Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Publieke economie | Intro & Theorie | UGent | 2024/25

Rating
-
Sold
-
Pages
52
Uploaded on
07-06-2026
Written in
2024/2025

Samenvatting van 52 pagina's voor het vak Publieke economie aan de UGent (15/20)

Institution
Course

Content preview

Publieke economie
Powerpoint: 01 Intro
Allocatie: Overheid streeft naar efficiëntie en wil marktfaling tegen gaan.

Distributie: Overheid treedt op om inkomensongelijkheid te minimaliseren.

Stabilisatie: Overheid houdt conjunctuurschommelingen binnen de perken.

Dit is de evolutie van de Staat t.o.v. het BBP. Momenteel is dat
rond de 50%, wat redelijk veel is. Van de volledige economie,
bedraagt de Staat dus ongeveer 50%. Overheden zijn de
laatste jaren sterk gegroeid. Als je naar migratiestromen kijkt,
gaan ze naar deze landen. Deze overheden bieden
aantrekkelijke publieke goederen aan.



Er zijn bepaalde ideologische visies op de relatie tussen Staat en individu. We onderscheiden de
organische versus de mechanistische visie. Bij de organische visie is de maatschappij een natuurlijk
organisme. De staat is het hart en bepaalt het doel, en het individu is een deel ervan. De gemeenschap
is belangrijker dan het individu. De maatschappij heeft bepaalde doelen, die door de Staat bepaald
worden. Bij de mechanistische visie is de Staat een som van individuen. ‘Government fort he good of
the people’.

Consequentialisme: Een actie wordt beoordeeld enkel op basis van de gevolgen die ze heeft. Iets is
moreel goed of slecht als het goede of slechte gevolgen heeft.

Intentionalisme/deontologie: Een actie wordt beoordeeld op basis van de intenties waarmee ze is
gerealiseerd.

Publieke economie is voornamelijk consequentialistisch.

Positieve analyse: Oorzaak gevolg: A gebeurt, dat leidt tot B. Experimenten zijn hier niet mogelijk of
wenselijk. Het model laat toe om logisch en consistent te redeneren. Een voorbeeld is: Btw daalt van
6% naar 0%, dit leidt tot meer consumptie.

Normatieve analyse: Wat zou moeten gebeuren. Het is gebaseerd op de positieve analyse, maar het is
meer een beoordeling van een situatie. Het is meer “het zou beter zijn dat …”. Het is beleidsadvies.

Stel dat er geen overheid/staat is. Dan is er sprake van een ongereguleerde economie of een natuurlijke
anarchie. Er zijn dan geen eigendomsrechten, geen contractwetgeving en geen rechtshandhaving. We
maken een speltheoretische analyse ter illustratie. Stel er zijn 2 individuen die elk verschillende
carrièrepaden bewandelen. Als de boeren werken levert dat een pay-off van 12 op, maar kost dat 2
inspanningen. Als je viking wordt, steel je het werk van de ander.

Welk van de 4 vakjes zal zich realiseren wanneer er geen overheid is?
Dat betekent dat er geen regels zijn. Niet linksboven, want elke speler
kan zich verbeteren. Boer 1 kan viking worden en 12 halen. Boer 2 kan
viking worden en ook 12 halen. Rechtsonder (0,0) brengt hier het
evenwicht. Dit noemt men het nash-evenwicht.



1

,Paretoverbetering: Verandering die ervoor zorgt dat er minstens 1 iemand op vooruit gaat, terwijl
niemand anders er op achteruit gaat.

Pareto-efficiënte allocatie: Een toestand in de economie of de samenleving is Pareto-efficiënt indien
het niet mogelijk is Paretoverbeteringen door te voeren.

Een volledig ongereguleerde economie kan niet goed werken. Men zit dat in een staat van natuurlijke
anarchie. Er is nood aan een ‘minimale staat’. Hier zijn eigendomsrechten (overval, diefstal, fraude),
contractwetgeving (bv. bescherming tegen contractbreuk) en rechtshandhaving (politie, leger,
defensie,…) wel van toepassing. Dit zijn de voorwaarden om een markt te laten werken.

MBTB: Marginale Bereidheid Tot Betaling, weerspiegelt de
Vraag. Hoeveel wil de consument extra betalen voor een
bijkomende eenheid? Verloop dalend.

MK: Marginale Kosten, weerspiegelt het Aanbod. Bijkomende
kost van een extra eenheid te produceren. Verloopt stijgend.

In eerste instantie is extra eenheden produceren goedkoop,
maar nadien wordt dat duurder.

CS: Verschil tussen hoeveel de consument wou betalen voor een bepaalt product ivm hoeveel hij
effectief heeft betaald. Het is de opp onder de vraagcurve boven de prijs.

PS: Het bedrijf maakt marginale kosten, ze verkopen producten aan een hogere prijs dan de
productiekost. Opp boven het aanbod onder prijs.

Som van beiden geeft de maximale welvaart weer. In deze figuur is er geen maximale welvaart. De rode
driehoek weerspiegelt welvaarstverlies. De markt zal leiden naar een maximale welvaarssituatie,
waarbij CS volledig lichtgroen is en PS volledig donkergroen.

Waar aanbod en vraag elkaar snijden noemen we pareto-efficient. Het is niet meer mogelijk om
paretoverbetering te realiseren. Dit is de som van het consumentensurplus en het producentensurplus.
Dit noemt men Pareto-efficiënte allocatie.

We beschouwen een voorbeeld:

Stel dat Bertel enkel brood ter beschikking heeft. Dat betekent een nut van 10, maar hij heeft dorst.
Stijn beschikt enkel over water, wat ook een nut van 10 is maar hij heeft honger. Ze zullen moeten
ruilen, wat tot Pareto-verbetering zal leiden. Bertel zal brood geven en water ontvangen, Stijn zal dat
water geven en brood ontvangen.

Alles in het gele vlak zijn
Paretoverbeteringen, maar niet alles is
mogelijk. De rode lijn is de Paretogrens
en dat is het maximale nutsniveau dat
realiseerbaar is.




2

,Er zijn 3 voorwaarden voor Pareto-efficiëntie:

- In consumptie (CE), door ruiltransacties
- In productie (PE), door inzet van arbeid en kapitaal voor productie
- Top-level efficiëntie (TE)

We bespreken een voorbeeld van de ruileconomie tussen Fien en Femke:




De startsituatie is het blauwe bolletje met 6 strips en
2 puzzels. IC is indifferentiecurve. Dat is een curve
waarbij elk punt op de curve zorgt voor een mogelijke
situatie waarbij de consument blij mee is, waar hij
indifferent over is. Zolang het punt op de curve ligt is
de consument er blij mee, als het er rechts, links,
boven of onder ligt zal de consument er niet blij mee
zijn.

MSV= Marginale SubstitutieVerhouding. Dat zegt ons iets over de helling en dus de situatie van de
indifferentiecurve van de consument. In deze situatie geeft het de verhouding weer tussen puzzels en
strips.

Dit is dezelfde situatie maar het kader is omgekeerd.
Het is hetzelfde principe.




Je kan bovenstaande situaties van Femke en Fien samen
zetten via de edgeworth box. Dat was de reden dat Fien
haar kader omgekeerd was. Punt X kunnen ze bereiken
door te ruilen. Het groene punt kan bereikt worden
wanneer Femke meer goederen zal hebben en Fien bijna
niets.




3

, Dit is een ruiltransactie. Fien heeft 2 puzzels meer en 1 strip
minder. Femke heeft nu 2 puzzels minder, maar heeft 1 strip
meer.




Paars zijn de IC’s van Femke en blauw zijn de IC’s van
Fien.

We beginnen vanuit het blauwe startpunt. Alle
punten op elk van de 2 lijnen van IC2, zijn mogelijke
Paretoverbeteringen. Ze zijn blij met alle punten
beide IC’s2. Alle punten in het gele oog zijn
Paretoverbeteringen. Het blauwe startpunt is dus niet
Pareto-efficiënt. Pareto-efficiëntie zou men bereiken
wanneer beide IC’s elkaar gaan snijden, in de figuur zou dat het zwarte punt zijn. Alle andere IC’s zijn
ter illustratie en hier dus niet van toepassing, want het startpunt bevindt zich niet in deze IC’s. Indien
het startpunt in een van deze IC’s was, had men paretoverbeteringen kunnen realiseren in het oog van
de betreffende IC’s.

De richtingscoëfficiënt in het blauw van Fien is veel
steiler dan de rico van Femke in dat blauwe punt. Dat
betekent dat strips voor Fien veel waard zijn en voor
Femke zijn die niet veel waard. Als je Femke 1 strip
afpakt, wenst ze maar een halve puzzel in de plaats. Als
Fien 1 strip meer zou krijgen, zou ze graag veel puzzels
opofferen.



Afhankelijk vanuit welk punt je begint, zal je van het
blauwe punt naar het groene punt evolueren. Elk van
die groene bolletjes is Pareto-efficiënt. Die groene
punten kunnen we verbinden met elkaar en die curve
noemen we de contractcurve. Vanuit het punt omega
kunnen via ruiltransacties in het groene punt geraken.




Dat laatste is ook hier geval. Ruil zal er voor zorgen dat we een niet-
optimaal punt evolueren naar een punt op de groene curve en dus
pareto-efficiëntie zullen bereiken.




4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 7, 2026
Number of pages
52
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$8.23
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
BPMstudent1

Get to know the seller

Seller avatar
BPMstudent1 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
3
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
12
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions