Deel 1: MENS EN MAATSCHAPPIJ
1. WAT?
Wereldoriëntatie is opgesplitst in:
→ Mens en maatschappij
→ Wetenschappen en techniek
Mens en maatschappij = Over het verwerven van kennis, inzicht en attitudes over zichzelf, de omgeving en in
relatie tot die omgeving zowel fysiek, sociaal als cultureel. Stimulatie van een positieve houding ten aanzien
van zichzelf en hun omgeving over Mens en Maatschappij.
3. DE DOMEINEN
Multiperspectieve benadering → makkelijker inzicht krijgen tussen de samenhang vd domeinen en dus ook de
werkelijkheid.
DOMEINEN
Mens Focus mens als psychosociaal wezen
Doel: Kinderen begrijpen zichzelf en anderen en communiceren met anderen
Tijd Oriëntatie op vlak van tijd: vaardigheden, kennis, inzicht en attitudes.
o Algemenen vaardigheden
o Dagelijkse tijd
o Historische tijd
Doel: Het tijdsbewustzijn ontwikkelen en vergroten. Leren dat verleden invloed heeft op
heden
Ruimte Doel: Het ruimtelijk bewustzijn ontwikkelen en vergroten
o Kaartvaardigheid
o Verplaatsen ih verkeer
o Ruimtelijke ordening
Maatschappij Doel: Ontwikkeling competenties die nodig zijn om te participeren en te functioneren in
de maatschappij.
o Sociaal-economische
o Sociaal-culturele
o Politiek-juridische verschijnselen
Niet alleen over onze eigen samenleving maar ook over andere cultuurgebieden.
• Bij de ontwikkelingsdoelen heb je nog geen brongebruik. Ze vormen de basis voor het lager onderwijs.
Vooral de exploratiedrang staat bij kleuters centraal.
4. VAKDIDACKTIEK MENS EN MAATSCHAPPIJ
3 grote categorieën:
▪ De inhoud is juist in woord en beeld
▪ De inhoud geeft een genuanceerd beeld
▪ De inhoud legt verbanden
De inhoud is juist in woord en beeld
1
,ACTUEEL Je gebruikt recent materiaal.
CORRECT Geef juiste inhouden, maatschappelijke of wetenschappelijke consesus
OBJECTIEF Inhoud die gebaseerd is op feiten en niet beïnvloed door vooroordelen of door een
nationaal gevoel.
BETROUWBAAR Informatie uit een geloofwaardige bron.
Hoe bepalen of iets betrouwbaar is?
▪ Identiteit maker van de bron
▪ Tijd en ruimte waarin de maker leefde
▪ Beschikbare informatie waarover maker beschikte
▪ Bedoeling waarmee de bron is gemaakt
▪ Eerdere informatie of bronnen die maker gehanteerd heeft
De inhoud geeft een genuanceerd beeld
1. De inhoud behandelt meerdere aspecten van het maatschappelijk leven
-> dit geeft een veelzijdig beeld vanuit verschillende domeinen (SEC en politiek).
2. De inhoud besteed vooral aandacht aan het gewone en niet aan het uitzonderlijke of kadert het
uitzonderlijke in zijn context
-> door te focussen op het gewone, geef je een beter beeld over hoe iets werkelijk was.
3. De inhoud besteed aandacht aan positieve en negatieve aspecten van gebeurtenissen
-> BV: in oorlog Syrië: witte helmen -> lichtpuntjes, is een teken van solidariteit.
4. De inhoud heeft aandacht voor gelijkenissen en verschillen
->Kijk naar gelijkenissen en verschillen tussen het onderwerp en de situatie van de kinderen;
verbondenheid
5. De inhoud vermijdt stereotyperingen en vooroordelen
-> Geen begrippen, fenomen, personen koppelen aan foutieve beelden en opvattingen
6. De inhoud bekijkt de werkelijkheid vanuit verschillende invalshoeken
-> standpunt van meerdere personen met verschillende achtergrond, status of ideologie
7. De inhoud maakt onderscheid tussen feit en mening
-> meningen geven weer hoe mensen denken over bepaalde feiten en zijn belangrijk over wat er
leeft in de samenleving. Ga respectvol om met meningen. .
BV: romeinen hadden al verwarming, door die al maak je een oordeel want je kijkt uit eigen tijd.
8. De inhoud besteedt niet alleen aandacht aan problemen maar wijst ook op mogelijke oplossingen
-> belangrijk dat je toont wat de leerlingen zelf kunnen doen, bied een handelingsperspectief.
9. De inhoud heeft aandacht voor de standplaatsgebondenheid
-> standplaatsgebondenheid = elke persoon wordt bepaald door zijn positie die hij/ zij inneemt tov
anderen en door zijn persoonlijke ervaringen.
