Endocrinologie
1ste Master Geneeskunde | Gegroepeerd per hoofdstuk | Juni 2022–2025
Hoofdstuk 1: Allergie
[2024-2025, moment 1]
Vraag A1: Een vrouw van 45 jaar met op-en-af dagelijks urticaria (al 8 weken), verdwijnt telkens
binnen 24 uur. Huisarts startte H1-antihistaminicum, helpt maar gaat niet volledig weg. Dag erop
krijgt ze jeukende, opgezwollen lip. Wat is de diagnose?
A. Medicatie-allergie
B. Hereditair angio-oedeem
C. Chronische spontane urticaria
Antwoord: C – Chronische spontane urticaria — Urticaria >6 weken zonder aantoonbare externe
trigger = chronisch spontaan. Angio-oedeem van de lip kan hierbij optreden. Hereditair AO is minder
waarschijnlijk (H1-antiH helpt bij CSU, niet bij HAE).
[2024-2025, moment 1]
Vraag A2: Vanaf welke leeftijd ga je bij een zuigeling IgE's bepalen?
A. Vanaf de geboorte
B. Vanaf 3 maanden
C. Vanaf 1 jaar (bij borstvoeding)
D. Doe je niet bij een zuigeling
Antwoord: B – Vanaf 3 maanden — Specifieke IgE-bepaling is pas betrouwbaar vanaf 3 maanden
leeftijd.
[2024-2025, momenten 1 & 2]
Vraag A3: Hoe kan je het verschil maken tussen een milde en een ernstige pinda-allergie?
A. IgE tegen pindacomponenten (moleculaire allergiediagnostiek)
B. IgG tegen pindacomponenten
C. IgG4 tegen pinda (totaalextract)
D. IgG4 tegen pindacomponenten
Antwoord: A – IgE tegen pindacomponenten — Componenten-diagnostiek (bv. rAra h2) laat toe ernst
in te schatten: hoge rAra h2 = ernstige, soja-onafhankelijke pinda-allergie. IgG4 heeft geen klinische
relevantie als allergiediagnose.
[2024-2025, moment 1]
Vraag A4: Jongen die een wespensteek krijgt. Zijn hand is fors opgezwollen en duurt 3 dagen.
Wat doe je?
A. Geruststelling: normale (grote lokale) reactie op insectenbeet
B. Teken van insectengifallergie: auto-injector voorschrijven
C. Teken van insectengifallergie: IgE's bepalen + auto-injector voorschrijven
D. Teken van insectengifallergie: IgE's bepalen + auto-injector + desensibilisatie
Antwoord: A – Geruststelling — Een grote lokale reactie (zwelling beperkt tot de extremiteit, geen
systemische symptomen) is geen indicatie voor desensibilisatie of auto-injector. Enkel bij systemische
anafylaxie is verdere actie vereist.
[2024-2025, momenten 1 & 2 & herexamen]
Vraag A5: Wanneer schrijf je GEEN auto-injector voor?
A. Bij oraal allergie syndroom (OAS)
, B. Na een ernstige anafylactische reactie
C. Pinda-allergie zonder VG anafylaxie maar hoge rAra h2
Antwoord: A – Bij oraal allergie syndroom (OAS) — OAS (= PR10-gemedieerde kruisallergie, bv.
berkenpollen) geeft enkel lokale orale klachten en vereist geen noodmedicatie. Opties B en C zijn wél
indicaties voor een auto-injector.
[2024-2025, moment 1]
Vraag A6: Bij een berkenpollenallergie – welke bevinding klopt NIET?
A. Bij het eten van een rauwe appel krijg ik prikkels, maar bij appelmoes niet
B. Bij het schillen van rauwe aardappelen, maar niet bij gekookte
C. Bij contact met latex, banaan en avocado
D. Bij hazelnoot maar niet bij hazelnootpasta
Antwoord: C – Latex-banaan-avocado hoort NIET bij berkenpollen — Berkenpollen-kruisallergie
(PR10) omvat pit- en steenvruchten, soja, hazelnoot, wortelen, aardappelen. Latex-fruit-syndroom (kiwi,
banaan, avocado, kastanje) is een aparte categorie (profilines/chitinases).
[2024-2025, moment 1]
Vraag A7: Waarbij komt rBet v1 (= reclassificeerd als PR10-eiwit) voor?
A. Allergie voor PR10-eiwitten (berkenpollen OAS)
B. Glutenintolerantie
C. Allergie voor gliadine
Antwoord: A – PR10-allergie (berkenpollen) — rBet v1 is het major-allergeen van berk en behoort tot
de PR10-eiwitfamilie. Het is het prototype-allergeen van berkenpollen-OAS.
[2024-2025, moment 1]
Vraag A8: Iemand die 2× uren na NSAID urticaria + angio-oedeem kreeg. Nader onderzoek wees
uit dat het een cofactor-gemedieerde voedselallergie is. Hoe heet dit?
