Endocrinologie
- B. Van der Scheuren: Hoofdstuk 1 & 2
- C. Mathieu: Hoofdstuk 3
- B. Decallonne: Hoofdstuk 4, 5, 6, 7 & 8
Inhoud
1. Overgewicht en obesitas ......................................................................................................2
2. Lipidenstoornissen ............................................................................................................ 11
3. Diabetes mellitus............................................................................................................... 15
4. Schildklierziekten .............................................................................................................. 41
5. Ziekten van de hypofyse ..................................................................................................... 62
6. Bijnierziekten ..................................................................................................................... 71
7. Endocrinologische calciumfosfaatstoornissen.................................................................... 80
8. Reproductieve endocrinologische stoornissen bij de man ................................................... 89
1ste master geneeskunde 2025-2026
,OPO Chronische aandoeningen E0C22A 2
1. Overgewicht en obesitas
1. Definitie en prevalentie
1.1. Definitie
Body Mass Index (BMI) (Quetelet index)
Obesitas wordt gedefinieerd als een toestand van overtollige of abnormale vetopstapeling en risico
voor de gezondheid. Het is een chronische aandoening die tal van complicaties meebrengt zoals
slaapapnee, cardiovasculaire aandoeningen, suikerziekte, …
De BMI wordt gebruikt voor inschatting van de hoeveelheid lichaamsvet in de klinisch praktijk. Het
houdt rekening met de lengte en is daardoor nauwkeuriger dan het totaal lichaamsvet opzich.
Hetzelfde BMI zal echter niet bij iedereen overeenkomen met een gelijk vetpercentage. Bovendien
houdt BMI geen rekening met geslacht, leeftijd of etnische origine.
BMI (kg/m2) = lichaamsgewicht (kg) / lengte2 (m2)
Overgewicht wordt gedefinieerd als BMI 25 – 29,9 en obesitas als BMI > 30. De classificatie van
overgewicht en obesitas opgesteld door de WHO is gebaseerd op BMI. Toch moet men opmerken dat
het gezondheidsrisico sterk individueel bepaald is. Zo zijn er personen met een beperkte graad van
overgewicht en toch multiple andere risicofactoren en andersom.
1ste master geneeskunde 2025-2026
,OPO Chronische aandoeningen E0C22A 3
Rechtstreekse metingen van lichaamsvet
Bio-elektrische impedantie (BIA) is een methode om de
lichaamssamenstelling (vetmassa, spiermassa/botten/water) te
meten. Een BIA-toestel stuurt een ongevaarlijke elektrische
stroom door het lichaam en het apparaat meet de weerstand.
Vetweefsel geleidt slecht en geeft veel weerstand terwijl
spierweefsel en lichaamsvocht goed geleiden met weinig
weerstand. Het toestel berekent daarna op basis van weerstand,
lengte, gewicht, geslacht en leeftijd je vetpercentage, vetvrije
massa en totale hoeveelheid lichaamswater. Het geeft geen
exact getal maar een schatting. Het is vooral nuttig om evoluties
te volgen. Een daling van spiermassa dient bijvoorbeeld vermeden
te worden bij een gewichtsdaling.
Een DXA-meting (Dual-energy X-ray absorptiometry) is een
nauwkeurigere methode om de lichaamssamenstelling te meten. DXA
gebruikt een hele lage dosis röntgenstraling met 2 verschillende
energielevels. Het meet zo de botmineraaldichtheid, vetmassa en
vetvrije massa. Het maakt een scan van het hele lichaam en kan
daardoor ook de regionale verdeling in kaart brengen. Het is de gouden
standaard voor wetenschappelijk onderzoek naar
lichaamssamenstelling. In de kliniek wordt het gebruikt voor osteoporose,
vetverdeling en evaluatie bij obesitasbehandeling of
sportgeneeskunde.
Er bestaat een concept van metabool gezond obees (MGO). Dit zijn
mensen met een BMI > 30 maar zonder relevante metabole
comorbiditeiten. Het wordt daarom aangenomen dat het mogelijk is om
tegelijkertijd te lijden aan obesitas en metabool gezond te zijn. De
prevalentie van MGO wordt geschat op 10-50% van de obezen.
Voornamelijk de locatie van het vetweefsel speelt hierbij een rol. Bij MGO is er weinig visceraal of
ectopisch vet en een grote hoeveelheid subcutaan vet. Gewichtsverlies van 10% zou voor de meeste
patiënten met obesitas genoeg zijn om MGO te worden.
BMI is dus een nuttig hulpmiddel om indirect de adipositasgraad te meten maar biedt niet voldoende
informatie over de gevolgen van die adipositas. Hiervoor zijn bijkomende metingen nodig zoals
vetverdeling en Edmonton Obesity Staging System (EOSS).
