HC1 embryologie
Embryologie: over procesontwikkeling van 1 cel honderden differentiaties komen en worde geordend
(morfogenese) met een bepaald bouwplan (hoe we allemaal zijn opgebouwd
Gametogenese: vorming van geslachtcellen
Indeling
- Primordiale kiemcel: diploïd; cel moet geprogrammeerd worden om gameet te worden
o Ontstaan primordiale kiemcel, kan overal en moet nog gemigreerd worden naar
gonaden (geslachtsklieren) | alleen dit gelijk man/vrouw
o Vermeerdering door mitose
o Meiose voor vermindering chromosomen
o Functionele en structurele maturatie
➔ Gameet (haploïd)
Primordiale kiemcellen voor eerst herkenbaar in wand van dooierzak, dus niet gonaden →
verschillend per soort en dus ook migratiepad verschillend
,Vermeerdering: mitose tijdens migratie → primitieve gonaden
- Man: spermatogonium [pas bij pubertijd en oneindige poel
o Spermatogenese: asymmetrische mitotische deling
▪ Begint bij puberteit en blijft altijd doorgaan
▪ Waarbij een cel deelt in type A en B, B wordt spermacel en A gaat opnieuw
delen in A en B en kan zo oneindig doorgaan
o Spermatogonia (type B)→ eerst 6 mitotische delingen voor eerst meiotische deling.
Er kan van 1 spermatogonium 256 spermatiden gevormd worden
o Primaire spermatocyt (meiose 1)
o Secundaire spermatocyt (meiose 2)
o Spermacide (onvolwassen ) → spermiogenese in testikels: vorming acrosoom,
middelste stuk en staart
o Spermatozoa (volwassen) spermatozoön=zaadcel
▪ Heeft een cap bovenop (acrosomal cap)
▪ Cytokinese niet voltooid, dus deling cytoplasma → cytoplasmatische
verbindingen = uitlopers sertoli-cellen
▪ Verschuiven naar apex sertoli-cellen→ lumen zaadbuisjes
- Vrouw: kiemcel=oogonium. 2-5e maand tot 7 miljoen [sterft veel af]
▪ Oogenese (voor geboorte eindigt bij menopauze) eicel uit primordiale
kiemcellen [kan spontaan geactiveerd worden=parthenogenese]
o Oogonium [no follicle]
o Primary oocyte [ primordiaal follicle]
o primary oocyte [primary follicle ] → vorming zona pellucida (eiwitten laag, zorgt later
voor binding)
▪ Laag follikelcellen van secundaire geslechtsstrengen.
▪ Laag thecacellen van mesenchym → primofdiale folikkel
o primary oocye [secondary follicle] → tijdens pubertijd voor ovulatie [antrum tussen
follikelcellen]
o secondary oocyte + polar body 1 [tertiary follicle: groter atrum) → ovulatie
▪ neemt deel follicle mee in ovulatie
▪ meiose 2 wordt alleen voltooid als eicel bevrucht is= fertilized ovum + polar
body 2
menstruatie cyclus:
- dag 1: FSH (follikelstimulerend hormoon) afgescheiden van hypofyse. 5-12 follikels
geactiveerd en maken zona pellucida. Nauw contact oocyt, gap junctions voor
cytoplasmatisch contact→ blokkade meiose 1.
- Stijging FSH meerlagige structuren, antrum ontstaat
o Door cumulus oophorus: omgevende follikelcellen, verbonden met wand follikel
o Als antrium er is, dan is het voltooid.
- Bij ovulatie komt eicel met meerlagig structuur vrij van follikel. 1 follikel wordt dominant en
kan verder ontwikkelen zonder FSH en scheidt inhibine uit → inhibine remt FSH.
o Rijpe follikel= graafse follikel.
o LH zorgt voor einde blokkade meiose 1 bij graafse follikel door cAMP.
▪ cAMP maken hyaluronzuur waardoor verbinding follikelcel met oocyt
verbreekt
o 10-12 uur na piek LH ovulatie door ophopen collagenase, plasminogeenactivator en
prostaglandine
, - Luteale fase: na ovulatie.
o Overgebleven follikel wordt corpus luteum door LH
▪ Maakt progesteron dat endometrium voorbereidt tot innesteling, remt FSH
▪ Bij zwangerschap wordt hCG geproduceerd door embryo die progesteron
overneemt en corpus luteum blijft bestaan
o corpus albicans als geen bevruchting
baarmoeder:
- Endometrium: baarmoederslijmvlies
- Myometrium: musculeuze wand van baarmoeder met glad spierweefsel
- Perimetrium: peritoneale bekleding.
