“Economically, what is the difference between restricting the importation of iron to benefit
ironproducers and restricting sanitary improvements to benefit undertakers?”
- Henry George, Amerikaans politiek econoom, Protection or Free Trade 1886
Keuze of je de eigen economie wilt openstellen of beschermen
- Voorstander van vrijhandel (de openstelling van de economie)
- Invoer van staal verminderen om eigen staalproductie te beschermen vs. hygiëne
verslechteren om de job van begrafenisondernemers te behouden
- Laat dingen die vrij kunnen zijn vrij en bescherm die dingen die beschermd moeten worden.
De economie kan beïnvloed worden door verschillende factoren:
- Geopolitieke conflicten (bv. oorlogen)
- Pandemieën (bv. covid -> stillegging van de handel)
In tijden van crisis gaan landen enkel nog op zichzelf en hun eigen belangen focussen (ook
te merken aan de stemmingen van het volk: extreem rechts)
Bv. Inflation Reduction Act (Verenigde Staten, Biden): subsidieprogramma dat de
werkloosheid verhindert en gericht is op vergroening dmv zonnepanelen, windenergie,
elektrische auto’s,...
Bv. Koude Oorlog: handel moest dienen als middel om vrede in stand te houden
(vooruitgangsoptimisme) -> huidige situatie is bewijs dat dit niet blijft werken
Zonder open grenzen is internationale handel onmogelijk
BBP = C + I + G + X – M
- BBP: De hoeveelheid goederen en diensten die door een land gerealiseerd worden
- C = consumptie
- I = investeringen
- G = overheidsbestedingen
- X = export
- M = import
X – M = internationale handel
Export is belangrijk voor de economie, maar import biedt jobs (waarbij meerwaarde
gerealiseerd wordt) wat ook zeer belangrijk
België heeft een zeer open economie
- België = lokaal internationaal (dwz we voeren vooral handel met onze buurlanden)
Duitsland
Nederland
Frankrijk
Luxemburg
- Waarom investeren in België?
Centrale ligging in Europa
Grote haven (Antwerpen)
Stabiel
Kenniseconomie (dwz veel hoogopgeleide profielen)
Rechtszekerheid
Omwille van de open economie: zeer afhankelijk van internationale handel (export = 85%
van het BBP
, 1. Internationale handle in een open economie
1.1 Het ontstaan van internationale handel
Hoe wordt het BBP gerealiseerd?
- Natuur: grondstoffen
- Kapitaal
- Arbeid
- Ondernemersactiviteit
- Technologie
- Onderwijs
Waarom doen aan internationale handel?
- Specialisatie in bepaalde soorten productie door verschillende landen -> efficiëntere en
goedkopere productie
Specialiteit verhoogt de productiviteit van arbeid en kapitaal
Landen specialiseren zich in de productiefactor waar ze het best in zijn
- Wet van toe- en afnemende meeropbrengsten: als je een extra eenheid van een bepaalde
productiefactor toevoegt aan het productieproces (dat nog niet geoptimaliseerd was), dan zal
het efficiënter worden en zo zal er steeds meer meerwaarde gecreëerd worden. Na verloop
van tijd zal de efficiëntie terug dalen omdat je in alle productiefactoren moet blijven
investeren om optimale efficiëntie te behouden.
bv. dichtbevolkte landen kunnen arbeid als troef gebruiken, maar ze moeten ook zorgen dat
de technologie mee blijft evolueren om zo een optimaal productieproces te garanderen.
1.1.1 De klassieke theorie van de absolute kostenverschillen van Adam Smith
Arbeidswaardeleer: Arbeid wordt gezien als de bron van economische waarde. Specialisatie kan
leiden tot een concurrentieel voordeel voor landen door efficiënter gebruik van arbeid.
Geen internationale bewegingen van productiefactoren:
- Mensen en bedrijven bewegen zich in principe binnen de landsgrenzen (in de tijd van Adam
Smith nog een correcte aanname, nu is dit een veel minder realistische situatie)
- Enkel de grondstoffen worden internationaal gehaald (bv. kolonies)
Arbeid en kapitaal = lokaal
Grondstoffen bewegen wel
Vrije handel wanneer beide landen voordeel hebben bij specialisatie. Een land specialiseert zich
in het goed of dienst waarin hij een absoluut productievoordeel heeft.
- Absoluut productievoordeel = het minste uren voor 1 eenheid van het product te produceren
Inzetbaarheid van arbeiders in beide industrieën (in zijn tijd ook nog aannemelijk)
Na Arbeidskosten (in
Specialisatie aantal uren arbeid van
1 eenheid van)
wijn textiel
Portugal 30 (= 3 0
flessen)
Groot- 0 30 (= 3
Brittannië rollen
textiel)
Totale 3 flessen 3 rollen
productie wijn textie
l
, Er zijn meer goederen na specialisatie met dezelfde hoeveelheid uren (= het bewijs voor
het nut van specialisatie)
Voor Arbeidskosten (in aantal Let op! Gaat ervan uit dat arbeiders
specialisatie uren arbeid van 1 inzetbaar zijn in beide industrieën wat nu
eenheid van) niet meer van toepassing is (in zijn tijd
wel).
wijn textiel
Portugal 10 (= 1 fles) 20 (= 1 rol 1.1.2 De theorie van de comparatieve
textiel) kostenverschillen van David Ricardo
Groot- 20 (= 1 fles) 10 (= 1 rol
Brittannië textiel) Zelfs wanneer een land voor beide producten
Totale 2 flessen 2 rollen een absoluut kostenvoordeel heeft, kan er toch
productie wijn textiel nog voordeel zijn voor beide landen door aan
internationale handel te doen
Beperkingen van het model:
- Productiefactor kapitaal wordt genegeerd (als specialisatie in de productie bijkomende
investeringen vraagt, dan is de theorie al veel minder effectief)
- Veronderstelt dat arbeiders in beide sectoren kunnen werken
- Veronderstelt gelijke lonen in beide landen
- Veronderstelt dat de vraag naar de goederen stabiel blijft
- Houdt geen rekening met transportkosten
Situatie voor specialisatie
GB is productiever bij beide Voor Arbeidskosten (in aantal
producten, maar het relatief specialisatie uren arbeid van 1 eenheid
comparatief voordeel ligt bij textiel van)
(het produceren van 1
wijn textiel
eenheid wijn, zou hen 4
eenheden textiel kosten) Portugal 6 (= 1 fles) 3 (= 1 rol
(het produceren van 1 textiel)
eenheid textiel, zou hen ¼ Groot- 4 (= 1 fles) 1 (= 1 rol
eenheid wijn kosten) Brittannië textiel)
Portugal is voor geen van beide Totale 2 flessen wijn 2 rollen textiel
producten productiever, maar het productie
relatief comparatief voordeel ligt
bij wijn
(het produceren van 1 eenheid wijn, zou hen 2 eenheden textiel kosten)
(het produceren van 1 eenheid textiel, zou hen ½ eenheid wijn kosten)
Portugal specialiseert zich in wijn, GB specialiseert zich in textiel
P heeft comparatief voordeel voor wijn
Prijs van de producten zonder internationale handel:
Uurloon GB = prijs van 1 eenheid textiel of ¼ eenheid wijn
Uurloon P = prijs van 1/3 eenheid textiel of 1/6 eenheid wijn
Prijs wijn GB = 4 x prijs textiel want 4x zoveel arbeid nodig
Prijs wijn P = 2x prijs van textiel want 2x zoveel arbeid nodig
Prijs textiel GB = 0,25x prijs van wijn want slechts ¼ hoeveelheid arbeid nodig
Prijs textiel P = 0,5 x prijs van textiel want slechts ½ hoeveelheid arbeid nodig