Verlicht denken
Het verlichte denken kwam voort uit de wetenschappelijke revolutie. In die
revolutie werd steeds duidelijker dat er meer kennis is dan wat in de bijbel
staat. Doordat geleerden logisch gingen redeneren kwam er meer
vertrouwen in het menselijk verstand (de rede). Verlichte denkers waren
kritisch op ideeën die zonder bewijs of redenering waren aangenomen.
Met de nieuwe kennis en inzichten hoopten ze menselijk gedrag beter te
begrijpen en de samenleving te verbeteren.
Onderwijs
Volgens verlichte denkers gingen andere mensen ‘verlicht’ denken door
goede opvoeding en onderwijs. Mensen moesten geprikkeld worden om
zelf na te denken. Sommige denkers waren optimistisch en waren er van
overtuigd dat een goede samenleving bereikbaar was, andere waren daar
sceptisch over, omdat de mens lang niet altijd rationeel handelt.
Uitwisseling van kennis
Onderzoek op natuur ging tijdens de verlichting volop verder. Door de
koloniale expansie verkregen Europeanen kennis over andere werelddelen.
Geleerden en geletterden wisselden hierover brieven uit. Er verschenen
tijdschriften en boeken waar aspecten uit de verlichting in verschenen. Er
verschenen ook grote meningsverschillen over allerlei onderwerpen.
Verlichte burgers vonden dat iets goeds, dus gingen ze discussiëren op
verschillende plaatsen. In de 18e eeuw ontstond zo, los van het gezag van
de kerk en de staat, een publieke opinie: het discussiëren over hoe de
maatschappij verbeterd kon worden.
Ancien régime
De meeste vorstendommen en koninkrijken behielden het absolutisme,
kerk en adel steunden de macht van de vorst en kregen privileges. Dit
bestuur werd later ancien régime genoemd. Dat systeem was voor het
eerst doorgevoerd in Frankrijk. Veel vorsten zagen de verlichting als
gevaar voor hun macht.
Verlicht absolutisme
Sommige vorsten vonden de verlichting wel goed, het bestuur van deze
vorsten wordt aangeduid als verlicht absolutisme. Wel ‘verlicht’, maar
zonder de macht te delen. Vorsten gingen zichzelf presenteren als
liefdevolle dienaar van het volk in plaats van als plaatsvervanger van God
en ze streefden naar bijvoorbeeld scholing van alle kinderen, maar er
,bleven nog wel grote misstanden bestaan, bijvoorbeeld geen verandering
in de sociale verhouding ten opzichte van de middeleeuwen.
6.2 Belangrijke Debatten
Kritiek op het joods-christelijke wereldbeeld
Rationeel denken kon leiden tot kritiek op het joods-christelijke
wereldbeeld. Mensen zochten bescherming bij de kerk door de angst voor
bovennatuurlijke verschijningen. Verlichte denkers kwamen tot het
mechanistisch wereldbeeld: god had het heelal geschapen, maar het
functioneerde nu zelfstandig volgens natuurwetten, dat verving steeds
vaker het magisch wereldbeeld. Volgens sommigen kon je het goddelijke
alleen leren door gebruik te maken van je verstand (deïsme). Een kleine
groep denkers trokken de radicale conclusie dart god niet bestond
(atheïsme). De meeste mensen bleven leven volgens joods-christelijke
traditie en machtshebbers zagen andere denkers als gevaar en legden
straffen op.
Religieuze tolerantie
Verlichte denkers vonden ook dat je niet vervolgd mocht worden voor je
godsdienst. Zij stelden dat in elke staat religieuze tolerantie moest
bestaan.
Natuurlijke rechten en volkssoevereiniteit
Verlichte denkers wezen het idee af dat vprsten goddelijkr echt hadden.
Die denkers waren daardoor erg invloedrijk:
John Locke: stelde dat alle mensen natuurlijke rechten hebben, mensen
konden in hun eentje geen rechten beschermen, dus zijn ze politieke
gemeenschappen gaan vormen. Volgens Locke regeert een vorst daar
volgens vertrouwen van het volk, waar de hoogste macht ligt
(volkssoevereiniteit).
Jean-Jacques Rousseau: schreef dat een regering niks anders is dan
uitvoerder van gezamenlijke wil van burgers, alleen een samenleving die
daarop is gebaseerd, is volgens Rousseau echt vrij.
Montesquieu: stelde dat machtsmisbruik kon worden voorkomen door trias
politica, waarin één persoon of groep nooit meerdere machten zou mogen
bezitten.
Traditionele opvattingen
Volgens de biologische en medische opvattingen uit de klassieke oudheid
waren mannen en vrouwen natuurlijk bestemd voor specifieke rollen in de
maatschappij. Vrouwen hoefden volgens de redenering ook weinig
, onderwijs te krijgen. Dit traditionele wereldbeeld was onderdeel van het
christendom. Een vrouw werd daarin gezien als ondergeschikt aan de man,
eerst aan de vader, later (in huwelijk) aan de echtgenoot. Maar langzaam
kwam in dat beeld de eerste barsten.
De vrouw als burger
Tijdens de verlichting werd de vrouw steeds meer als volwaardig burger
gezien
Verlichte denkers betoogden dat de vrouw bijdroeg aan het welzijn van de
hele samenleving. Enkelen maakten zich daarom sterk voor beter
onderwijs voor vrouwen.
Vrouwen konden tijdens de verlichting meer op de voorgrond treden in het
publieke leven.
Sommige verlichte denkers vonden de vrouw volledig gelijkwaardig aan de
man. De klassieke opvattingen wel, dus de maatschappelijke positie
veranderde weinig.
6.3 Burgers aan de Macht
Thomas Jefferson vormde de eerste democratische revolutie. De afspraken
voor revoluties werden vastgelegd in de grondwet.
De Amerikaanse Revolutie
Eind 18e eeuw kwamen Britse koloniën in Amerika in opstand tegen het
Britse bestuur. In 1776 verklaarden ze zich onafhankelijk. De Amerikaanse
revolutie had verschillende oorzaken:
Veel inwoners in Amerika geboren in plaats van in Europa zelf, waardoor ze
minder verbinding voelden met Groot-Brittannië.
Inwoners van koloniën moesten belasting betalen, maar werden niet
vertegenwoordigd in het Britse parlement.
Ze kwamen in aanraking met verlichte ideeën wat leidde tot nieuwe
politieke opvattingen.
Amerika nam in 1789 de grondwet aan, daarin staat dat Amerika een
parlementaire democratie is. In 1791 werden sommige grondrechten nog
beter vastgelegd in amendementen. De Amerikaanse revolutie maakte
grote indruk in Europa.
Revolutie in de Nederlandse Republiek
Nederland was de eerste opvolger van de Amerikaanse revolutie, maar
burgers hadden daar al lange tijd de macht, maar sommigen vonden het
nog lijken op een monarchie. Door de slechte economische situatie groeide