ONDERNEMINGSRECHT
Deel I: beginselen van het ondernemingsrecht
Hoofdstuk 1: van handelsrecht naar ondernemingsrecht
Essentie
Het klassieke handelsrecht was oorspronkelijk enkel van toepassing op
“handelaars” of “koopmannen”. Wie daden van koophandel stelde en daar
een beroep van maakte, viel onder het handelsrecht. Dat systeem werkte
met een limitatieve lijst van handelsdaden en leidde tot veel discussies en
ongelijke behandeling.
Historisch ontstond het handelsrecht uit het ius mercatorum: een bijzonder
gewoonterecht voor handelaars dat sneller en praktischer was dan het
klassieke burgerlijk recht. Door de groei van de handel ontstonden aparte
handelsgebruiken, handelsrechtbanken en later codificaties zoals de Code
de Commerce van 1807.
Vanaf de 19e en 20e eeuw werd het Wetboek van Koophandel geleidelijk
“leeggehaald” (decodificatie). Verschillende materies kregen eigen wetten:
boekhouding, faillissement, vennootschappen, mededinging,
consumentenrecht, intellectuele eigendom, enz.
De grote omslag kwam met de hervormingen van minister Koen Geens:
o Boek XX WER (insolventierecht)
o Wet Hervorming Ondernemingsrecht (2018);
o invoering van het WVV (2019)
Het begrip “handelaar” verdween volledig en werd vervangen door het
ruimere begrip “onderneming”. Daardoor vallen nu ook vrije beroepen,
landbouwers en bepaalde verenigingen onder het ondernemingsrecht
Ook de rechtbank van koophandel evolueerde naar de
ondernemingsrechtbank
Belangrijke inzichten
Evolutie van een personeelsgebonden handelsrecht naar een algemeen
ondernemingsrecht
Niet langer de activiteit (“daad van koophandel”), maar de onderneming
staat centraal
Het WER groeide uit tot het centrale wetboek van economisch recht
Het WVV moderniseerde en vereenvoudigde het vennootschapsrecht
Overzicht van de gebruikte wetsartikelen
WER
art. I.1 WER → formeel ondernemingsbegrip
art. I.4/1 WER → functioneel ondernemingsbegrip
art. I.23 WER → ondernemingsbegrip insolventierecht
Andere wetgeving
Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht
art. 573 Ger. W: bevoegdheid ondernemingsrechtbank
1
,Hoofdstuk 2: onderneming in ‘formele en in ‘functionele’ zin
Formeel ondernemingsbegrip (art. I.1, lid 1, 1° WER)
Hier kijkt men naar de vorm van de organisatie, maar naar de juridische
vorm waarin zij optreedt
Onderneming is:
o iedere zelfstandige natuurlijke persoon die zelfstandig een
beroepsactiviteit uitoefent
dus geen werknemer of ambtenaar
beroepsactiviteit kan in hoofd- of bijberoep zijn (maar niet
occasioneel)
o iedere privaatrechtelijke rechtspersoon
vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid → maatschap
vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid →
VOF en CommV
vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid → BV,
NV, CV.
o iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid
drager van rechten en verplichtingen
De activiteit zelf is minder belangrijk
Gevolg:
o vrije beroepen zijn ondernemingen
gespecialiseerde opleiding (diploma) + bijkomende
bijscholingen
o VZW’s kunnen ondernemingen zijn
o maatschappen zijn ondernemingen
Uitzonderingen:
o publiekrechtelijke rechtspersonen
o feitelijke verenigingen zonder uitkeringsoogmerk
Dit formele begrip is belangrijk voor:
o ondernemingsrechtbank
o bewijsrecht
o KBO
o boekhoudplicht
o insolventierecht
Functioneel ondernemingsbegrip (art. I.6, 12° WER)
Hier kijkt men naar de activiteit
Een onderneming is dan een entiteit die duurzaam een economisch doel
nastreeft, dus goederen of diensten aanbiedt op een markt
o Economisch doel betekent: goederen of diensten aanbieden op een
markt tegen betaling met het oog op een economisch rendement
Dit begrip blijft belangrijk voor:
o mededingingsrecht
o Marktpraktijken
o consumentenbescherming
o prijsreglementering
Belangrijkste inzichten
Het oude handelsbegrip werd volledig verlaten.
