Inhoudsopgave
Week 1: totstandkoming, afbreken onderhandelingen, kwalificatie, gemengde overeenkomsten..................1
Week 2: vernietigbaarheden, wilsgebreken, ongedaanmaking.........................................................................10
Week 3: Misverstand, uitleg, vertegenwoordiging, opdracht en volmacht.....................................................18
Week 4: nakoming, niet-nakoming......................................................................................................................29
Week 5: nakoming, niet-nakoming, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid..............................40
Week 6: non-conformiteit, klachtplicht, boetebeding, ambtshalve toetsing, meerlagige rechtsorde............47
Week 7: onrechtmatige daad & samenloop........................................................................................................52
Week 8: werkgeversaansprakelijkheid, risicoaansprakelijkheid, samenloop.................................................59
Week 9: schade(vergoeding) en productaansprakelijkheid..............................................................................68
Week 10: contract en derden, exoneratiebeding, hoofdelijkheid, schikking...................................................78
Week 1: totstandkoming, afbreken onderhandelingen, kwalificatie, gemengde
overeenkomsten
Opdracht 2:
Jan (19 jaar) is paardenliefhebber. Het geluk wil dat hij pal naast een manege woont (Hippiek BV),
waar hij wekelijks rijlessen neemt. De rijlessen die Hippiek aanbiedt, zijn steeds 10 lessen van elk 50
minuten voor € 375. Klanten mogen hun eigen zadel en tuig gebruiken maar kunnen ook zonder extra
kosten een zadel en tuig lenen van de manege. Omdat Jan met Hippiek heeft afgesproken dat Hippiek
af en toe paarden mag laten rennen op het 3 hectare grote grasland dat bij het perceel van Jan hoort,
krijgt hij 20 procent korting op de rijlessen. Hippiek BV doet niet aan ingewikkelde contracten, alles
gaat op goed vertrouwen en er staat dus verder niets op papier.
Op een kwade dag neemt Jan een rijles waarbij er nog maar één paard beschikbaar is, een beetje
nukkige knol Willem. Jan zadelt en tuigt het paard met materialen van de manege. Halverwege de les
gaat het mis. Omdat Willem een trauma heeft ontwikkeld voor de dierenarts, zet hij schuimbekkend
alle registers open als hij toevallig vanuit de ooghoeken elders op het terrein opeens de dierenarts een
ander paard ziet behandelen: Willem reageert niet meer op de teugels, begint te bokken, wil eerst niet
lopen, doet daarna een halve poging tot steigeren, en uiteindelijk gaat zijn gedrag over in een
onbeheerste draf het terrein af. Jan doet zijn best Willem in bedwang te houden, maar het verouderde
materiaal werkt niet mee: het zadel scheurt los en het tuig breekt af. Door de samenloop van de
aanwezigheid van de dierenarts, het resulterende gedrag van het paard, en het gebrekkige materiaal,
komt Jan ten val. Letsel is het gevolg (eigen risico zorg € 880, huishoudelijke hulp tijdens revalidatie €
1940). Maar Jan is niet de enige met schade: Willem heeft de dierenarts omvergerend (en zij kwam
nog wel om een paard te behandelen). Haar fraaie dokterstas (€ 495) is beschadigd. Zowel Jan als de
dierenarts wenden zich tot Hippiek BV tot vergoeding van hun schade.
Hippiek BV vraagt zich af: worden deze claims beheerst door art. 6:179 BW of door contract, en zo
ja, welk contract dan, en maakt het wat uit?
Ga ervan uit dat de dierenarts een contract heeft met de manege. Ga er bovendien van uit dat de
manege eigenaar/bezitter van de paarden is én van de spullen. Bovendien is de manege de contractuele
wederpartij van Jan.
1
,We moeten kijken naar 1) Jan die de schade wilt claimen voor zijn opgelopen letsel door het paard
tijdens zijn paardrijles en 2) de dierenarts die haar schade t.a.v. de tas wil claimen door de aanval
van het paard.
In de casus gaat het over samenloop tussen de buitencontractuele aansprakelijkheid en de
contractuele aansprakelijkheid.