A. NECD (NSAIDs-Exacerbated Cutaneous Disease)
B. NEFA (NSAIDs-Exacerbated Food Allergy)
C. SNIUAA
Antwoord: B – NEFA (NSAIDs-Exacerbated Food Allergy) — NEFA = cofactor-gemedieerde IgE-
afhankelijke voedselallergie waarbij NSAID als cofactor optreedt. Cofactoren verlagen de drempel voor
anafylaxie (ook: inspanning, alcohol).
[2024-2025, moment 1]
Vraag A9: Waar plaatst u een auto-injector (adrenaline)?
A. Anterolateraal, midden van het bovenste derde van de dij
B. Lateraal, onderste derde van de dij
Antwoord: A – Anterolateraal, midden van de dij — IM-injectie in de anterolaterale zijde van het
middenste derde deel van de dij. Niet in de bil (te langzaam), niet IV in acute setting zonder monitoring.
[2024-2025, momenten 1 & 2]
Vraag A10: Wie stuur je NIET door naar een allergoloog voor penicilline-allergiebepaling?
A. Patiënt waarbij de moeder een penicilline-reactie had (familielid met allergie)
B. Patiënt die allergisch is voor andere antibiotica
C. Immuungecompromitteerde patiënt
D. Patiënt met hevige allergische reactie op penicilline in VG
Antwoord: A – Familielid met penicilline-allergie is GEEN indicatie — Een familiale
voorgeschiedenis is geen risicofactor voor IgE-gemedieerde penicilline-allergie bij de patiënt zelf.
Persoonlijke VG van hevige reactie (D), immuunsuppressie (C) of polyallergie (B) zijn wél redenen voor
doorverwijzing.
[2024-2025, moment 2]
Vraag A11: Welke stoffen maakt een Th2-cel aan om een IgE-gemedieerde reactie uit te lokken?
A. IL-4, IL-5 en IL-13
, B. IgG4 en IgE
C. IFN-gamma
D. Histamine en tryptase
Antwoord: A – IL-4, IL-5 en IL-13 — Th2-cellen sturen de allergiereactie via IL-4/13 (IgE-klasse-switch +
mastcelactivatie) en IL-5 (eosinofielenactivatie). Histamine en tryptase zijn mastcel-producten; IFN-gamma
is een Th1-cytokine.
[2024-2025, moment 2 & 2023-2024 & 2022-2023]
Vraag A12: Patiënt heeft rhinitisklachten enkel tussen januari en april in België. Wat is de meest
waarschijnlijke oorzaak?
A. Boompollen (hazelaar, els, berk)
B. Graspollen
C. Onkruidpollen
D. Alternaria (schimmel)
Antwoord: A – Boompollen — In België bloeien bomen (hazelaar jan-feb, els feb-mrt, berk mrt-apr).
Graspollen = mei-juli. Onkruid (ambrosia) = aug-okt. Schimmels = lente-zomer bij vochtig weer.
[2024-2025, moment 2]
Vraag A13: Hoe lang duurt het voor het resultaat van een IgE-huidpriktest afgelezen kan worden?
A. 15–20 minuten
B. 30–60 minuten
C. 48–72 uur
Antwoord: A – 15 tot 20 minuten — Huidpriktest: de wheal-and-flare-reactie (IgE-gemedieerd,
vroegtijdig) is maximaal na 15–20 min. Laat-fase reacties (T-cel-gemedieerd) ziet men na 48–72u
(plakproef).
[2024-2025, moment 2]
Vraag A14: Patiënt met hypertensie ontwikkelt angio-oedeem (lippen/tong). H1-antihistaminicum
heeft geen effect. Wat doe je?
A. Medicatiedossier nagaan
B. Hogere dosis antihistaminica
C. C1-esteraseremmer meten
Antwoord: A – Medicatiedossier nagaan — ACE-inhibitoren zijn de frequentste oorzaak van niet-
histamine-gemedieerd angio-oedeem. Hierbij helpen antihistaminica niet. Eerste stap: stop ACE-i. Daarna
pas verder uitwerken naar HAE als persistentie.
[2024-2025, moment 2]
Vraag A15: Eerstelijnstherapie bij anafylaxie?
A. Adrenaline IM anterolateraal
B. IV vocht
C. Zuurstof
D. Antihistaminica
Antwoord: A – Adrenaline IM — Adrenaline IM (anterolateraal midden van de dij) is ALTIJD de eerste
behandeling bij anafylaxie. Antihistaminica zijn enkel ondersteunend en mogen nooit de adrenaline
vervangen.
[2024-2025, moment 2]
Vraag A16: Kind van 1 jaar met koemelkallergie – wat vertel je de ouder?
A. Slechts 20% gaat weg
B. Niet relevant, want kan andere zoogdiermelken drinken
C. 50% van de kinderen groeit hier vóór de leeftijd van 2 jaar uit
D. 13–35% zal nog allergie voor andere voedingsstoffen ontwikkelen
Antwoord: C – Circa 50% ontgroeit koemelkallergie vóór 2 jaar — De meeste koemelkallergieën op
kinderleeftijd zijn transiënt. Circa 50% verdwijnt voor de leeftijd van 2 jaar, de meerderheid voor de leeftijd
van 5 jaar.