Inleiding op de lessenreeks
Praktisch
- Fiscal = begroting
o Niet fiscaal
- Federaal planbureau afkorting FPB
Literatuur
- Verplicht:
o T0.1 01
o T0.1 02: p 14-18
- Aanvullend:
o Geen
Waarover gaat publieke financiën?
- “Principles of economics” van Marshall
o Leermeester van Kanes
o Ontwikkelde vraag en aanbod schema
o “we have seen that the economist must be greedy of facts, but that facts by
themselves teach nothing”
▪ Greedy of facts -> waarover spreken we?
• Feiten uit de wereld
▪ Fact of themselves teach nothing -> hoe spreken we over feiten?
• = theorie
o Is voor elke wetenschap anders (invalshoek)
▪ Deze invalshoek heet ook wel het formeel voorwerp
Eerste enkele vragen:
- Hoeveel % is de rentelasten van de overheidsuitgaven?
o Minder dan 5%
- Het tekort op de rekening van alle overheden in België is …
o 20 – 30 miljard
- De schuld van alle overheden in België is …
o Meer dan 500 miljard
- BBP in België is?
o 600 miljard
1
,Omvang van de overheid
- Overheid is in moderne economieën een belangrijke speler
- Hoe belangrijk? verschillende maatstaven, bv.:
o 1. uitgaven overheid als % bbp (ook ‘overheidsbeslag’ genoemd – zie Topic 2.1)
o 2. Nationale Rekeningen: bevat ook ‘overheid’ als ‘institutionele sector’
- Nationale Rekeningen – registreert alle transacties in een economie = macro economische
boekhouding van een land
- Economie wordt ingedeeld in institutionele sectoren -> internationaal bepaald:
o S1: transacties volledige binnenlandse economie (het BBP):
▪ S11: niet-financiële vennootschappen
▪ S12: financiële instellingen
▪ S13: overheid = het deel van de toegevoegde waarde gerealiseerd door de
overheid (BBP)
▪ S14: huishoudens
• Ook zelfstandigen
▪ S15: v.z.w.’s ten behoeve van de huishoudens
o S2: transacties met buitenland
o BBP = 554 miljard
o S13: 80 miljard of 15%
o Verrassend klein?
▪ In BBP zit creatie van toegevoegde waarde
• Bv. politie die zorgt voor veiligheid, rechters (loopt via belastingen)
▪ Maar is maar 1 deel van wat overheid doet
- Toegevoegde waarde overheid:
o Verwijst naar publieke goederen
o Te onderscheiden van elders gecreëerde toegevoegde waarde herverdelen
- Uitgaven overheid omvatten zowel:
o Uitgaven om BBP te creëren
▪ Zoals lonen
o Uitgaven gerelateerd aan herverdeling
▪ Geen toegevoegde waarde
o Andere uitgaven
2
, - Gevolg: totale uitgaven groter dan toegevoegde waarde overheid
o Wordt vaak “overheidsbeslag” genoemd
o B.1g_S13: toegevoegde waarde overheid = 80 miljard
o Uitgaven gezamenlijke overheid = 295 miljard
o Uitgaven vind je in begroting (en NR)
Uitgaven overheid
- Uitgaven: een uiting van antwoord op “Wat moet overheid doen?”
- Richard Musgrave (1910-2007) onderscheidt 3 taken
o allocatieve functie (corrigeren marktfalingen)
o herverdelingsfunctie
o macro-economische stabilisatie-functie
- Uitdaging: taken linken aan uitgavenposten (want is niet één-op-één)
o Beloning werknemers → allocatie
o Sociale uitkeringen → herverdeling (deels)
o Corona-uitgaven → stabilisatie
-Grijs ≈ toegevoegde
waarde van overheid
-In 2008: overnamen
spoorweginfrastructuur
door overheid
3
, Inkomsten van overheid
- Overheid heeft inkomsten nodig om de drie taken te financieren
- Haalt die in hoofdzaak binnen via belastingen
- Verschillen naar belastbare grondslag en tariefstructuur
o Inkomen → personenbelasting − winst vennootschappen → vennootschapsbelasting
o Consumptie (of uitgaven) → BTW, accijnzen, ...
▪ Accenzijn zijn per stuk, veranderen dus niet mee met prijs
o Arbeidsinkomen → sociale bijdragen (‘parafiscaliteit’)
o Transacties → registratierechten, erfenisbelasting, ...
Belastingdruk
- Omvang belastingen (of inkomsten) vaak uitgedrukt als ‘belastingdruk’
- Meerdere maatstaven (met vaak spraakverwarring tot gevolg):
o 1. Alle inkomsten gedeeld door bbp (de meest ruime belastbare basis)
o 2. Specifieke belasting gedeeld door bijhorende belastbare basis
▪ Macro (uit Nationale Rekeningen)
▪ Micro (voor één belastingplichtige)
- Maatstaf 1: inkomsten in % van het bbp:
4