EMBRYOLOGIE VAN DE LONG
TRACTUS RESPIRATORIUS: 4 D E WEEK VAN D E ONTWIKKELING
4de week: tractus respiratorius = uitstulping in bodem van primitieve darm, achter faryngeale darm
Uitstulping = tracheobronchiale divertikel = endodermaal
Long = samenstelling van endodermale en mesodermale weefsels => 2 oorsprongen
Endoderm van respiratoire divertikel slijmvliesbekleding van bronchien tot epitheelcellen van alveoli
Spieren + kraakbeen van long = ondersteuning bronchien + visceale pleura bedekken => afgeleid van
splanchnopleurische mesoderm (bedekt bronchien)
Trachea aanleg tussen 4de en 6de pharynboog
ONTWIKKELING VAN LONGEN EN RESPIRATOIRE BOOM
Dag 22: begin ontwikkeling longen = vorming ventrale uitstulping van endodermale voordarm = respiratoire divertikel
groeit ventrocaudaal door mesechym rond voordarm
Dag 26 - 28: respiratoire divertikel vertakt in linker en rechter primaire
bronchiale knoppen = rudimenten van 2 longen + linker en rechter primaire
bronchien
proximale uiteinde/stam van divertikel vormt trachea + strottenhoofd
strottenhoofd opent in keelholte via glottis = doorgang gevormd op
oorpronkelijk punt van uitstulping van divertikel
tijdens vorming primaire bronchiale knoppen: stam van divertikel scheidt
van bovenliggende deel van keelholte = slokdarm
week 5:
rechter bronchiale knop 3 sec bronchiale knoppen
linker bronchiale knop 2 sec bronchiale knoppen
ssecbronchiale knoppen longkwabben: 3 rechts, 2 links
week 6: sec bronchiale knoppen tert bronchiale knoppen (10 aan elke kant) bronchopulmonale segmenten
week 5 – 16: primaire bronchiale knoppen vertakken 16x => generatie boom van longen
patroon van vertakking gereguleerd door mesenchym rond knoppen vanaf 1ste vorming
RIJPING VAN LONGWEEFSEL
Week 16: na 14 extra vertakking => kleine takken uit respiratoire boom = terminale
bronchiolen
Week 16 – 26: terminale bronchiolen 2 of meer respiratoire bronchiolen + vascularisatie
mesodermale weefsel errond
Week 24: 1ste respiratoire bronchiolen vormen korte takjes (laatste generatie)
Eerstgevormde terminale takken: omgeven door capillairen => alles samen = terminale
zakjes = primitieve alveoli (met cuboidale epitheellaag onefficiente gasuitwisseling)
Beperkte gasuitwisseling mogelijk => alveoli nog te weinig = nog niet levensvatbaar zonder
adequate therapie
Net voor geboorte: verdunning van plaveiselepitheelbekleding van terminale zakjes => craniocaudale diff tot
volgroeide alveoli: voltooid bij 2j
STADIA VAN ONTWIKKELING VAN LONGEN
, STADIA VAN ONTWIKKELING VAN DE LONGEN BIJ DE MENS
1) embryonaal: 22 dagen – 6 weken
2) pseudoglandulair: 5 – 16 weken
3) canaliculair: 16 – 26 weken
4) sacculair: 24 – 38 weken
5) alveolair: 36 weken – vroege volwassenheid
HISTOLOGIE VAN VERTAKKINGEN VAN LUCHTWEGEN
1) pseudoglandulaire fase:
week 5 – 16
terminale bronchien aanwezig uit dikwandige buizen omgeven door mesenchym
foetale ademhalingsbew bewegen vloeistof in en uit buizen
kubisch epitheel
2) canalicaulaire fase
maand 4
dunner worden van wanden van buizen + groter worden van lumina van bronchien
long vascularisatie
3) sacculaire fase
maand 6 – 7
verdere verdunning van buizen => vorming sacculi bekleed met type I en II alveolaire
cellen (primitief)
vormen opp voor gasuitwisseling
reactie op schade aan type I cellen
type II cellen: bron pulmonaire surfacant
4) alveolaire fase:
begint kort voor geboorte = week 36 loopt postnataal door tot 8j
vorming volgroeide alveoli
septatie: onderverdeling alvoeli na geboorte – vroege volwassenheid => elk septum bevat gladde spieren en
capillairen
HOOFDKENMERKEN VAN ONTWIKKELING VAN RESPIRATORISCH SYSTEEM
1) vroege aanleg + trage ontwikkeling
2) foetale longen gevuld met amnionvocht
3) foetus voert ademhalingsbew uit
4) week 25 - 36: prod surfacant
neonataal respiratoir distress syndroom
5) vorming alveolen postnataal
6) longen volledig ontwikkeld vanaf 8 - 10j
FUNCTIE VAN SURFACANT
Spec alveolaire cellen (type II) => afscheiden longsurfactant
Surfacant: mengsel PL + surfactanteiwitten
Surfacant vermindert opp-spanning van vloeistoffilm lang alveoli + vergemakkelijkt inflatie
Niet genoeg surfacant bij geboorte = neonataal respiratoir distress syndroom:
opp spanning op lucht-vloeistofgrens van alveolaire zakjes => inzakken alveoli tijdens uitademing => grote
moeite om opnieuw op te blazen
onmiddelijke verstikking + verhoogde ademhalingsfreq en mech ventilatie beschadiging delicate alveolaire
bekleding beschadigen => vloeistof en cellulaire en serumeiwitten in alveolus
bij voortdurende schade: bekleding van alveoli komt los = hyaliene-membranenziekte
alveolaire cellen sterven af
fibrine laag gevormd alveoli collaberen zuurstofgebrek vasoconstrictie van a pulmonalis
behandeling: surfactant toedienen
RIJPING EN OVERLEVIN G VAN PREMATURE BABY'S
Einde van zwangerschap: snelle transformatie van longen = voorbereiding op ademhaling:
vloeistof in alveoli bij geboorte geabsorbeerd
afweermech die longen beschermen tegen ziekteverwekkers/oxidatieve effecten = geactiveerd
opp van alveolaire gasuitwisseling neemt toe
laatste 3 maanden: verandering in structuur van long + versnelling
kind te vroeg geboren => ontwikkelingsstatus van longen bepaalt overleving
geboren tussen week 24 – 40 = fase van versnelde terminale longrijping => goede overlevingskans