: groot verschil tussen rijk en arm
Onderwijs en gezondheidszorg: niet voor iedereen even toegankelijk
Werkzekerheid: vaak niet aanwezig en veel jobs met lage lonen
Vergrijzing: meer ouderen -> druk op de zorgsector en pensioenen
Migratie: mensen vluchten voor oorlog, armoede of
klimaatproblemen
3. Huidige ecologische uitdagingen
Uitdagingen die impact hebben op supply chain management:
Klimaatverandering; opwarming van de aarde -> extreme
weersomstandigheden
Lucht, water en bodemvervuiling: vervuiling van bronnen en
landbouwgronden
, Uitputting van grondstoffen
Verlies van biodiversiteit: verlies van planten en diersoorten
Afval en plastiekvervuiling
Environmental and Social Governance (ESG’s) VN
Distibutie en e-commerce
Horizontale samenwerking: samenwerking met peers in de supply chain
- Hoge drempel daarom aanwezigheid van een trustee vereist
(scheidsrechter bepaalt de regels m.b.t de samenwerking door het
opmaken van een governance; regelement)
- Er wordt quasi altijd vastgelegd dat concurrenten geen zicht mogen
hebben op elkaars klanten
Last mile providers zijn soms winstgevend in de grote steden, maar buiten de
grote steden draaien ze verlies.
- Deze providers worden vaak gesubsidieerd zodat de gebruiker geen te
hoge kosten draagt
- Winst halen ze vooral uit bijkomende activiteiten zoals tijdelijke opslag
De groei van de e-commerce legt druk op de leefbaarheid van de stad
Meer last mile providers zou resulteren in een lagere winstmarge van alle
spelers op de markt, dit zou leiden tot faillissementen.
- Bv. cargo biker met vast uurloon, hij brengt voor het bedrijf 5 à 7 euro op
per drop off
7 stops per uur om uit de kosten te komen = onmogelijk tenzij hij
de afstand tussen de drop-off locaties tot een minimum kan
beperken (= verhoging van de drop-off intensiteit)