Lichaamsvetverdeling
De verdeling van het lichaamsvet over het lichaam is
een belangrijke factor voor het morbiditeits- en
mortaliteitsrisico. Een abdominale vetverdeling
(androïde, viscerale of appelvormige obesitas) is
geassocieerd met een hoger gezondheidsrisico dan een
meer perifere vetverdeling (gynoïde of peervormige
obesitas). Een eenvoudige methode om het abdominaal
vet in te schatten is het meten van de middelomtrek. Dit
gebeurt op het middelpunt tussen onderste rib en crista
iliaca op het einde van een normale uitademing.
Hoewel BMI en middelomtrek met elkaar gecorreleerd zijn, is de middelomtrek een onafhankelijke
voorspellende factor. Een hoge middelomtrek is geassocieerd met een toegenomen risico voor type 2
diabetes en verschillende cardiovasculaire risicofactoren.
1ste master geneeskunde 2025-2026
,OPO Chronische aandoeningen E0C22A 4
Meer en meer wordt de middelomtrek ook gecorrigeerd voor de lengte (waist-to-height ratio WHtR).
WHtR = Middelomtrek (cm) / lengte (cm)
- < 0,5 is gezond
- > 0,5 is verhoogd risico op metabole en
cardiovasculaire ziekten
- > 6 is sterk verhoogd risico
‘Je middelomtrek moet minder zijn dan de helft van je lengte’
Edmonton Obesity Staging System (EOSS)
BMI geeft een goed beeld van prevalentie van overgewicht/obesitas maar zegt weinig over het
individuele gezondheidsrisico. EOSS geeft de ernst van overgewicht/obesitas weer door rekening te
houden met de kans op het ontwikkelen van medische risicofactoren, lichamelijke en
psychologische symptomen en weerslag op welzijn en functionele beperkingen. Men onderscheidt 5
stadia.
Aan elk obesitas geval worden 2 parameters toegewezen: een BMI-klasse (1-3) en een EOSS-stadium
(0-4). EOSS is een uiterst waardevol hulpmiddel bij het nemen van therapeutische beslissingen. Hoe
hoger EOSS hoe slechter de gezondheidstoestand en prognose. De BMI indeling geeft bijkomende
informatie maar is niet beslissend voor therapie.
1ste master geneeskunde 2025-2026
, OPO Chronische aandoeningen E0C22A 5
1.2. Prevalentie
De frequentie van obesitas neemt wereldwijd toe. Men kan 3 tendensen vaststellen:
- Er is een progressieve toename van zwaarlijvigheid in zowel geïndustrialiseerde als
ontwikkelingslanden
- De progressieve gewichtstoename beperkt zich niet toto volwassenen maar ook kinderen en
adolescenten ontwikkelen overgewicht met als resultaat diabetes type 2 op jonge leeftijd
- Een globalisering met toename van obesitas in groeilanden (China en India)
2. Etiologie
Vetophoping ontstaat wanneer de energieopname
en het energieverbruik niet met elkaar in balans
zijn. Er zijn heel wat interne en externe factoren die
deze processen direct of indirect beïnvloeden.
Obesitas is een complexe ziekte die in de meeste
gevallen het gevolg is van interacties tussen
genetische en omgevingsfactoren. Er zijn echter
een aantal factoren die reeds werden erkend als
oorzaak van of risicofactor voor obesitas:
2.1. Genetische en endocriene factoren
Bij een klein percentage van de patiënten is
obesitas het rechtstreekse gevolg van
genetische defecten die te maken hebben met
eetlust of voedselinname. Endocriene
aandoeningen zoals hypothyreodie, syndroom
van Cushing of verworven hypothalamische
aandoeningen vb. insulinoma kunnen ook tot
overgewicht of obesitas leiden. Ook een
behandeling met geneesmiddelen die
endocriene functies beïnvloeden kan obesitas
tot gevolg hebben (vb. antidepressiva , anti-
psychotica, anti-epileptica, anti-diabetica,
corticoïden, medroxyprogesteron) .
De genetische oorzaken van obesitas:
- Monogeen: slechts 1 gen is aangedaan (vb. leptine deficiëntie)
- Syndromisch: enkele genen zijn aangedaan en obesitas gaat gepaard met neurologische
ontwikkelingsafwijkingen en dysfunctie of misvormingen
- Polygeen: groot aantal genen is aangedaan en in combinatie met omgevingsfactoren
Patiënten met een genetische vorm moeten geïdentificeerd worden en snel doorverwezen naar een
specialist. Bijna alle obesitas patiënten hebben een polygene predispositie.
1ste master geneeskunde 2025-2026