Inleiding
Wat is politieke filosofie?
• Niet:
o Geen empirische of verklarende studie vd politiek zoals
politicologie en sociale wetenschappen
▪ Politicoloog stelt zich bv de vraag: Wat is
democratie?
▪ Politiek filosoof zal zich meer afvragen: Waarom
democratie?
o Geen partijpolitiek programma, ideologie à geen haalbaarheid of
strategie
o Geen ethiek, gaat niet kijken naar hoe we gelukkig of goed
moeten zijn
• Wel:
o Academische discipline
o Abstracte, conceptueel-theoretische verheldering en analyse
o Normatief- op het niveau vd staat/burgerschap
▪ Ideal theory
o Argumentatieve consistentie à methode
• Normatief:
o welke morele principes de overheid zou moeten gebruiken in zijn
omgang met burgers en welke soort sociale orde het moet creëren
o politieke filosoof stelt zich niet de vraag ‘hoe moeten we
goed/gelukkig zijn’ ook niet ‘hoe moet ik mij gedragen in
bepaalde context ‘
o kijken naar wat de overheid mag doen, hoe deze de
basisstructuur vd samenleving gaat organiseren
▪ overheid als basisstructuur die ervoor zorgt dat mensen
met verschillende opvattingen etc. kunnen samenleven
• Politieke macht à bestuursobject van politieke filosofie (legitimiteit ervan,
het moet aanvaard zijn dat iemand een regel oplegt, ookal ben je het er niet
mee eens)
o burgerschap verwijst zowel naar de verticale relatie met de
overheid als naar de horizontale relatie met de medeburger
▪ Verticaal = burgers als individuen die rechten kan
claimen waar de overheid niet mag aanraken
▪ Horizontaal = relatie tussen individuen onderling
o ‘zou’: wat de staat verwacht te doen en niet te doen
• Politieke filosofie = politieke theorie
, o Systematisch nadenken over het doel vd regering
o De balans tussen individuele autonomie en politieke autoriteit/
macht bepalen
o Wie krijgt wat, en wie bepaald dat?
o Politieke filosofie: wat moet een overheid doen?, wat mag het wel en
niet doen?
o Politieke wetenschappen: hoe werkt een overheid, wat kan een
overheid doen?
▪ Administratieve lasten
• ideal theory
o theoretisch een opvatting van hoe vb. rechtvaardigheid er idealiter
zou uitzien in een rechtvaardige samenleving om zo te
kunnen kijken of wat in de praktijk gebeurt tot een betere samenleving zou leiden
o politiek filosoof kijkt naar welke richting een samenleving moet
bewegen om een rechtvaardigere samenleving te verkrijgen
o denken in abstracto na over wat het idealiter betekent als we zeggen
dat een samenleving rechtvaardig en democratisch moet functioneren
en burgers als vrije en gelijke individuen moeten W behandeld
• wat is rechtvaardigheid (Rawls)
o de reden om met de ideale theorie te beginnen is dat ze de enige basis
biedt voor een systematisch begrip van de meer dringende problemen
o er is geen andere manier om een dieper inzicht te verkrijgen, en dat de
aard en de doelstellingen van een volkomen rechtvaardige
samenleving het fundamentele bestanddeel vd theorie van
rechtvaardigheid vormen
o beginselen van rechtvaardigheid staan in lexicale volgorde en laten
geen afruil toe
▪ fundamentele vrijheden kunnen niet tegen economische en
sociale winsten W afgeruild
▪ het beginsel van gelijke kansen gaat vooraf aan het
verschil-principe
o bestaande instituties moeten W beoordeeld in het licht van deze
(ideale) conceptie van rechtvaardigheid en W onrechtvaardig
geacht voor zover ze er zonder afdoende reden van afwijken
• is/ought kloof: kloof die er altijd is tussen het beschrijven vd
werkelijkheid en je normatieve opvatting van hoe de werkelijkheid zou moeten zijn
o uit feit dat mens carnivoor is kan je niet afleiden wat een mens zou
moeten doen
o of we nu monogaam of polygaam is een oughtkwestie die je niet kunt
afleiden uit hoe de mens in elkaar zit
o filosofen vragen zich af hoe je van is naar ought gaat
, o mensen kunnen het helemaal eens zijn met de hoe samenleving in