2
, Formeel ondernemingsbegrip = focus op rechtsvorm.
Functioneel ondernemingsbegrip = focus op economische activiteit.
Vrije beroepen en VZW’s vallen vandaag vaak onder het
ondernemingsrecht.
De onderneming vormt het centrale aanknopingspunt van het moderne
economisch recht
Overzicht van de gebruikte wetsartikelen
WER
art. I.1 WER → formeel ondernemingsbegrip
art. I.4 WER → geregistreerde entiteiten
art. I.4/1 WER → functioneel ondernemingsbegrip
art. I.6, 12° WER → onderneming in mededingingsrecht
art. I.7, 2° WER → onderneming in prijsreglementering
art. I.8, 39° WER → onderneming in marktpraktijkenrecht
art. I.19, 6° WER → buitengerechtelijke regeling consumentengeschillen
art. I.21, 8° WER → groepsvordering
art. I.23, 7°/1 WER → onderneming in insolventierecht
art. I.23, 8° WER → publiekrechtelijke rechtspersonen in insolventierecht
art. III.15 WER → geregistreerde entiteiten
art. III.16 WER → ondernemingen in KBO
art. III.17 WER → ondernemingsnummer
art. III.18 WER → gegevens in KBO
art. III.22 WER → vestigingseenheidsnummer
art. III.23 WER → gebruik ondernemingsnummer tegenover overheden
art. III.25 WER → vermelding ondernemingsnummer op documenten
art. III.26 WER → sanctie bij ontbrekend ondernemingsnummer
art. III.27 WER → tempering sanctie
art. III.49 WER → inschrijvingsplicht ondernemingen
art. III.51 WER → wijziging gegevens
art. III.59 WER → opdrachten ondernemingsloketten
art. III.73 WER → raadpleging KBO
art. III.74 WER → informatieverplichtingen
art. III.75 WER → wijze van informatieverstrekking
art. III.77 WER → tijdstip informatieverstrekking
art. III.78 WER → bewijslast informatieplicht
art. III.82 WER → boekhoudplichtige ondernemingen
art. III.83 WER → boekhoudkundige entiteit
BW
art. 5.160 BW → hoofdelijkheid tussen ondernemingen
art. 8.11 BW → bewijs tussen ondernemingen
Andere wetgeving
art. 573 Ger. W → bevoegdheid ondernemingsrechtbank
art. 1649bis oud BW → consumentenkoop
art. 1701/1 oud BW → definitie handelaar
3
, Hoofdstuk 3: basisverplichtingen van ondernemingen
1. inschrijving in de KBO
De Kruispuntbank van Ondernemingen centraliseert alle
identificatiegegevens van ondernemingen. Doelstellingen
o administratieve vereenvoudiging
o transparantie
o efficiëntere werking van overheden
Elke onderneming moet zich vóór de start van haar activiteiten laten
inschrijven via een ondernemingsloket. Na inschrijving krijgt men:
o een ondernemingsnummer
o eventueel vestigingseenheidsnummers
De gegevens moeten steeds up-to-date blijven
2. Financiële rekening
Ondernemingen moeten beschikken over een bankrekening en die
vermelden op documenten zoals facturen
Girale betalingen mogen vanaf een bepaald bedrag niet geweigerd
worden.
De regeling kadert ook in antiwitwaswetgeving
3. Factuurplicht
Een factuur bevestigt het bestaan van een schuldvordering. Belangrijkste
functies:
o boekhouding
o bewijs
o btw
o transparantie
De factuur bevat essentiële gegevens zoals: identiteit partijen, prijs, btw-
gegevens en ondernemingsnummer.
4. Boekhouding en jaarrekening
Doel:
o zicht geven op financiële toestand
o bescherming van schuldeisers
o controle door overheid
Basisregel: dubbele boekhouding
Kleinere ondernemingen kunnen soms vereenvoudigde boekhouding
voeren.
5. Taalgebruik
Ondernemingen moeten in bepaalde documenten de taal van het
taalgebied gebruiken. Voor sociale documenten geldt een strenge sanctie
van nietigheid
6. Informatie- en transparantieverplichtingen
Ondernemingen moeten bepaalde informatie tijdig en correct ter
beschikking stellen. Deze regels zijn gebaseerd op Europese regelgeving
4
Deel I: beginselen van het ondernemingsrecht
Hoofdstuk 1: van handelsrecht naar ondernemingsrecht
Essentie
Het klassieke handelsrecht was oorspronkelijk enkel van toepassing op
“handelaars” of “koopmannen”. Wie daden van koophandel stelde en daar
een beroep van maakte, viel onder het handelsrecht. Dat systeem werkte
met een limitatieve lijst van handelsdaden en leidde tot veel discussies en
ongelijke behandeling.
Historisch ontstond het handelsrecht uit het ius mercatorum: een bijzonder
gewoonterecht voor handelaars dat sneller en praktischer was dan het
klassieke burgerlijk recht. Door de groei van de handel ontstonden aparte
handelsgebruiken, handelsrechtbanken en later codificaties zoals de Code
de Commerce van 1807.
Vanaf de 19e en 20e eeuw werd het Wetboek van Koophandel geleidelijk
“leeggehaald” (decodificatie). Verschillende materies kregen eigen wetten:
boekhouding, faillissement, vennootschappen, mededinging,
consumentenrecht, intellectuele eigendom, enz.
De grote omslag kwam met de hervormingen van minister Koen Geens:
o Boek XX WER (insolventierecht)
o Wet Hervorming Ondernemingsrecht (2018);
o invoering van het WVV (2019)
Het begrip “handelaar” verdween volledig en werd vervangen door het
ruimere begrip “onderneming”. Daardoor vallen nu ook vrije beroepen,
landbouwers en bepaalde verenigingen onder het ondernemingsrecht
Ook de rechtbank van koophandel evolueerde naar de
ondernemingsrechtbank
Belangrijke inzichten
Evolutie van een personeelsgebonden handelsrecht naar een algemeen
ondernemingsrecht
Niet langer de activiteit (“daad van koophandel”), maar de onderneming
staat centraal
Het WER groeide uit tot het centrale wetboek van economisch recht
Het WVV moderniseerde en vereenvoudigde het vennootschapsrecht
Overzicht van de gebruikte wetsartikelen
WER
art. I.1 WER → formeel ondernemingsbegrip
art. I.4/1 WER → functioneel ondernemingsbegrip
art. I.23 WER → ondernemingsbegrip insolventierecht
Andere wetgeving
Wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht
art. 573 Ger. W: bevoegdheid ondernemingsrechtbank
1
,Hoofdstuk 2: onderneming in ‘formele en in ‘functionele’ zin
Formeel ondernemingsbegrip (art. I.1, lid 1, 1° WER)
Hier kijkt men naar de vorm van de organisatie, maar naar de juridische
vorm waarin zij optreedt
Onderneming is:
o iedere zelfstandige natuurlijke persoon die zelfstandig een
beroepsactiviteit uitoefent
dus geen werknemer of ambtenaar
beroepsactiviteit kan in hoofd- of bijberoep zijn (maar niet
occasioneel)
o iedere privaatrechtelijke rechtspersoon
vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid → maatschap
vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid →
VOF en CommV
vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid → BV,
NV, CV.
o iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid
drager van rechten en verplichtingen
De activiteit zelf is minder belangrijk
Gevolg:
o vrije beroepen zijn ondernemingen
gespecialiseerde opleiding (diploma) + bijkomende
bijscholingen
o VZW’s kunnen ondernemingen zijn
o maatschappen zijn ondernemingen
Uitzonderingen:
o publiekrechtelijke rechtspersonen
o feitelijke verenigingen zonder uitkeringsoogmerk
Dit formele begrip is belangrijk voor:
o ondernemingsrechtbank
o bewijsrecht
o KBO
o boekhoudplicht
o insolventierecht
Functioneel ondernemingsbegrip (art. I.6, 12° WER)
Hier kijkt men naar de activiteit
Een onderneming is dan een entiteit die duurzaam een economisch doel
nastreeft, dus goederen of diensten aanbiedt op een markt
o Economisch doel betekent: goederen of diensten aanbieden op een
markt tegen betaling met het oog op een economisch rendement
Dit begrip blijft belangrijk voor:
o mededingingsrecht
o Marktpraktijken
o consumentenbescherming
o prijsreglementering
Belangrijkste inzichten
Het oude handelsbegrip werd volledig verlaten.
