Kinesitherapie in de
Geestelijke Gezondheidszorg
Samenvatting gastcolleges
Inhoud
1. De rol van bewegen in de preventie en behandeling
2. Het belang van een goede slaaphygiëne
3. Het belang van omgaan met stress
4. Kinesitherapie GGZ in een algemeen ziekenhuis
1. De rol van bewegen
1.1 Kerntaken kinesitherapeut in de GGZ
Niveau Taak
1 Preventie: actieve levensstijl, slaaphygiëne,
stressreductie, mindfulness. Psychische
problemen meten & doorverwijzen.
2 Aandacht voor GGZ-problemen bij chronische
aandoeningen (stress, slaap, pijn).
3 Bijdrage multidisciplinaire diagnosestelling
(coördinatieproblemen, motorische
nevenwerkingen psychofarmaca).
4 Programma's bij somatisch onverklaarbare
aandoeningen.
5 Interventies bij psychiatrische populaties:
eetstoornissen, psychose, stemmingsstoornissen,
autisme, dementie, ADHD.
1.2 Historisch perspectief
• WO I: landarbeid als eerste bewegingsactivering in psychiatrie
• Interbellum: gunstige effecten bewegen voor het eerst neerschreven
• Na WO II: 'lichamelijke opvoeding' deel van GGZ-aanbod (Duitsland, Nederland, België)
• Jaren '90: nieuwe antipsychotica → minder motorische maar meer metabole bijwerkingen
(gewichtstoename +3–12 kg) → nood aan bewegingsinterventie
1.3 Preventie — wetenschappelijke evidentie
• −20% kans op depressie bij voldoen aan beweegnorm (jongeren, volwassenen, ouderen)
• −25% kans op angst bij voldoen aan beweegnorm (jongeren, volwassenen, ouderen)
De beweegnorm
p.
, Kinesitherapie in de Geestelijke Gezondheidszorg — Samenvatting Gastcolleges
• Volwassenen: ≥150 min matige intensiteit per week (of 75 min hoge intensiteit) +
spier-/botversterkend 2×/week
• Kinderen: ≥60 min per dag
1.4 Behandeling — wetenschappelijke evidentie
Aandoening Effect van bewegen
Depressie (mild/matig) Eerstelijnsbehandeling (kinderen, volwassenen,
ouderen)
Depressie (ernstig) Aanvullende behandeling
Angst (mild/matig) Eerstelijnsinterventie
Angst (ernstig) Aanvullende behandeling
Psychotische stoornissen Vermindert ernst psychotische klachten
Middelenmisbruik Vermindert drang & ontwenningsverschijnselen
Autisme Verbetert sociale vaardigheden & motoriek
ADHD Verbetert aandacht/concentratie, vermindert
hyperactiviteit
Anorexia nervosa Verhoogt BMI, vermindert hyperactiviteit
Dementie Verbetert cognitief functioneren & dagelijks
functioneren
1.5 Onderliggende mechanismen
• Neurotrofe hypothese: bewegen ↑ BDNF → neuronale plasticiteit (herstel & herstructurering
hersenen)
• Veranderde hersenvolumes: ↑ hippocampusvolume, ↑ connectiviteit witte hersenmassa
• Neurotransmittoren: effect op noradrenaline, serotonine & dopamine (dierstudies)
• Psychosociale mechanismen: ↑ zelfvertrouwen, sociale interactie, afleiding, mastery-ervaringen
1.6 Uitdagingen bij motivatie
• Competentiegevoel: men voelt zich niet competent genoeg voor de beweegnorm
• Zelfvertrouwen: verminderd, wil nieuwe faalervaringen vermijden
• Motivatie: minder autonome motivatie bij personen met GGZ-problemen
1.7 Zelfdeterminatietheorie
Gecontroleerde motivatie Autonome motivatie
Externe verwachtingen Persoonlijke relevantie
Beloningen / straffen Zinvol, plezier, passie
Schuldgevoel / schaamte Intrinsieke interesse & uitdaging
3 psychologische basisbehoeften
• Autonomie: zelf aan basis van eigen gedrag liggen, psychologische vrijheid ervaren
• Verbondenheid: betekenisvol verbonden met anderen, opgenomen in sociaal netwerk
• Competentie: succes ervaren, zich bekwaam voelen
p.