elkaar zit vb. roken schaadt de gezondheid maar daar volgt niet uit
wat we er mee moeten doen (vb. roken verbieden of niet)
methode vh reflectieve equilibrium
• methodiek vr overgang van is naar ought
• proberen om morele intuïties in overeenstemmingen te brengen met
theoretische opvattingen en omgekeerd
• = gedachte dat je in je denken opzoek gaat naar een coherentie tussen je morele
intuïtie en dit in evenwicht probeert te brengen met theoretische opvattingen van wat
moreel zou zijn
• Rechtvaardigheid is een kwestie van wederzijdse ondersteuning van
vele overwegingen, waarbij alle bij elkaar aansluit tot 1 coherente opvatting
• morele principes moeten zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met
onze morele opvattingen en intuïties, en omgekeerd
• deductie en inductie
• morele opvattingen en intuïties à morele principes en theorieën en
omgekeerd
• reflectieve equilibrium: conceptie over rechtvaardigheid kan niet
deductief W afgeleid uit vanzelfsprekende premissen of voorwaarden op grond van
principes
o ipv is de rechtvaardiging vd conceptie een kwestie van wederzijdse
ondersteuning van vele overwegingen, van alles dat in 1
samenhangende visie past
o = toestand van evenwicht of samenhang tussen reeks overtuigingen die tot
stand komen door een proces van weloverwogen wederzijdse aanpassing van
algemene principes en specifieke oordelen
• Voorbeeld: je bent in een vrijgevige bui en je ziet op straat mensen die
geld vragen, de persoon speelt klarinet, de andere persoon ligt daar met een
drankfles, je hebt 40 euro over
o Velen zullen het aan diegene geven met de klarinet want hij doet er iets
voor à het idee dat iemand die iets doet iets meer verdient
o Maar zou je het niet beter aan de andere geven? Die had nooit de kans
om klarinet te leren en zit veel meer in de miserie
o Soms kan je dus je intuïtie aanpassen naar de theoretische visie en
omgekeerd à dit is wat een politiek filosoof doet
Jeremy Bentham:
• Utilitarisme: het grootste geluk voor het hoogste aantal
, Gedachtenexperimenten
• Helpen gedachten op orde te zetten
• Vanachter de sluier van onwetendheid zullen we voor een samenleving
kiezen die ieders basisvrijheden zoveel mogelijk respecteert, die
substantiële gelijke kansen garandeert en die sociaaleconomische
ongelijkheid enkel dan toelaat als dat in voordeel is vd minstbedeelden
• Enkele voorbeelden
o Locke, Hobbes, Rousseau, Kant: natuurtoestand (contracttheorie)
o Dworkins onbewoond eiland en bij schipbreuk eiland eerlijk
verdelen
o Rawls’ originele positie
o Nozick: oogbal loterij ene persoon 2 ogen en de andere geen, kan de
overheid iedereen verplichten 1 oof af te staan?
• Waar komen onze morele intuïties vandaan?
o Opvoeding-vorming
o Cultuur-tijd/ruimte/context
o Levensbeschouwing
o Natuur: er is vrij veel consensus dat onze morele intuïties zijn van
culturele zaken en natuur
• Waarom is er een staat en niet geen staat?
o We zijn gedwongen met andere samen te leven, dus een staat is
noodzakelijke om de orde te bewaren
o Meeste filosofen zijn voorstander vd staat à anarchisten
daarentegen zeggen dat er geen staat moet zijn en dat mens
gewoon moet samenleven
o Plato:
▪ Mensen zijn van elkaar afhankelijk en hebben verschillende
kwaliteiten, ze kunnen niet zelf al hun behoeften voorzien
▪ In een staat kan iedereen zijn rol uitvoeren (boeren en
handelaars, vakkundige militairen, de regering)
▪ Samenleving heeft een regering nodig want het is een
organisme waarin mensen verschillende rollen hebben
▪ Plato is niet vr democratie (wou dat degenen met kennis
heersten)
o Alternatief van spontane samenwerking: uitdaging dat mensen
groepswezens zijn, maar wat als iemand zich niet aan de regels houdt
en niet wil meewerken? à voor je het weet heb je dan toch een vorm
van politiek als je hiermee wil omgaan
• Technocratie/expertocratie/epistocratie à twee zwaardenleer
Wat is politieke filosofie?
• Niet:
o Geen empirische of verklarende studie vd politiek zoals
politicologie en sociale wetenschappen
▪ Politicoloog stelt zich bv de vraag: Wat is
democratie?
▪ Politiek filosoof zal zich meer afvragen: Waarom
democratie?
o Geen partijpolitiek programma, ideologie à geen haalbaarheid of
strategie
o Geen ethiek, gaat niet kijken naar hoe we gelukkig of goed
moeten zijn
• Wel:
o Academische discipline
o Abstracte, conceptueel-theoretische verheldering en analyse
o Normatief- op het niveau vd staat/burgerschap
▪ Ideal theory
o Argumentatieve consistentie à methode
• Normatief:
o welke morele principes de overheid zou moeten gebruiken in zijn
omgang met burgers en welke soort sociale orde het moet creëren
o politieke filosoof stelt zich niet de vraag ‘hoe moeten we
goed/gelukkig zijn’ ook niet ‘hoe moet ik mij gedragen in
bepaalde context ‘
o kijken naar wat de overheid mag doen, hoe deze de
basisstructuur vd samenleving gaat organiseren
▪ overheid als basisstructuur die ervoor zorgt dat mensen
met verschillende opvattingen etc. kunnen samenleven
• Politieke macht à bestuursobject van politieke filosofie (legitimiteit ervan,
het moet aanvaard zijn dat iemand een regel oplegt, ookal ben je het er niet
mee eens)
o burgerschap verwijst zowel naar de verticale relatie met de
overheid als naar de horizontale relatie met de medeburger
▪ Verticaal = burgers als individuen die rechten kan
claimen waar de overheid niet mag aanraken
▪ Horizontaal = relatie tussen individuen onderling
o ‘zou’: wat de staat verwacht te doen en niet te doen
• Politieke filosofie = politieke theorie
, o Systematisch nadenken over het doel vd regering
o De balans tussen individuele autonomie en politieke autoriteit/
macht bepalen
o Wie krijgt wat, en wie bepaald dat?
o Politieke filosofie: wat moet een overheid doen?, wat mag het wel en
niet doen?
o Politieke wetenschappen: hoe werkt een overheid, wat kan een
overheid doen?
▪ Administratieve lasten
• ideal theory
o theoretisch een opvatting van hoe vb. rechtvaardigheid er idealiter
zou uitzien in een rechtvaardige samenleving om zo te
kunnen kijken of wat in de praktijk gebeurt tot een betere samenleving zou leiden
o politiek filosoof kijkt naar welke richting een samenleving moet
bewegen om een rechtvaardigere samenleving te verkrijgen
o denken in abstracto na over wat het idealiter betekent als we zeggen
dat een samenleving rechtvaardig en democratisch moet functioneren
en burgers als vrije en gelijke individuen moeten W behandeld
• wat is rechtvaardigheid (Rawls)
o de reden om met de ideale theorie te beginnen is dat ze de enige basis
biedt voor een systematisch begrip van de meer dringende problemen
o er is geen andere manier om een dieper inzicht te verkrijgen, en dat de
aard en de doelstellingen van een volkomen rechtvaardige
samenleving het fundamentele bestanddeel vd theorie van
rechtvaardigheid vormen
o beginselen van rechtvaardigheid staan in lexicale volgorde en laten
geen afruil toe
▪ fundamentele vrijheden kunnen niet tegen economische en
sociale winsten W afgeruild
▪ het beginsel van gelijke kansen gaat vooraf aan het
verschil-principe
o bestaande instituties moeten W beoordeeld in het licht van deze
(ideale) conceptie van rechtvaardigheid en W onrechtvaardig
geacht voor zover ze er zonder afdoende reden van afwijken
• is/ought kloof: kloof die er altijd is tussen het beschrijven vd
werkelijkheid en je normatieve opvatting van hoe de werkelijkheid zou moeten zijn
o uit feit dat mens carnivoor is kan je niet afleiden wat een mens zou
moeten doen
o of we nu monogaam of polygaam is een oughtkwestie die je niet kunt
afleiden uit hoe de mens in elkaar zit
o filosofen vragen zich af hoe je van is naar ought gaat
, o mensen kunnen het helemaal eens zijn met de hoe samenleving in
elkaar zit vb. roken schaadt de gezondheid maar daar volgt niet uit
wat we er mee moeten doen (vb. roken verbieden of niet)
methode vh reflectieve equilibrium
• methodiek vr overgang van is naar ought
• proberen om morele intuïties in overeenstemmingen te brengen met
theoretische opvattingen en omgekeerd
• = gedachte dat je in je denken opzoek gaat naar een coherentie tussen je morele
intuïtie en dit in evenwicht probeert te brengen met theoretische opvattingen van wat
moreel zou zijn
• Rechtvaardigheid is een kwestie van wederzijdse ondersteuning van
vele overwegingen, waarbij alle bij elkaar aansluit tot 1 coherente opvatting
• morele principes moeten zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met
onze morele opvattingen en intuïties, en omgekeerd
• deductie en inductie
• morele opvattingen en intuïties à morele principes en theorieën en
omgekeerd
• reflectieve equilibrium: conceptie over rechtvaardigheid kan niet
deductief W afgeleid uit vanzelfsprekende premissen of voorwaarden op grond van
principes
o ipv is de rechtvaardiging vd conceptie een kwestie van wederzijdse
ondersteuning van vele overwegingen, van alles dat in 1
samenhangende visie past
o = toestand van evenwicht of samenhang tussen reeks overtuigingen die tot
stand komen door een proces van weloverwogen wederzijdse aanpassing van
algemene principes en specifieke oordelen
• Voorbeeld: je bent in een vrijgevige bui en je ziet op straat mensen die
geld vragen, de persoon speelt klarinet, de andere persoon ligt daar met een
drankfles, je hebt 40 euro over
o Velen zullen het aan diegene geven met de klarinet want hij doet er iets
voor à het idee dat iemand die iets doet iets meer verdient
o Maar zou je het niet beter aan de andere geven? Die had nooit de kans
om klarinet te leren en zit veel meer in de miserie
o Soms kan je dus je intuïtie aanpassen naar de theoretische visie en
omgekeerd à dit is wat een politiek filosoof doet
Jeremy Bentham:
• Utilitarisme: het grootste geluk voor het hoogste aantal
, Gedachtenexperimenten
• Helpen gedachten op orde te zetten
• Vanachter de sluier van onwetendheid zullen we voor een samenleving
kiezen die ieders basisvrijheden zoveel mogelijk respecteert, die
substantiële gelijke kansen garandeert en die sociaaleconomische
ongelijkheid enkel dan toelaat als dat in voordeel is vd minstbedeelden
• Enkele voorbeelden
o Locke, Hobbes, Rousseau, Kant: natuurtoestand (contracttheorie)
o Dworkins onbewoond eiland en bij schipbreuk eiland eerlijk
verdelen
o Rawls’ originele positie
o Nozick: oogbal loterij ene persoon 2 ogen en de andere geen, kan de
overheid iedereen verplichten 1 oof af te staan?
• Waar komen onze morele intuïties vandaan?
o Opvoeding-vorming
o Cultuur-tijd/ruimte/context
o Levensbeschouwing
o Natuur: er is vrij veel consensus dat onze morele intuïties zijn van
culturele zaken en natuur
• Waarom is er een staat en niet geen staat?
o We zijn gedwongen met andere samen te leven, dus een staat is
noodzakelijke om de orde te bewaren
o Meeste filosofen zijn voorstander vd staat à anarchisten
daarentegen zeggen dat er geen staat moet zijn en dat mens
gewoon moet samenleven
o Plato:
▪ Mensen zijn van elkaar afhankelijk en hebben verschillende
kwaliteiten, ze kunnen niet zelf al hun behoeften voorzien
▪ In een staat kan iedereen zijn rol uitvoeren (boeren en
handelaars, vakkundige militairen, de regering)
▪ Samenleving heeft een regering nodig want het is een
organisme waarin mensen verschillende rollen hebben
▪ Plato is niet vr democratie (wou dat degenen met kennis
heersten)
o Alternatief van spontane samenwerking: uitdaging dat mensen
groepswezens zijn, maar wat als iemand zich niet aan de regels houdt
en niet wil meewerken? à voor je het weet heb je dan toch een vorm
van politiek als je hiermee wil omgaan
• Technocratie/expertocratie/epistocratie à twee zwaardenleer