2
, Formeel ondernemingsbegrip = focus op rechtsvorm.
Functioneel ondernemingsbegrip = focus op economische activiteit.
Vrije beroepen en VZW’s vallen vandaag vaak onder het
ondernemingsrecht.
De onderneming vormt het centrale aanknopingspunt van het moderne
economisch recht
Overzicht van de gebruikte wetsartikelen
WER
art. I.1 WER → formeel ondernemingsbegrip
art. I.4 WER → geregistreerde entiteiten
art. I.4/1 WER → functioneel ondernemingsbegrip
art. I.6, 12° WER → onderneming in mededingingsrecht
art. I.7, 2° WER → onderneming in prijsreglementering
art. I.8, 39° WER → onderneming in marktpraktijkenrecht
art. I.19, 6° WER → buitengerechtelijke regeling consumentengeschillen
art. I.21, 8° WER → groepsvordering
art. I.23, 7°/1 WER → onderneming in insolventierecht
art. I.23, 8° WER → publiekrechtelijke rechtspersonen in insolventierecht
art. III.15 WER → geregistreerde entiteiten
art. III.16 WER → ondernemingen in KBO
art. III.17 WER → ondernemingsnummer
art. III.18 WER → gegevens in KBO
art. III.22 WER → vestigingseenheidsnummer
art. III.23 WER → gebruik ondernemingsnummer tegenover overheden
art. III.25 WER → vermelding ondernemingsnummer op documenten
art. III.26 WER → sanctie bij ontbrekend ondernemingsnummer
art. III.27 WER → tempering sanctie
art. III.49 WER → inschrijvingsplicht ondernemingen
art. III.51 WER → wijziging gegevens
art. III.59 WER → opdrachten ondernemingsloketten
art. III.73 WER → raadpleging KBO
art. III.74 WER → informatieverplichtingen
art. III.75 WER → wijze van informatieverstrekking
art. III.77 WER → tijdstip informatieverstrekking
art. III.78 WER → bewijslast informatieplicht
art. III.82 WER → boekhoudplichtige ondernemingen
art. III.83 WER → boekhoudkundige entiteit
BW
art. 5.160 BW → hoofdelijkheid tussen ondernemingen
art. 8.11 BW → bewijs tussen ondernemingen
Andere wetgeving
art. 573 Ger. W → bevoegdheid ondernemingsrechtbank
art. 1649bis oud BW → consumentenkoop
art. 1701/1 oud BW → definitie handelaar
3
, Hoofdstuk 3: basisverplichtingen van ondernemingen
1. inschrijving in de KBO
De Kruispuntbank van Ondernemingen centraliseert alle
identificatiegegevens van ondernemingen. Doelstellingen
o administratieve vereenvoudiging
o transparantie
o efficiëntere werking van overheden
Elke onderneming moet zich vóór de start van haar activiteiten laten
inschrijven via een ondernemingsloket. Na inschrijving krijgt men:
o een ondernemingsnummer
o eventueel vestigingseenheidsnummers
De gegevens moeten steeds up-to-date blijven
2. Financiële rekening
Ondernemingen moeten beschikken over een bankrekening en die
vermelden op documenten zoals facturen
Girale betalingen mogen vanaf een bepaald bedrag niet geweigerd
worden.
De regeling kadert ook in antiwitwaswetgeving
3. Factuurplicht
Een factuur bevestigt het bestaan van een schuldvordering. Belangrijkste
functies:
o boekhouding
o bewijs
o btw
o transparantie
De factuur bevat essentiële gegevens zoals: identiteit partijen, prijs, btw-
gegevens en ondernemingsnummer.
4. Boekhouding en jaarrekening
Doel:
o zicht geven op financiële toestand
o bescherming van schuldeisers
o controle door overheid
Basisregel: dubbele boekhouding
Kleinere ondernemingen kunnen soms vereenvoudigde boekhouding
voeren.
5. Taalgebruik
Ondernemingen moeten in bepaalde documenten de taal van het
taalgebied gebruiken. Voor sociale documenten geldt een strenge sanctie
van nietigheid
6. Informatie- en transparantieverplichtingen
Ondernemingen moeten bepaalde informatie tijdig en correct ter
beschikking stellen. Deze regels zijn gebaseerd op Europese regelgeving
4