Als je iets wil begrijpen, moet je je verplaatsen in die persoon en vanuit die situatie denken
De inhoud legt verbanden
2
, 1. Verbanden tussen oorzaken en gevolgen
-> bekijk hoe oorzaak en gevolg inspelen op elkaar en benoem ze niet enkel apart.
2. Verbanden tussen hier en elders
-> kijk ook eens hoe het er in andere landen aan toe gaat.
3. Verbanden tussen vroeger en nu
-> verbanden tussen periodes met aandacht voor continuïteit en verandering.
4. Verbanden tussen nog mogelijkheden
-> ontwikkeling en omgeving
-> situatie en evolutie ….
DOMEIN: MAATSCHAPPIJ
1. DEMOCRATIE EN RECHTSTAAT
De wetten van een land zijn afspraken die gelegaliseerd worden.
1.1 MACHT
= een essentieel onderdeel van politiek. Bij macht draait het hem om de invloed die je als actor kan uitvoeren
op andere actoren.
4 KENMERKEN MACHT:
1. Intentioneel: doelbewust macht uitvoeren
2. Effectief: macht leidt tot resultaat.Als macht niet effectief is spreekt men van vrije wil.
3. Daad en vermogen: uitoefenen macht en vermogen daden uit te lokken (zichtbaar OF onzichtbaar)
4. Asymmetrisch: de machthebbende heeft meer overheersing over het machtssubject dan het machtssubject
over de machthebbende. (bv: politieagent).
→ Macht kan je uitvoeren a.d.h.v. verschillende machtsmiddelen. Vb. Dwang, geweld, maatschappelijke
steun, relaties en netwerken, deskundigheid….
→ LATENTE MACHT = Hebben van macht zonder dat je die eigenlijk uitoefent. De persoon die de macht
ondervindt, gaat al handelend rekening houden met wat de machthebber zal doen.
Vb. Je zit op je gsm bij het studeren en je hoort je ouders komen. Vervolgens steek je snel je gsm weg en doe je
alsof je geconcentreerd aan het leren bent.
Mensen gaan anticiperen (vooruitlopen op…) op de reactie van machthebbende om:
▪ In te spelen op de wensen van de machthebbende
▪ Een terechtwijzing van de machthebbende te vermijden
1.2 DEMOCRATIE
Democratie is het bestuur van, voor en door het volk
▪ VAN: Wij die bestuurd worden als volk, iedereen die deel uitmaakt van de maatschappij
▪ VOOR: In het belang van het volk
3
, ▪ DOOR: Iedereen die in het parlement zit is verkozen door het volk, verkiezingen
Criteria die in definities van democratie voorkomen:
1. Sociaal contract
Is een stilzwijgende afspraak waarbij burgers de macht geven aan de staat. In ruil staat de burger
centraal in de staat haar beleid.
2. Regels en procedures
Zodat de staat haar macht niet misbruikt. Machthebbers moeten aan bepaalde regels voldoen.
Voorbeeld: regel opdeling in drie machten.
3. Respect voor individuele rechten
De staat is medeverantwoordelijk om de individuele rechten van de burgers te beschermen omdat wij
onze macht afstaan aan hen. Bijvoorbeeld: recht op vrijemeningsuiting, onderwijs, abortus….
CONFORMEREN = je gaat je gedragen naar de rechten en plichten van de staat.
1.3 DE DRIE MACHTEN
- Filosoof De Montesquieu in de 18de eeuw.
- Basisbeginselen ve democratie. (Niet 1 iemand kan bepalen over het maken, beslissen en uitvoeren vd
wetten)
DE WETGEVENDE MACHT
= Opstellen, voorstellen en stemmen van wetten (PARLEMENT)
WETSVOORSTEL: Wet gemaakt door een parlement is
OPGELET: in ons land komen de wetten meer van de regeringen en worden ze gestemd door het parlement.
In België zijn er zes parlementen (die wetten kunnen maken):
▪ Federaal Parlement (kamer van volksvertegenwoordigers)
▪ Het Vlaams Parlement
▪ De Franse gemeenschapsraad (Franstalige gemeenschap)
▪ Het Waals Parlement (Waals gewest)
▪ Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement
▪ Het Parlement van de Duitstalige gemeenschap
DE UITVOERENDE MACHT
= Voeren de GOEDGEKEURDE wetten uit (REGERINGEN)
WETSONTWERP: Regeringen een wet opstellen
-> zorgt er voor dat uitvoerende macht veel feitelijke macht heeft.
In België zijn er zes regeringen met uitvoerende macht:
▪ De Belgische regering
▪ De Vlaamse regering
▪ De Franse gemeenschapsregering
4