Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Lecture Notes Grondwettelijk Recht | Deel 1 | UGent | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
82
Geüpload op
07-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van 82 pagina's voor het vak Grondwettelijk recht voor bestuurskundigen aan de UGent (14/20)

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Grondwettelijk recht
Deel 1: Inleidende begrippen en basiskenmerken
1. Begrippen
We bespreken enkele belangrijke concepten die centraal staan in het Grondwettelijk Recht.

A. Publiek recht versus privaat recht
Privaatrecht bevat rechtsregels die de verhoudingen tussen burgers regelen. Ze zijn ook van
toepassing op de relaties tussen burgers en overheid of op de verhoudingen tussen overheden,
wanneer voor deze relaties geen speciale rechtsregels bestaan. Publiekrecht bestaat uit alle van het
privaatrecht afwijkende rechtsregels van toepassing op de relatie tussen de overheid en de burgers of
voor de relaties tussen verschillende overheden onderling.

B. Staatsbegrip
Grondwettelijk recht heeft betrekking op de staatsorganisatie, d.w.z. op de inrichting en werking van
de overheidsorganen van een staat.
Staten vormen sinds de 17 e eeuw de belangrijkste vorm van politieke organisatie en orde. Ze kunnen
omschreven worden als territoriale eenheden waarvan de bevolking onderworpen is aan een
soeverein gezag.
‘Soeverein’ betekent ‘hoogste macht’ of ‘opperste gezag’. Als men dus van staten zegt dat ze
soeverein zijn, dan betekent dat, dat ze op hun grondgebied drager zijn van het opperste gezag en dat
ze hun gezag niet ontlenen aan een andere instantie. Het soevereiniteitsbegrip heeft dus een externe
(a) en een interne dimensie (b).
a) Als soevereine staten zijn staten onafhankelijk van elkaar en staan ze op voet van gelijkheid. Staten
mogen zich niet mengen in de aangelegenheden van andere staten. Doen ze dat toch, dan heeft de
aangevallen staat een recht op gebruik van geweld teneinde zijn staatsgrenzen en gezagsstructuren te
verdedigen. Omdat nationale soevereiniteit en nationalisme in Europe het recept is geweest voor
eindeloze oorlogen, is men opzoek gegaan naar samenwerkingsverbanden waarbij staten een deel
van hun soevereiniteit afstaan. De Europese unie is daarvan het meest zichtbare resultaat.
b) Interne soevereiniteit betekent dat het staatsgezag (of de ‘soeverein’) onbeperkt is en het hoogste
in zijn soort. Op zijn grondgebied kan het t.a.v. zijn onderdanen naar willekeur beslissen en moet het
geen inmenging dulden van buitenaf. Dit betekent niet alleen dat een staat zijn eigen
regeringsvorming bepaalt (parlementair, presidentieel, federaal, gecentraliseerd,…) en der regels
opstelt die het voor de samenleving noodzakelijk acht, maar ook dat de onderdanen onderworpen
zijn aan de nationale wetgever, de nationale regering en de nationale rechtbanken. Dit kan echter
leiden tot uitermate grove schendingen van elementaire rechten van onderdanen. Dat ligt aan de
basis van de oprichting van internationale en regionale beschermingsmechanismen t.a.v. de
mensenrechten. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is daarvan het meest zichtbare
resultaat.




1

,Al sinds de Middeleeuwen doen zich binnen Europese 2 parallelle processen voor die van onderuit
gestuwd worden en bedoeld zijn om de burgers te beschermen tegen willekeur en tirannie: de
ontwikkeling van rechten vrijheden enerzijds en het parlementarisme anderzijds.
Het parlementarisme is een regeringsvorm waarbij de uitoefening van het bewind niet langer meer
geconcentreerd ligt bij de vorst, maar verdeeld wordt tussen de vorst – later de regering – en een
nationale vergadering die geheel of gedeeltelijk bestaat uit verkozen vertegenwoordigers van het
volk.
De ontwikkeling van fundamentele Rechten en Vrijheden gaat over middeleeuwse documenten die
ervan uit gaan dat ook de Koningen en vorsten bij hun doen en laten bepaalde regels moeten
respecteren en bepaalde subjectieve rechten niet met voeten mogen treden.
Beide ontwikkelingen zijn van doorslaggevend belang geweest voor de vormgeving van de moderne
democratieën.

