Les 1
Religie: een levensbeschouwing waarin verbondenheid (met jezelf, de anderen,
de natuur, het grotere geheel) centraal staat en waarin het mysterie-karakter
(er is meer dan wat er zintuiglijk zichtbaar is en dan wat we met ons verstand
kunnen begrijpen) van de werkelijkheid of het leven wordt erkend.
Zingeving: Alles wat te maken heeft met de vraag wat zin, betekenis, waarde
of kwaliteit geeft aan het leven en hoe je daarmee kunt omgaan. Zingeving
heeft te maken met geluk en betekenis en heeft zowel een actief als een passief
component.
Levensbeschouwing: Iedere persoon heeft een ‘l’evensbeschouwing. Het zijn
de antwoorden die jij voor jezelf geeft op de vraag naar zingeving, op
levensbeschouwelijke vragen. Waarin geloof jij WEL/NIET, als het gaat om
zingeving (zie ook ‘geloven’)? Jouw levensbeschouwelijke overtuiging of het
geheel van jouw overtuigingen.
=> Levensbeschouwing: religie (vb. Heb je naasten lief)
levensbeschouwing: eigen visie, kijk
Individuele betekenisgeving: Hoe kijk ik naar het leven?
Sociaal: Hoe kijken anderen naar het leven? (dialogeren, filosoferen,
symboliseren)
Collectief: Wie wil ik zijn in de wereld, wat is mijn plek in de wereld? (actua,
wijsheidsbronnen)
,Normatieve professionaliteit: Jouw identiteit als leerkracht
Persoonlijke identiteit: Wie jij bent
Professionele identiteit: Jij als leerkracht, wat wordt verwacht als leerkracht
Institutionele identiteit: Wat de school van je verwacht
De Context: Onze context is de verzameling van externe factoren die een invloed
hebben op wie je bent en hoe je handelt. Hoewel deze context een sterke invloed op
ons uitoefent, hebben we een actief bewustzijn nodig om zelf invloed uit te oefenen
op deze context.
Deze context bestaat uit sociale, culturele, economische en fysieke
omstandigheden en omgevingen waarin een persoon leeft en zich ontwikkelt .
Het omvat elementen zoals gezinsachtergrond, onderwijs, sociale netwerken,
culturele waarden, economische status en de fysieke omgeving.
Link wereld- en mensbeelden: collectief
People: Wat is de invloed van/op de mens? (sociaal)
Vb. Wie is er betrokken?
, Planet: Wat is de invloed van/op de planeet? (ecologisch)
Vb. Wat zijn de ecologische effecten?
Profit: Wat is de invloed van/op de economie? (economisch)
Vb. Waar zit winst, verlies en impact op welvaart?
=> het mensbeeld, het wereld-/maatschappijbeeld en het godsbeeld verandert
continu en heeft een invloed op wat we als normaal of waardevol zien.
Kansen en uitdagingen
Kansen hebben vaak een positieve impact of vormen een positieve
mogelijkeid in ons leven. (waarden & normen, privileges, diversiteit, sociaal
ecologisch opvoeden, de inspiratie die we kunnen zijn voor onze lln)
Uitdagingen hebben vaak een moeilijke impact op ons leven: ze dagen ons
uit om alert te zijn, bewust keuzes te maken en vragen vaak overwinning van
ons uit. (racisme, referentiekader, levensvragen, economische crisis)
Normatieve professionaliteit
Gaat uit van de vooronderstelling dat:
Elk professioneel handelen,
Behalve technische en
Communicatieve kwaliteiten
Ook een morele kant heeft
Persoonlijke identiteit
= persoonlijke kijk op het leven, jouw waarden en normen die steeds
veranderen door de jaren heen
--> ook datgene waarin je niet gelooft, zegt iets over je levensbeschouwelijke
overtuiging
Professionele identiteit/beroepsidentiteit
= waarden en normen die je als lkr geacht wordt te hebben en die je geacht
wordt waar te maken binnen je beroep. Collectieve ideeën over wat een
goede lkr is de dag van vandaag
Identiteit van het instituut
= in dit geval de school. De waarden en normen waarvoor zij staan en waarvan
ze verwachten dat jij die waarmaakt. Hun pedagogisch plan en
levensbeschouwelijke visie.
Levensvragen of existentiële vragen
= universeel karakter (alle tijden, overal ter wereld)
--> geen eenduidig antwoorden