Vragen:
1. Is er een contract, zo ja, welk contract?
2. Is er sprake van een buitencontractuele aansprakelijkheid?
3. Is er sprake van samenloop tussen de contractuele aansprakelijkheid en buitencontractuele
aansprakelijkheid?
Rechtsverhouding Jan en Hippiek BV:
Verbintenis 1 (Jan & Manege - rijles)
1. Is er een contract, zo ja, welk contract?
Er is sprake van een contract met Hippiek BV. Het contract bevat een overeenkomst van opdracht
(volgen van rijlessen) ex art. 7:400 BW Jan is de opdrachtgever en Hippiek BV is de
opdrachtnemer. Ovk tot opdracht kenmerkt zich tot het verlenen van een dienst, namelijk het geven
van rijlessen. Niet van stoffelijke aard. Lesgeven is opdracht. Jan heeft met Hippiek BV afgesproken
dat hij paardrijlessen mag krijgen van Hippiek BV. Jan geeft Hippiek BV als het ware de opdracht
om rijlessen te geven aan Jan.
2. Is er sprake van een buitencontractuele aansprakelijkheid?
Risicoaansprakelijkheid bij dieren ex art. 6:179 BW: art. 6:179 BW is de risicoaansprakelijkheid van
de bezitter van het dier die de schade heeft aangericht. De bezitter van het dier kan worden
aangesproken tot vergoeding van de schade aangericht door het dier.
- Het paard slaat op hol door een schrikreactie op de dierenarts: dit is onberekenbaar, typisch dierlijk
gedrag, zodat art. 6:179 BW in beginsel van toepassing is.
3. Is er sprake van samenloop tussen de contractuele aansprakelijkheid en buitencontractuele
aansprakelijkheid ex art. 6:215 BW?
Het enkele feit dat er een overeenkomst tot opdracht bestaat en de lesser (Jan) vrijwillig op het paard
gaat zitten sluit de buitencontractuele aansprakelijkheid NIET uit (HR Paardrijles), tenzij het
uitdrukkelijk afgesproken is. Het vloeit niet voort uit de ovk tot opdracht dat de buitencontractuele
aansprakelijkheidsgrond niet van toepassing is. Hierdoor is Hippiek BV aansprakelijk op grond van
6:179 BW)
HR Paardrijles zie r.o. 3.5 Een en ander is niet anders indien het paard door de eigenaar aan de berijder
ter beschikking is gesteld in het kader van een door of onder verantwoordelijkheid van de eigenaar
gegeven paardrijles. Wel zal in die situatie in gevallen waarin ervan moet worden uitgegaan dat noch
aan de benadeelde noch aan de eigenaar enige onzorgvuldigheid te verwijten is, uit aard en strekking
van de overeenkomst in de regel voortvloeien dat het onberekenbare gedrag van het paard, dat immers
in het kader van deze overeenkomst niet onverwacht is, in zoverre voor risico van de berijder is en aan
hem moet worden toegerekend, dat de schade deels voor zijn rekening moet blijven
HR Paardrijles r.o. 3.4: contractuele aansprakelijkheid en buitencontractuele aansprakelijkheid kunnen
naast elkaar staan. Het kan voor eigen rekening zijn voor de bereider. Ligt aan de inhoud van de
overeenkomst. Als er een exnoratie is, kan de manage niet aansprakelijk zijn. Dan is art. 6:179 BW
uitgesloten. Kan ook een mate van eigen schuld zijn, dan kan een deel van de schade voor de berijder
kunnen zijn op grond van art. 6:101 BW. 6:101 BW gaat niet op bij jonge kinderen, maar kundigen.
