Situering Beleidsinformatica
Ondersteunend perspectief
• Informatiesystemen = systemen die data verwerken tot informatie voor
bedrijfskundige/economische processen, beslissingen, doelen, operaties of organisatie zelf
• Voorbeelden: klantendata, voorraadniveaus, facturatie
• Niet bedoeld voor puur technische software (bv. kerncentrale, schaakcomputer)
• Focus lag aanvankelijk op secundaire activiteiten (administratie, HR, orders)
Brug tussen bedrijfskunde en ICT
• Ontstaan ± 50 jaar geleden door kloof tussen bedrijfskundigen en programmeurs
o Bedrijfskundigen: te weinig technische kennis om zelf systemen te bouwen
o Technici: te weinig bedrijfskundige kennis om te weten wat nodig was
• Beleidsinformatica = brug tussen bedrijfskunde/ economie en ICT
• Vergelijking met architect in bouwkunde: vertaalt wensen van bouwheer naar technisch
ontwerp
Functioneel-constructieve kloof
• F-laag (functioneel) = wat moet het systeem doen (vereisten).
• C-laag (constructief) = hoe wordt dit technisch gerealiseerd (structuur).
• Beleidsinformatica = domein dar kloof tussen 2 lagen overbrugt
• Ontwerpproces = complex, zoals in bouwkunde (ruimte vs. energieverbruik).
o Project management: elk project moet opgevolgd worden van timing en budget
o Systeemanalyse: vereisten analyseren
o Systeemontwerp: vertaling van vereisten naar ontwerp voor technici
Uitdagingen: complex, snelle evoluties, organisatorische veranderingen
Misverstand
• Mensen denken dat beleidsinformaticus enkel wensen doorgeeft (wat klant wil geeft hij door)
• MAAR het is geen simpele vertaling: niet enkel doorgeven maar ook ontwerpen!
Managementaspecten
• Bestudeerd hoe nondities voor bouwen van informatiesystemen gecreëerd kunnen worden
• Hieronder vallen volgende vakgebieden
o IT governance: strategie, processen, structuren voor goed IT-beheer
o IT audit: controle of systemen voldoen aan regelgeving
, • Twee perspectieven met betrekking tot de IT strategie
o Kosten-gebaseerd
▪ ICT = ondersteunend, focus op efficiëntie en kostenbeheersing
▪ Vertrekt van bedrijfskundige beslissingen (F-laag)
o Innovatie-perspectief
▪ ICT = bron van nieuwe mogelijkheden, concurrentievoordeel (C-laag)
Multidisciplinair karakter
• Vereist kennis van bedrijfskunde (accounting, marketing, logistiek, …) én ICT (kostenschatting,
softwareontwikkeling)
• Kern: verbinden van bedrijfskundige doelen met ICT oplossingen
• Activiteiten: systeemontwikkeling, projectmanagement, investeringsbeslissingen, change
management, adoptie van ICT
• Moeilijk af te bakenen domein → breed spectrum
Primaire vs. secundaire activiteiten
• Primaire activiteiten: kern van organisatie (productie, R&D, operaties)
o Rechtstreekse betrekking op productieproces
o Vb: industrie, landbouw, diensten, overheid
• Secundaire activiteiten: ondersteunend aan primaire (HR, marketing, accounting, ICT)
o Bedrijfskundige domeinen
• Beleidsinformatica startte met automatiseren van secundaire activiteiten
• Later ook primaire activiteiten in diensten/overheid → ICT strategisch ingezet
Innoverend perspectief
• Vertrekt vanuit nieuwe ICT-mogelijkheden → nieuwe producten, diensten, structuren
o Er wordt gekeken of gebruik van deze technologie nieuwe mogelijkheden bied op
economisch vlak
• Innovatieve systemen (nieuwe technologie) starten vaak als kleinschalig en experimenteel
prototype → daarna opschalen en integreren
• Uitdagingen
o Schaalbaarheid
o Integratie met overige informatiesystemen
o Bedrijfskundige en technische risico’s
o Opportuniteitskosten
, o Impact op concurrentiepositie en marktstructuur (bv. Desintermediatie laat
tussenpersonen verdwijnen)
Informatie
Rol van informatie bij beslissingen
• Beslissingen afhankelijk van juiste informatie
• DIKAR-model: Data → Informatie → Kennis → Actie → Resultaat
• Beschrijft rol van info en nemen van beslissingen
• Beslissingen die bedrijf zou kunnen nemen om marktaandeel te verbeteren
o Vb: marktaandeel verbeteren → data over verkopen → informatie per regio/leeftijd
→ kennis (oorzaken) → actie (sponsoring) → resultaat (monitoring)
Wat is informatie?
• Data: ruwe feiten zonder betekenis (bv. “18”, “Kerkstraat”)
• Informatie: data met betekenis in context (bv. 18 = aantal bestellingen)
• Kennis: begrijpen en toepassen van informatie met ervaring/expertise (hoe reageren we op
die 18? Geven we korting?)
• Onderscheid is relatief en subjectief → betekenis kan veranderen
Informatie als model van de reële wereld
• Informatiesystemen = informatie-spiegel van de reële wereld
o Wereld representeren via data en informatie
• Model = abstractie: sommige aspecten opgenomen, andere genegeerd
o Uitgedrukt in tekens/ symbolen (getallen/ cijfers)
• Voordelen: sneller, efficiënter, preciezer dan reële wereld
• Voorwaarde: kwaliteit van de informatie-spiegel moet goed zijn
Data representatie
• Eerste categorie: gericht op mensen en verwerking door mensen
o getallen, tag clouds, word clouds
• Tweede categorie: verwerking door machines of computers
o binaire representatie, QR-codes
o alle info op pc wordt opgeslagen als serie bits
▪ afspraak voor byte-lengte: 18 (256 combinaties)
▪ Getal opgeslagen in bytes kan waarde van 0-255 hebben
, ▪ 1 bit = 0 of 1
o Onderscheid tussen datatypes
▪ Gestructureerde data = enkelvoudige datatypes (getallen, strings)
▪ Enkelvoudige datatypes = bevatten enkel 1 stuk data (vb: prijs van product)
▪ Integer = geheel getal
▪ Real = kommagetal
▪ String = tekst
Indien tekst opgeslagen wordt, worden bits en bytes geïnterpreteerd als letters dmv
tekenset
• Tekenset = bevat alle afspraken over welke letter/ karakter door welke byte gerepresenteerd
wordt
o ASCII = american national standard code for information interchange
▪ 7 bits en 128 tekens, nu 8 bits
o EBCDIC = extended binary coded interchange code
▪ Ontwikkeld door IMB voor gebruik op mainframe computers
▪ 8-bit bytes
o Unicode = ontwikkeld als doen om alle gebruikte schriften te kunnen weergeven
▪ 32 bits (UTF-32)
▪ Kleinere versies kunnen: UTF-8 bet 8 bits
• Structuren:
o Arrays/lijsten = om meerdere enkelvoudige waarden weer te geven
▪ Alle waarden moeten van 1 zelfde datatype zijn (vb: prijzen producten)
▪ Om te verwijzen naar specifieke prijs, moet index verwijzen naar plaats in lijst
▪ 1 index = ééndimensionale array
Hoe meer kenmerken opslaan, hoe meer indices en dus dimensies lijst krijgt
o Records = verschillende gegevens opslaan, niet van eenzelfde datatype
Informatiekwaliteit
Rationele databanken
• Meest gebruikte type databanken: stellen gegevens voor in tabellen (array van records)
• Attributen = kolommen
o Geven aan welke soort info er in elk record moet staan
o Voorbeeld: kolom Naam, Adres, Telefoonnummer