SOCIAL CODEX
E X A M E N S A M E N VAT T I N G
Inleiding tot de
Micro-economie
Volledige, examenklaar uitgewerkte samenvatting
Theorie · Formules · Grafieken · Uitgewerkte oefeningen
Vakcode 000059 · Opleiding TEW · 13 hoofdstukken
Kennis, Gestructureerd.
, T H E S O C I A L C O D E X
Inhoudsopgave
De tien principes en basisbegrippen (inleiding) 3
H3. Vraag en aanbod 3
H4. Elasticiteit 5
H5. Keuze van de consument 8
H6. Ondernemingen in competitieve markten 10
H13. De keuze van de producent (productie en kosten) 12
H7. Efficiëntie van markten 13
H14. Monopolie 14
H15. Monopolistische concurrentie 16
H16. Oligopolie 17
H10. Publieke goederen, gemeenschappelijke hulpbronnen en verdienstegoederen 19
H11. Externe effecten 20
H12. Asymmetrische informatie en gedragseconomie 21
H19. Interdependentie en de voordelen van handel 23
Formuleblad 25
Examenchecklist (kernregels die overal terugkomen) 26
WPO-kernoefeningen (examenprioriteit) 27
Dit is een volledig, examenklaar studiedocument. Het is opgebouwd uit vier brontypes: de
oefeningenbundels (Deel 1, 2, 3 en de herhalingsles), de uitgewerkte oplossingen, de theorie uit de
hoorcollegeslides (HOC) en de werkcollegeslides (WPO). Alle formules, getallen en oefeningen komen uit
die bronnen. Elke uitgewerkte oefening is zelf nagerekend en de eindgetallen stemmen overeen met de
oplossingenbestanden.
Leeswijzer. Elk hoofdstuk heeft vijf vaste rubrieken: (1) Kernbegrippen, (2) Formules, (3) Belangrijke
grafieken, (4) Uitgewerkte oefeningen, (5) Inzichten en valkuilen. Oefeningen die in de werkcolleges
(WPO) zijn behandeld, zijn met [WPO] gemarkeerd: dat zijn de oefeningen waar de lesgevers expliciet de
nadruk op legden en die het meest examenrelevant zijn. Achteraan vind je een compact formuleblad, een
examenchecklist en een overzicht van alle WPO-kernoefeningen. De bronnen waren volledig leesbaar; één
Kennis, Gestructureerd. 2
, T H E S O C I A L C O D E X
bijlage (de handgeschreven "Aanvulling kader oefening 6.6") is via beeld ingelezen en in hoofdstuk 6
verwerkt.
Over het examen. Schriftelijk, met oefeningen en theorievragen, open en/of meerkeuze. Het
meerkeuzedeel wordt gequoteerd met positieve scoring en een hogere cesuur: bij vier
antwoordmogelijkheden (één correct) haal je 10/20 wanneer 62,5% van de vragen juist is. Wijkt het aantal
mogelijkheden af van vier, dan wordt die cesuur aangepast.
Hoofdstukken: H3 Vraag en aanbod, H4 Elasticiteit, H5 Keuze van de consument, H6 Competitieve
markten, H7 Efficiëntie, H13 Productie en kosten, H14 Monopolie, H15 Monopolistische concurrentie,
H16 Oligopolie, H10 Publieke goederen, H11 Externe effecten, H12 Asymmetrische informatie en
gedragseconomie, H19 Internationale handel.
De tien principes en basisbegrippen (inleiding)
Micro-economie bestudeert hoe huishoudens en bedrijven keuzes maken en hoe ze in markten met elkaar
omgaan, vanuit een rationeel perspectief (met aandacht voor de grenzen van die rationaliteit, zie H12).
Tien principes structureren de cursus.
Beslissingen: (1) mensen moeten keuzes maken, er bestaat geen gratis lunch; (2) de kost van iets is wat je
ervoor opgeeft (opportuniteitskost); (3) rationele mensen denken in de marge; (4) mensen reageren op
prikkels. Interactie: (5) handel kan in ieders belang zijn; (6) markten zijn vaak een goede manier om
activiteit te organiseren; (7) de overheid kan marktuitkomsten soms verbeteren. Macro: (8)
levensstandaard hangt af van productiviteit; (9) prijzen stijgen als de overheid te veel geld drukt; (10)
korte-termijnafweging tussen inflatie en werkloosheid.
Opportuniteitskost = expliciete kost + impliciete kost. De expliciete kost is het geld dat je betaalt als je
voor activiteit x kiest. De impliciete kost is de waarde van het beste alternatief waaraan je verzaakt
(zonder geldstroom). Economische analyse rekent steeds met opportuniteitskosten.
Marktvormen (van veel naar weinig marktmacht): volmaakte concurrentie (veel kleine prijsnemers,
homogeen goed, vrije toetreding, perfecte informatie), monopolistische concurrentie (veel aanbieders,
heterogeen/gedifferentieerd goed, vrije toetreding), oligopolie (enkele aanbieders, homogeen of
heterogeen, strategische interactie), monopolie (één aanbieder, geen goede substituten). Prijsnemers
hebben 0% marktmacht, prijszetters hebben er meer.
H3. Vraag en aanbod
1. Kernbegrippen
De markt is de verzameling van alle kopers en verkopers van een product. De vraag geeft weer hoeveel
consumenten bereid en in staat zijn te kopen bij verschillende prijzen; de marktvraag is de horizontale
sommatie van de individuele vraagcurven. Het aanbod geeft weer hoeveel producenten bereid zijn te
verkopen bij verschillende prijzen; het marktaanbod is de horizontale sommatie van de individuele
aanbodcurven.
Kennis, Gestructureerd. 3