Ovaria Eierstokken
Elke maand ontwikkeld zich een eicel
(soms twee) in een van beide ovaria
Eicel groeit door de opname van
voedingsstoffen uit de omringende
follikelcellen
Ovulatie Eisprong
Hierna komt de eicel, nog omringd
door een laag follikelcellen, in de
eileider
Bij een bevruchting:
Een aantal spermacellen dringt door
die laag heen
Zona pellucida Ze bereiken eerst de doorzichtige
eiwitlaag rond de eicel
Enzymen uit de spermacellen breken
de laag gedeeltelijk af, waardoor de
cellen de eicel kunnen bereiken
De spermacel die als eerste succesvol
contact maakt met het celmembraan
van de eicel, levert zijn kern met DNA
af
Blaasjes in het grondplasma van de
eicel geven daarop meteen stoffen af
die de zona pellucida veranderen in
een voor andere spermacellen
Bevruchtingsmembraan ondoordringbare laag
De kern van de spermacel en de kern
van de eicel versmelten met elkaar
De bevruchting is afgerond
Zygote Er is een bevruchte eicel gevormd
Nog ong. 30 u voor de 1e celdeling
,Klievingsdelingen De eerste delingen
De dochtercellen groeien niet
De cellen blijven allemaal binnen het
bevruchtingsmembraan
Blastula Het klompje cellen is een blaasje
Trilharen in de eileider vervoeren die naar de
baarmoeder
Innesteling Een week na de bevruchting
Het bevruchtingsmembraan barst en de
blastula groeit het baarmoederslijmvlies in
Trofoblast De buitenkant van de blastula
Uitstulpingen hiervan vormen vlokken, die
tussen de cellen van de van het
baarmoederslijmvlies in groeien
Via deze vlokken gaan voedingsstoffen en O2
uit de bloedvaten van het
baarmoederslijmvlies naar de embryoblast
Embryoblast: groepje stamcellen waaruit alle
celtypen van het embryo ontstaan
Embryo groeit door voeding en O2
Kiemschijf Het embryo begint als een platte schijf
Later krijgt het een rondere vorm
Hechtsteel Cellen tussen trofoblast en kiemschijf
vormen het begin van de navelstreng
(hechtsteel)
Aan beide zijden van de kiemschijf ontstaat
een holte
De kleinste is het dooierblaasje met extra
voeding
Hieruit ontstaan ook de eerste bloedcellen.
Later neemt de lever dat over, nog later het
rode beenmerg
Het dooierblaasje verdwijnt
De grotere amnionholte met vruchtwater
beschermt het embryo tegen schokken en
stoten
Amnion (amnionblaasje) & chorion (trofoblast) De twee vruchtvliezen omringen het
vruchtwater en groeien met het embryo mee
, Placenta Ontstaat in de baarmoeder uit cellen van
moeder en kind
Via de placenta kan het embryo stoffen
opnemen uit het bloed van de moeder, maar
ook afvalstoffen daaraan afgeven
Het bloed van de moeder omspoelt de met
embryonaal bloed gevulde vlokken van het
embryo
De uitwisseling van stoffen tussen beide
bloedsomlopen gaat via de celmembranen
van de vlokken
Beide bloedsomlopen zijn daardoor strikt
gescheiden
Navelstreng Verbindt de placenta met het kind
Bevat 1 ader en 2 slagaders
Deze 3 bloedvaten zijn onderdeel van de
bloedsomloop van het embryo
Het hart van het embryo levert de druk voor
de bloedstroom
De navelstrengaders vervoeren bloed met
afvalstoffen (o. a. CO2) vanuit het embryo
naar de placenta
De navelstrengader voert voedingsstoffen en
O2 vanuit de placenta naar het embryo toe
Foetus Na 8 weken zijn alle organen aangelegd
Het embryo is ongeveer 3 cm
Het embryo heet vanaf nu foetus
Soms stopt rond dit tijdstip de zwangerschap
en volgt er een miskraam
De oorzaak is niet altijd duidelijk
Goede voeding is heel belangrijk
De foetus heeft o. a. calcium, ijzer en
vitamines nodig
In deze periode is het embryo extra
kwetsbaar voor medicijnen, alcohol en drugs
Kinderen van rokende moeders hebben gem.
een lager geboortegewicht
Stress en een drukke baan hebben invloed op
het geboortegewicht van het kind