Art. 6:179 BW blijft in beginsel van toepassing, maar het aanvaarden van risico’s door de ruiter kan
leiden tot (gedeeltelijke) eigen schuld ex art. 6:101 BW, afhankelijk van de omstandigheden. Jan doet
bewust mee aan een risicovolle sport (vgl. HR Paardrijles). Hij weet dat paarden paniekgedrag
2
,kunnen vertonen. Het is niet zo dat hij elke aansprakelijkheid op art. 6:179 BW verliest. Contractuele
aansprakelijkheid (in casu art. 7:400 BW) schakelt 6:179 BW niet uit
Jan kan heeft dus keuzevrijheid. Jan kan zich beroepen op art. 7:400 BW (contractuele
aansprakelijkheid) en art. 6:179 BW (buitencontractuele aansprakelijkheid). Art. 7:400 BW sluit de
buitencontractuele aansprakelijkheid ex art. 6:179 BW niet uit.
Art. 7:406 lid 2 BW is hier niet van toepassing omdat deze bepaling uitsluitend ziet op schade die de
opdrachtnemer lijdt bij de uitvoering van de opdracht. Jan is echter opdrachtgever. Zijn vordering
kan daarom slechts worden gebaseerd op contractuele tekortkoming (art. 6:74 BW jo. 7:401 BW) of
op de buitencontractuele risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW.
6:101 BW is geen grond voor aansprakelijkheid, maar een vermindering van de
schadevergoeding! 6:101 BW is een schadeverminderde factor.
Verbintenis 2 (Jan & Mandege - zadel)
1. Is er een contract, zo ja, welk contract?
Bruikleenovereenkomst mbt tot het zadel & tuig ex art. 7A:1777 BW. Klanten kunnen zonder betaling
de spullen (zadel en tuig) lenen van Hippiek BV. Verplichting van Hippiek BV is dat hij de spullen ter
beschikking stelt. Jan is gerechtigd deze spullen te gebruiken, maar Jan moet de spullen ook weer
teruggeven en daar heeft Hippiek BV recht op.
2. Is er sprake van een buitencontractuele aansprakelijkheid?
Buitencontractuele aansprakelijkheid van roerende zaken ex art. 6:173 BW. De bezitter van een
roerende zaak kan aansprakelijk zijn als die roerende zaak een gebrek heeft waarvan bekend is, in de
kring der gebruikers van de roerende zaak. Gaat niet om dat de bezitter het zelf hoeft te weten! Het
moet bekend zijn in de kring van zadelgebruikers.
Daar is in casu aan voldaan, want het zadel en tuig is verouderd. Het zadel scheurt en het tuig breekt
af. Het maakt niet uit dat de bezitter het niet weet. Maar art. 6:173 BW gaat niet op vanwege
exclusiviteit art. 7A:1790 BW.
3. Is er sprake van samenloop tussen de contractuele aansprakelijkheid en buitencontractuele
aansprakelijkheid ex art. 6:215 BW?
Bij bruikleen geldt een verhoogde aansprakelijkheid (HR Althuisius Ladder), kan pas indien uitlener
wist dat de zaak gebrekkig was. Bijzondere bepaling (7A:1790 BW): bekendheidseis, heeft exclusieve
werking (HR Althuisius Ladder) en kan dus niet weggenomen worden door redelijkheid en billijkheid.
Als betaalt, dan zou het huur zijn geweest en de verhoogde aansprakelijkheid NIET van toepassing
zijn
HR Althuisius’ Ladder: In die zaak bepaalde de Hoge Raad dat wanneer de wetgever een uitputtende
regeling heeft gegeven voor een bijzondere overeenkomst (zoals bruikleen), partijen deze regeling niet
kunnen omzeilen door een beroep te doen op de onrechtmatige-daad-route.
Voor bruikleen geldt:
> De uitlener is alleen aansprakelijk als hij het gebrek kende.
> Dit is een zwaardere norm dan de OD-norm (“had moeten weten”).
De bruikleenregeling gaat voor. Alleen indien Hippiek het gebrek kende, is zijn aansprakelijk volgens
art. 7A:1790 BW. OD-route is uitgesloten (vgl. HR Althuisius’ ladder). Jan kan moet zich dus
beroepen op het contract. Hij mag geen beroep doen op de risicoaansprakelijkheid van art. 6:173
BW.
De aansprakelijkheidsregel van art. 7A:1790 BW heeft exclusieve werking en stelt art. 6:173 BW
buiten werking. In het contract staat ‘bruikleen 7A:1790 BW hierin staat dat je als bruikuitlener je
alleen aansprakelijk bent als je het weet. Contractueel heb je een beperking. Je kan de bruiklener
alleen aanspreken als hij het weet.
3
, 6:173 BW kan niet bestaan naast 7a:1970 BW. er is exclusiviteit. De bepaling uit de
bruikleenovereenkomst gaat voor. 7a:1970 BW gaat voor op 6:173 BW! Deze bepalingen kunnen niet
naast elkaar bestaan! Bij bruikleen heb je de keuzevrijheid niet!
Verbintenis 3 (dierenarts)
1. Is er een contract, zo ja, welk contract?
Er is een overeenkomst tot opdracht tussen de dierenarts en Hippiek BV ex art. 7:400 BW. De
dierenarts heeft de opdracht om paarden medisch te behandelen. opdrachtgever is Hippiek BV en
opdrachtnemer is dierenarts.
Geen sprake van 7:446 BW, want het moet gaan over het behandelen van een persoon. Daar is in
casu geen sprake van.
Behandelen van een dier is het repareren van een zaak. Behandelen van een dier is niet van stoffelijke
aard.
Willem rent haar echter omver, waardoor haar tas wordt beschadigd. Deze schade ontstaat niet door
de uitvoering van de opdracht, maar door toevallige blootstelling aan dierlijk gedrag
2. Is er sprake van een buitencontractuele aansprakelijkheid?
Risicoaansprakelijkheid bij dieren ex art. 6:179 BW: art. 6:179 BW is de risicoaansprakelijkheid van
de bezitter van het dier die de schade heeft aangericht. De bezitter van het dier kan worden
aangesproken tot vergoeding van de schade aangericht door het dier.
- Het paard slaat op hol door een schrikreactie op de dierenarts: dit is onberekenbaar, typisch dierlijk
gedrag, zodat art. 6:179 BW in beginsel van toepassing is.
3. Is er sprake van samenloop tussen de contractuele aansprakelijkheid en buitencontractuele
aansprakelijkheid ex art. 6:215 BW?
HR Dierenarts r.o. 3.5: de Hoge Raad oordeelde dat de enkele aanwezigheid van een contract de
risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW niet uitsluit, tenzij de schade duidelijk binnen het bereik
van de overeenkomst valt.
Een dierenarts werkt beroepsmatig met dieren, maar neemt niet per definitie het volledige risico van
dierlijk gedrag op zich en zeker niet waar het gaat om andere dieren dan hij/zij op dat moment
behandelt.
r.o. 3.8.3: kan een bepaalde mate van eigen schuld zijn voor de dierenarts.
Maar, het kan zijn dat in het contract iets geregeld is dat aansprakelijkheid uitsluit
(exoneratie). Dat was in HR Dierenarts niet aan de orde. Dan heeft contract wel invloed op
art. 6:179 BW.
-Wat kan er nog meer aan de orde zijn? Feit dat iemand vrijwillig risico aanvaard? Eigen
schuld. Dat je schade kan minderen op grond van art. 6:101 BW. HR Dierenarts R.o. 3.8.3.
Exoneratie wordt ook genoemd.
De dierenarts kan daarom dus kiezen tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid. Art.
6:179 BW blijft volledig van toepassing.
> Contractueel is dan op grond van art. 7:406 lid 2 BW
> Buitencontractueel is dan op grond van art. 6:179 BW (Manege zou kunnen zeggen het is een
risico van het vak dierenarts dat je gewond kan raken door een dier. Manege zou kunnen beweren dat
het recht verspeeld is om een beroep te doen op art. 6:179 BW) is dit waar? Heb je je recht verspeelt
om een beroep te doen op 6:179 BW zie HR Dierenarts. Nee. Dierenarts heeft de keuze, tenzij uit
het contract anders blijkt, bijv. exnonoratie. Contract en buitencontractuele aansprakelijkheid zijn
naast elkaar van toepassing. Het kan wel zijn dat de dierenarts eigen schuld heeft.
4