C. De fundamentele rechten en vrijheden of de grondrechten
De kerngedachte van de grondrechten is dat er grenzen zijn aan het staatsgezag en meer bepaald dat
de overheid zich niet mag mengen in persoonlijke aangelegenheden van de burgers. Welke
geloofsovertuiging of politieke overtuiging iemand heeft, zijn strikt persoonlijke aangelegenheden
waar de overheid zich niet in mag mengen. Evenmin mag de overheid iemand willekeurig oppakken
en in de gevangenis zetten zonder enige vorm van proces. Grondrechten verwijzen dus naar het
bestaan van zoiets als een “staatsvrije sfeer”, een levensdomein dat vrij moet zijn
overheidsbemoeienis.
Die basisgedachte is aangevuld met de overtuiging dat fundamentele rechten ook zoiets impliceren
als het recht op een menswaardig bestaan. De overheid moet zorgen voor een bestaansinkomen,
voor onderwijs, voor gezondheidszorg,…
Titel 2 van de Belgische Grondwet geeft een opsomming van die fundamentele rechten. Het zijn in
hoofdzaak ‘vrijheidsrechten’: recht op privéleven, vrijheid van eredienst, vrijheid van vereniging en
vergadering, vrijheid van meningsuiting,… Deze dateren van 1831. In 1994 werd in de Grondwet een
bepaling opgenomen die te maken heeft met de sociale en economische rechten. Art.23 heeft het
over het recht op arbeid, sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid,… Het artikel heeft geen
directe werking, het gaat eerder om streefdoelen en morele verplichtingen gecombineerd met
standstilleffects

D. Grondwettelijk recht
Dat betreft de inrichting en de werking van de overheid in haar 3 hoedanigheden (wetgevend,
uitvoerend en rechterlijk) voor zover het fundamentele principes van deze overheidsstructuur en
werking betreft. Het grondwettelijk recht legt ook de basisprincipes van een democratische
rechtsordening vast (bv. scheiding der machten) en bevat een “bill of rights”, d.w.z. een opsomming
van de fundamentele rechten en vrijheden die aan elke burger gegarandeerd moeten worden.

E. Grondwet
Grondwettelijk recht is het geheel van regels dat betrekking heeft op de organisatie en werking van
de instellingen en op de grondrechten. Dat noemt men ook wel eens de grondwet in de materiële zin.
De term ‘grondwet’ – in de formele zin dan – wordt gereserveerd voor het juridisch document waarin

2

,regels van grondwettelijk recht zijn samengebracht en waaraan een plechtig karakter wordt gegeven
met bovenwettelijke status.
In ons land is er geen afzonderlijk, permanent overheidsorgaan dat de grondwetgevende (functionele
zin) macht bezit. De grondwetgevende bevoegdheid wordt toegekend aan de federale wetgevende
macht (organieke zin) na het volgen van een bijzondere procedure.

F. Rechtsstaat
Een rechtsstaat is een staat waarin ook de gezagsdragers gebonden zijn door het recht, waarvan ze de
toepassing verzekeren. Centraal in het concept staan de scheiding der machten en vervolgens de
Fundamentele Rechten en Vrijheden van de Mens of de grondrechten.
De rechtsstaat heeft ook enkele principes. Er gelden algemene, gekende en duidelijke rechtsregels,
die moeten worden nageleefd door zowel burgers als de overheid. Hierop wordt toezicht voorzien op
de naleving ervan door onafhankelijke rechtscolleges. Het hoofddoel van de rechtsstaat is het
voorkomen van machtsmisbruik door de overheid, voornamelijk door de uitvoerende macht. De
gevolgen hiervan zijn dat er zowel gelijkheid is tussen als rechtszekerheid voor burgers.

2. Essentiële kenmerken van een demcratisch grondwettelijk
systeem
We zullen in dit deel de basiseigenschappen behandelen.

