Deel 4: marktpraktijken
hoofdstuk 1
1.1 definitie van onderneming en consument
onderneming (art. I.8, 39° WER) = “Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op
duurzame wijze een economisch doel nastreeft.”
ruime definitie: omvat o.a.
commerciële vennootschappen
vrije beroepen
overheden die goederen/diensten aanbieden
vzw’s met economische activiteiten
essentiële criteria:
duurzaamheid van de activiteit
economisch karakter
niet inbegrepen: occasionele verkopen door particulieren.
consument (art. I.1, 2° WER) = “Natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten
zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.”
functionele definitie: dezelfde persoon kan soms consument zijn, soms onderneming,
afhankelijk van het doel van de rechtshandeling.
gemengde overeenkomsten: consumentenbescherming geldt enkel als het
beroepsmatige doel ondergeschikt is.
rechtspersonen: kunnen nooit als consument worden beschouwd, zelfs niet buiten
hun maatschappelijk doel.
1.2 het begrip marktpraktijk en de bewijslast
marktpraktijk (art. I.8, 26° WER) = elke handeling, omissie, gedraging, voorstelling of
commerciële mededeling van een onderneming
moet rechtstreeks verband houden met:
Deel 4: marktpraktijken 1
, verkoopbevordering
verkoop
levering van een product aan consumenten
omvat de volledige commerciële cyclus:
reclame voor contract
verkoopfase
dienst na verkoop
klachtenafhandeling
bewijslastregel in voordeel van de consument
bij geschillen over informatieverplichtingen draagt de onderneming de bewijslast
voor:
het verstrekken van de informatie
de juistheid van die informatie
1.3 marktinformatie
1.3.1 algemene verplichting tot prijsaanduiding
aangeduide prijs = totale prijs (art. VI.3 WER), inclusief:
btw
recupelbijdragen
auteursrechten
alle andere verplichte toeslagen
indien kosten niet vooraf berekenbaar zijn → berekeningswijze moet duidelijk vermeld
worden
prijsaanduiding moet:
schriftelijk
leesbaar
goed zichtbaar
ondubbelzinnig zijn
Deel 4: marktpraktijken 2
, 1.3.2 prijs per meeteenheid en uitzondering
verplicht voor goederen verkocht per gewicht of volume
naast de verkoopprijs moet ook worden vermeld:
prijs per kg
prijs per liter
prijs per meter / m²
→ (art. VI.4 WER)
de Koning kan vrijstellingen verlenen, voor bv.:
luxeartikelen
producten per stuk waarbij gewicht irrelevant is
1.3.3 benaming (art. VI.8 WER) en aanduiding van herkomst
productbenaming moet correct zijn en overeenstemmen met de aard van het goed
verboden: misleidende benamingen, merken of tekens m.b.t.:
oorsprong
vervaardigingswijze
samenstelling
extra bescherming voor:
beschermde oorsprongsbenamingen
geografische aanduidingen
misbruik van termen zoals “ambachtelijk” of “handgemaakt” is verboden wanneer het
productieproces industrieel is
1.4 promoties en prijsverminderingen
1.4.1 referentieprijs bij prijsverminderingen
1.4.1.1 regel
Europese Omnibus‑richtlijn (art. VI.18 WER)→ strengere regels voor
prijsverminderingen
Deel 4: marktpraktijken 3
hoofdstuk 1
1.1 definitie van onderneming en consument
onderneming (art. I.8, 39° WER) = “Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die op
duurzame wijze een economisch doel nastreeft.”
ruime definitie: omvat o.a.
commerciële vennootschappen
vrije beroepen
overheden die goederen/diensten aanbieden
vzw’s met economische activiteiten
essentiële criteria:
duurzaamheid van de activiteit
economisch karakter
niet inbegrepen: occasionele verkopen door particulieren.
consument (art. I.1, 2° WER) = “Natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten
zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.”
functionele definitie: dezelfde persoon kan soms consument zijn, soms onderneming,
afhankelijk van het doel van de rechtshandeling.
gemengde overeenkomsten: consumentenbescherming geldt enkel als het
beroepsmatige doel ondergeschikt is.
rechtspersonen: kunnen nooit als consument worden beschouwd, zelfs niet buiten
hun maatschappelijk doel.
1.2 het begrip marktpraktijk en de bewijslast
marktpraktijk (art. I.8, 26° WER) = elke handeling, omissie, gedraging, voorstelling of
commerciële mededeling van een onderneming
moet rechtstreeks verband houden met:
Deel 4: marktpraktijken 1
, verkoopbevordering
verkoop
levering van een product aan consumenten
omvat de volledige commerciële cyclus:
reclame voor contract
verkoopfase
dienst na verkoop
klachtenafhandeling
bewijslastregel in voordeel van de consument
bij geschillen over informatieverplichtingen draagt de onderneming de bewijslast
voor:
het verstrekken van de informatie
de juistheid van die informatie
1.3 marktinformatie
1.3.1 algemene verplichting tot prijsaanduiding
aangeduide prijs = totale prijs (art. VI.3 WER), inclusief:
btw
recupelbijdragen
auteursrechten
alle andere verplichte toeslagen
indien kosten niet vooraf berekenbaar zijn → berekeningswijze moet duidelijk vermeld
worden
prijsaanduiding moet:
schriftelijk
leesbaar
goed zichtbaar
ondubbelzinnig zijn
Deel 4: marktpraktijken 2
, 1.3.2 prijs per meeteenheid en uitzondering
verplicht voor goederen verkocht per gewicht of volume
naast de verkoopprijs moet ook worden vermeld:
prijs per kg
prijs per liter
prijs per meter / m²
→ (art. VI.4 WER)
de Koning kan vrijstellingen verlenen, voor bv.:
luxeartikelen
producten per stuk waarbij gewicht irrelevant is
1.3.3 benaming (art. VI.8 WER) en aanduiding van herkomst
productbenaming moet correct zijn en overeenstemmen met de aard van het goed
verboden: misleidende benamingen, merken of tekens m.b.t.:
oorsprong
vervaardigingswijze
samenstelling
extra bescherming voor:
beschermde oorsprongsbenamingen
geografische aanduidingen
misbruik van termen zoals “ambachtelijk” of “handgemaakt” is verboden wanneer het
productieproces industrieel is
1.4 promoties en prijsverminderingen
1.4.1 referentieprijs bij prijsverminderingen
1.4.1.1 regel
Europese Omnibus‑richtlijn (art. VI.18 WER)→ strengere regels voor
prijsverminderingen
Deel 4: marktpraktijken 3