bij zaadlozing 100-200 miljoen zaadcelling door baarmoederhals en naar eileider binnen 5 min
capacitatie: dingen die zaadcel moet gaan doen voordat hij eicel kan bevruchten , doet hij in tuba
uterina
- veranderingen in membraan samenstelling zodat hij kan binden
- deblokkering van receptoren op zaadcel
- hypteractiviteit
mammalia: bevruchtingsstappen
1. zaadcel moet door corona radiata moet ( de follicle)
2. acrosoom reactie: die acrosoom cap zit spring lading met enzymen die zona pellucida
afbreken dus die komen vrij als cel dichtbij is
3. door zona gaan
4. corticale reactie: na fusie celmembranen cortical granule in eicel fuseert met eicelmembraan
en geeft inhoud aan buitenkant
a. slow block polyspermy: exocytose coritcale granulae→ enzyme modificeren ZP3 dn
ZP2 en bindingseiwitten eicelmembraan laten los
5. zona reactie: onder invloed corticale reactie aanpassing van de zone, zaadcellen die
gebonden aan zona waren laten los en er kunnen geen nieuwe meer binden
6. kern zaadcel komt in cytoplasma eicel
7. pronucleus zaadcel versmelt met pronucleus eicel
, Embryonale fase: alles gevormd van organen enz. 8-13 weken/first trimester
Elementen bouwplan: vertebraat embryo bezit volgende elementen die per soort verschillend tot
ontwikkeling komt
- bilaterale symmetrie: links en rechts gespiegeld
- polariteit: kop en staart
- kiembladen
- lichaamsholten
- segmentatie: wervelkolom bijv, lijken op elkaar maar lokaal verschillend
- chorda
- kieuwbogen
klievingsdelingen: gaat door de midden tot 8 cellig → morula → blastocyte → hatching (uitbreken uit
de schil zona pellucida)
klievingsdelingen: bijzonder want de cellen groeien niet, in celcyclus: G1 en G2 wordt overgeslagen
blastocyste:
- embryoblast
- trofoblast
- blastulaholte
voorwaarde differentiatie: is dat cellen alleen lokaal interacties met elkaar hebben en dat er
verschillen liggen in centraal en periferie
Embryologie: over procesontwikkeling van 1 cel honderden differentiaties komen en worde geordend
(morfogenese) met een bepaald bouwplan (hoe we allemaal zijn opgebouwd
Gametogenese: vorming van geslachtcellen
Indeling
- Primordiale kiemcel: diploïd; cel moet geprogrammeerd worden om gameet te worden
o Ontstaan primordiale kiemcel, kan overal en moet nog gemigreerd worden naar
gonaden (geslachtsklieren) | alleen dit gelijk man/vrouw
o Vermeerdering door mitose
o Meiose voor vermindering chromosomen
o Functionele en structurele maturatie
➔ Gameet (haploïd)
Primordiale kiemcellen voor eerst herkenbaar in wand van dooierzak, dus niet gonaden →
verschillend per soort en dus ook migratiepad verschillend
,Vermeerdering: mitose tijdens migratie → primitieve gonaden
- Man: spermatogonium [pas bij pubertijd en oneindige poel
o Spermatogenese: asymmetrische mitotische deling
▪ Begint bij puberteit en blijft altijd doorgaan
▪ Waarbij een cel deelt in type A en B, B wordt spermacel en A gaat opnieuw
delen in A en B en kan zo oneindig doorgaan
o Spermatogonia (type B)→ eerst 6 mitotische delingen voor eerst meiotische deling.
Er kan van 1 spermatogonium 256 spermatiden gevormd worden
o Primaire spermatocyt (meiose 1)
o Secundaire spermatocyt (meiose 2)
o Spermacide (onvolwassen ) → spermiogenese in testikels: vorming acrosoom,
middelste stuk en staart
o Spermatozoa (volwassen) spermatozoön=zaadcel
▪ Heeft een cap bovenop (acrosomal cap)
▪ Cytokinese niet voltooid, dus deling cytoplasma → cytoplasmatische
verbindingen = uitlopers sertoli-cellen
▪ Verschuiven naar apex sertoli-cellen→ lumen zaadbuisjes
- Vrouw: kiemcel=oogonium. 2-5e maand tot 7 miljoen [sterft veel af]
▪ Oogenese (voor geboorte eindigt bij menopauze) eicel uit primordiale
kiemcellen [kan spontaan geactiveerd worden=parthenogenese]
o Oogonium [no follicle]
o Primary oocyte [ primordiaal follicle]
o primary oocyte [primary follicle ] → vorming zona pellucida (eiwitten laag, zorgt later
voor binding)
▪ Laag follikelcellen van secundaire geslechtsstrengen.
▪ Laag thecacellen van mesenchym → primofdiale folikkel
o primary oocye [secondary follicle] → tijdens pubertijd voor ovulatie [antrum tussen
follikelcellen]
o secondary oocyte + polar body 1 [tertiary follicle: groter atrum) → ovulatie
▪ neemt deel follicle mee in ovulatie
▪ meiose 2 wordt alleen voltooid als eicel bevrucht is= fertilized ovum + polar
body 2
menstruatie cyclus:
- dag 1: FSH (follikelstimulerend hormoon) afgescheiden van hypofyse. 5-12 follikels
geactiveerd en maken zona pellucida. Nauw contact oocyt, gap junctions voor
cytoplasmatisch contact→ blokkade meiose 1.
- Stijging FSH meerlagige structuren, antrum ontstaat
o Door cumulus oophorus: omgevende follikelcellen, verbonden met wand follikel
o Als antrium er is, dan is het voltooid.
- Bij ovulatie komt eicel met meerlagig structuur vrij van follikel. 1 follikel wordt dominant en
kan verder ontwikkelen zonder FSH en scheidt inhibine uit → inhibine remt FSH.
o Rijpe follikel= graafse follikel.
o LH zorgt voor einde blokkade meiose 1 bij graafse follikel door cAMP.
▪ cAMP maken hyaluronzuur waardoor verbinding follikelcel met oocyt
verbreekt
o 10-12 uur na piek LH ovulatie door ophopen collagenase, plasminogeenactivator en
prostaglandine
, - Luteale fase: na ovulatie.
o Overgebleven follikel wordt corpus luteum door LH
▪ Maakt progesteron dat endometrium voorbereidt tot innesteling, remt FSH
▪ Bij zwangerschap wordt hCG geproduceerd door embryo die progesteron
overneemt en corpus luteum blijft bestaan
o corpus albicans als geen bevruchting
baarmoeder:
- Endometrium: baarmoederslijmvlies
- Myometrium: musculeuze wand van baarmoeder met glad spierweefsel
- Perimetrium: peritoneale bekleding.
bij zaadlozing 100-200 miljoen zaadcelling door baarmoederhals en naar eileider binnen 5 min
capacitatie: dingen die zaadcel moet gaan doen voordat hij eicel kan bevruchten , doet hij in tuba
uterina
- veranderingen in membraan samenstelling zodat hij kan binden
- deblokkering van receptoren op zaadcel
- hypteractiviteit
mammalia: bevruchtingsstappen
1. zaadcel moet door corona radiata moet ( de follicle)
2. acrosoom reactie: die acrosoom cap zit spring lading met enzymen die zona pellucida
afbreken dus die komen vrij als cel dichtbij is
3. door zona gaan
4. corticale reactie: na fusie celmembranen cortical granule in eicel fuseert met eicelmembraan
en geeft inhoud aan buitenkant
a. slow block polyspermy: exocytose coritcale granulae→ enzyme modificeren ZP3 dn
ZP2 en bindingseiwitten eicelmembraan laten los
5. zona reactie: onder invloed corticale reactie aanpassing van de zone, zaadcellen die
gebonden aan zona waren laten los en er kunnen geen nieuwe meer binden
6. kern zaadcel komt in cytoplasma eicel
7. pronucleus zaadcel versmelt met pronucleus eicel
, Embryonale fase: alles gevormd van organen enz. 8-13 weken/first trimester
Elementen bouwplan: vertebraat embryo bezit volgende elementen die per soort verschillend tot
ontwikkeling komt
- bilaterale symmetrie: links en rechts gespiegeld
- polariteit: kop en staart
- kiembladen
- lichaamsholten
- segmentatie: wervelkolom bijv, lijken op elkaar maar lokaal verschillend
- chorda
- kieuwbogen
klievingsdelingen: gaat door de midden tot 8 cellig → morula → blastocyte → hatching (uitbreken uit
de schil zona pellucida)
klievingsdelingen: bijzonder want de cellen groeien niet, in celcyclus: G1 en G2 wordt overgeslagen
blastocyste:
- embryoblast
- trofoblast
- blastulaholte
voorwaarde differentiatie: is dat cellen alleen lokaal interacties met elkaar hebben en dat er
verschillen liggen in centraal en periferie