A. Fundamenten van een democratie
1. Scheiding der machten of de leer van de trias politica
De leer van de scheiding der machten wordt beschouwd als 1 van de 2 toetsstenen van de
democratie. Het is een techniek om de macht van de overheid te begrenzen en ruimte te scheppen
voor individuele vrijheid. Het wil de willekeurige uitoefening van staatsmacht vermijden. De leer van
de scheiding der machten bestaat eigenlijk uit 2 aspecten:
a) De Trias politica: Dat is de vaststelling dat er in de uitoefening van de staatsmacht 3 functies en
taken te onderscheiden zijn: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht.
b) De verdeling van die functies over verschillende instellingen: De functies van de overheid mogen
niet geconcentreerd zijn bij 1 enkele instantie, maar moeten verdeeld worden over diverse organen
die elkaar wederzijds kunnen controleren. Pas dan kan machtsmisbruik worden voorkomen.
In de meeste Europese landen is het grondwettelijke systeem gebaseerd op een evenwicht en
samenwerking tussen de machten. Er is een Parlement, dat hoofdzakelijk instaat voor wetgeving, en
een Regering die instaat voor uitvoering van wetten. Deze zijn niet onafhankelijk van elkaar:
a) De regering wordt niet rechtstreeks verkozen, maar wordt samengesteld door de
meerderheidspartijen in het parlement. De regering moet het vertrouwen hebben van het Parlement
en kan door het Parlement worden ontslaan.
b) De meeste wetten worden door de regering gemaakt.




3

, 2. De volkssoevereiniteit
De leer van de volkssoevereiniteit is ontwikkeld door J.J. Rousseau. Hij heeft de leer over de
volkssoevereiniteit uitgewerkt in het traktaat “Du contrat social”. De basisgedachte is dat de mens
van nature goed is, maar dat hij gecorrumpeerd wordt door de samenleving en door
overheidsinstellingen. Hij vindt niet dat de staatsinstellingen dan maar moeten afgeschaft worden. Hij
is van mening dat de mensen o.b.v. vrije instemming een maatschappelijk contract moeten opstellen,
en wel zo dat de macht bij het volk gaat berusten.
Uit de filosofie van Rousseau kan men afleiden dat er grofweg 2 manieren bestaan om het volk bij de
gezagsuitoefening te betrekken: de directe democratie en de indirecte of representatieve democratie.
Bij de representatieve of vertegenwoordigende democratie nemen de burgers niet rechtstreeks deel
aan de besluitvorming en het bestuur, maar kiezen ze vertegenwoordigers die de beslissingen nemen
in hun naam.
Directe democratie komt nog voor in de vorm van een referendum en de volksraadpleging, waarbij
burgers zich kunnen uitspreken over een bepaald politiek onderwerp. Het resultaat van een
referendum heeft een bindend karakter. Het resultaat van een volksraadpleging is niet bindend maar
richtinggevend. Men spreekt soms van een participatieve democratie. Op nationaal niveau kunnen
geen referenda of volksraadplegingen georganiseerd worden.
Art. 33 Gw. stelt: “Alle machten gaan uit van de Natie”. De drager van de soevereiniteit is dus niet het
volk, maar de Natie. ‘Volk’ verwijst naar de burgers van een land, hier en nu. ‘Natie’ verwijst naar het
geheel van een volk met zijn geschiedenis en zijn erfgoed, zijn heden en zijn toekomst.

B. Parlementair of presidentieel systeem
Er bestaan grosso modo 2 basismodellen van democratische staatsorganisaties: het presidentiële en
het parlementair regime. Beide systemen en hun varianten zijn vormen van indirecte democratie, al
kan er ruimte zijn voor het referendum of andere vormen van deliberatieve democratie.

1. Presidentieel systeem: de VS
Het prototype van een presidentieel systeem vindt men terug in de Amerikaanse Grondwet.
Schematisch lijkt het op het volgende.
Koning  President
House of Lords  Senate
House of Commons  House of Representatives
De Verenigde Staten ontstonden uit het verzet van de Britse kolonies in Amerika tegen Groot-
Brittannië, omdat ze wel belastingen moesten betalen maar geen politieke vertegenwoordiging
hadden. In 1776 riepen de dertien kolonies hun onafhankelijkheid uit. Een jaar later verenigden ze
zich in een losse statenbond via de Articles of Confederation. Omdat die samenwerking te zwak bleek,
werd in 1787 gekozen voor een sterkere federale staat of bondstaat. Dit werd vastgelegd in de
Constitution, die het 1e luik vormt van de Amerikaanse grondwet.
Het 2e luik is de Bill of Rights. Deze bestaat nu uit 27 amendementen en hebben betrekking op
grondrechten zoals recht op wapenbezit, godsdienstvrijheid, verbod op slavernij, stemrecht voor
vrouwen, verbod op onmenselijke straffen,…


4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 juni 2026
Aantal pagina's
82
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.24
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
BPMstudent1

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
BPMstudent1 Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
1 week geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen