Hoofdstuk 3: Inzicht in leren
3.1 Informatie, weetjes, kennis en vaardigheden
Informatie: het bestaat uit onbewerkte gegevens (vertrektijden, telefoonboek).
Weetjes: losse feiten die niet of nauwelijks verbinding hebben met andere feiten (de slag van
nieuwpoort rond 1600 was, alle presidenten van Amerika)
Kennis: een samenhangend geheel van gegevens, waarin een hierarchitische structuur aanwezig is.
Het bestaat uit theorieën, principes, procedures en begrippen. Het begrip: vaardigheden, hoort hier
ook bij.
Kennis kan worden uitgebouwd tot bijv: professoren
Vaardigheden kunnen worden uitgebouwd tot bijv: violist
Opbouw vaardigheden: bijv: een coach die helpt bij het tennissen.
Opbouw kennis: bijv: een coach als leerkracht die moet weten wat een kind nodig heeft en hoe
kennis in elkaar zit om te kunnen lesgeven.
Leerkracht: kennis en vaardigheidscoach (bij activiteiten)
Use it or loose it: de knooppunten kunnen slechts groeien als er steeds gebruik van wordt gemaakt.
Kennis en vaardigheden zijn niet het automatisch gevolg van leeractiviteiten.
Westhoff (2009): flipperkasteffect: er ontstaan voor iedere leerling verschillende leeractiviteiten in
een onderwijsactiviteit.
Voorwaarde coach leerkracht: een goed ontwikkelde kennisstructuur
3.2 Leren van leerlingen
De definitie leren heeft verschillende betekenissen door de verschillende leerpsychologische
stromingen.
Leren = veranderen, betekent dat nieuwe dingen geautomatiseerd raken.
Voordeel: cognitieve ruimte
Leren is cumulatief: er wordt steeds iets bijgebouwd, wardoor je steeds meer inzicht krijgt in de
samenleving en de wereld om je heen.
Inkapseling: wanneer het leren niet verbonden is met al opgebouwde kennis treed dit op waardoor
de nieuwe kennis niet/nauwelijks een rol kan spelen.
De zone van naaste ontwikkeling: de plek waar je de nieuwe kennis moet aansluiten op al
opgebouwde kennis. Om goed te weten waar deze zone zit moet de leerkracht de ontwikkeling van
de leerlingen goed in kaart brengen en tegelijkertijd een goed beeld hebben van de mogelijke
ontwikkelingen in het kennisbouwwerk.